Plannen ID-plicht uitbreiden
Wet Algemene
ID-plicht (WA-ID)
Invoering draagplicht van identiteitsbewijzen
Uitbreiding bevoegdheid overheid vingerafdruk
en gezichtsscan van iedereen te registreren.
Op 23 november 2007 bleek dat het kabinet niet alleen de
belofte aan de Kamer breekt om na drie jaar de Wet op de Uitgebreide ID-plicht
te evalueren, maar intussen wel volop voorbereidingen treft om alsnog een
algemene ID-plichtwet in te voeren en deze met ongekende sancties te gaan
handhaven.
Dit gebeurt op slinkse wijze.
Via voorstellen van
de minister van Justitie onder nummer 31436 ‘Wijziging van het Wetboek van
Strafvordering, het Wetboek van Strafrecht en Wet identiteitsvaststelling
verdachten, veroordeelden en getuigen’, die suggereren dat het uitsluitend gaat
over kleine aanpassingen in de wet om ervoor te zorgen dat mensen geen
gevangenisstraf meer voor een ander kunnen gaan uitzitten.
En via het wetsvoorstel 32
331
‘Voorstel tot wijziging van de Wet op de identificatieplicht
en het Wetboek van Strafrecht in verband met een verbod op het dragen van
gezichtsbedekkende kleding in het openbaar en in voor het publiek openstaande
gebouwen’, dat oud minister Kamp op 24-1-‘08 indiende waarmee gepoogd wordt om,
onder het mom van burkaverbod, zo onopvallend mogelijk de toonplicht uit de
ID-plichtwet te vervangen door een draagplicht van geldige
identiteitsdocumenten.
In de persberichten van de
ministerraad en het ministerie van justitie
( 23-11-’07) probeert minister van Justitie Hirsch Ballin, de indruk te wekken
dat het slechts om eenvoudige aanpassingen gaat om ervoor te zorgen dat
verdachten en veroordeelden zich niet meer zouden kunnen verschuilen achter de
identiteit van een ander.
’Aanleiding voor de
maatregelen zijn problemen bij het vaststellen van de identiteit van verdachten
en veroordeelden, zoals administratieve fouten en het gebruik van aliassen’, zo
lezen we.
Maar de plannen steken zo in elkaar dat voortaan van iedere
burger, van wie zonder enige duidelijke aanleiding of reden het tonen van een
identiteitsbewijs wordt gevorderd, een gezichtsscan en vingerafdrukken kunnen worden genomen en digitaal zullen
worden opgeslagen in politie en justitieregisters.
Doordat men in het verleden geen identiteitscontrole
uitvoerde bij mensen die een gevangenisstraf kwamen uitzitten kwam het voor dat
anderen dan de veroordeelde plaatsvervangend een straf uitzaten. Dit valt met
een simpele identiteitscontrole aan de poort te voorkomen. Maar in plaats van
voor deze voor de hand liggende oplossing te kiezen wordt het ‘probleem’ als
voorwendsel gebruikt om een wetsvoorstel voor een algemene ID-plichtwet voor
iedere burger in te voeren.
Het verschil tussen een Algemene ID-plicht en de huidige Wet op de Uitgebreide
ID-plicht is dat opsporingsambtenaren nu nog een goede reden moeten hebben om
het vertonen van geldige ID-bewijs te eisen. Die voorwaarde wil de overheid
afschaffen.
Voortaan zouden agenten dan, net als in de oorlog, van
iedereen te allen tijde het vertoon van een persoonsbewijs kunnen eisen.
Een bevoegdheid waardoor agenten onevenredig veel macht
krijgen en zonder aanleiding volkomen onschuldige burgers lastig kunnen vallen.
Een ID-plicht die ook nog eens gesanctioneerd wordt
met de uitbreiding van politiebevoegdheden om van iedereen,
die niet onmiddellijk een persoonsbewijs toont of waarvan een agent de
geldigheid van het ID-bewijs in twijfel
trekt, vingerafdrukken en gezichtsscan te mogen afnemen en vastleggen in een
digitaal politie- en justitie register. Waarbij men in het voorstel tevens
probeert te regelen dat iedereen, die in de ogen van de dienstdoende agent niet
voldoet aan zijn eis tot identificatie, gelijk ook een preventief
Strafketendossiernummer krijgt.
Volgens het wetsvoorstel worden ‘direct bij de aanhouding
van een verdachte digitaal vingerafdrukken gemaakt en foto's vastgelegd. Dit
gebeurt als een persoon wordt verdacht van een misdrijf waarbij voorlopige
hechtenis mogelijk is, maar ook als er twijfels zijn over zijn identiteit’.
Omdat met de invoering van de WU-ID iedere burger een
potentieel verdachte werd, is de term ‘verdachten’ in het nieuwe wetsvoorstel versluierend.
Dit suggereert namelijk ten onrechte dat het niet voor ‘iedereen’ zou gelden,
wat feitelijk wel het geval is.
Uit de toepassing van de WU-ID blijkt dagelijks dat het
iedereen kan overkomen dat men als verdachte wordt bestempeld omdat er aan zijn
of haar identiteit kan worden getwijfeld. Zelfs volkomen onschuldige burgers
die getuige zijn van een ongeval en een slachtoffer te hulp schieten, krijgen
ID-boetes opgelegd of riskeren het om in de cel te belanden als ze geen
ID-bewijs tonen (wat ze niet eens bij zich hoeven te hebben!).
De macht die de politie nu al heeft om een ieder, ook
wanneer die terecht weigert zich te identificeren, te arresteren, is
onevenredig omdat slachtoffers zich hier uitsluitend achteraf tegen kunnen
verweren.
Het gevolg van de
nieuwe plannen is dat al die duizenden keren waarbij de WU-ID nu onrechtmatig
wordt toegepast, omdat zelfs de minimale eisen voor een noodzaak tot
identificatie niet in acht worden genomen, in het vervolg gelegitimeerd worden.
Zo wordt door de overheid, die de burger zou dienen te
beschermen, iedereen in gevaar gebracht om onschuldig als crimineel
geregistreerd te worden.
En bewerkstelligt de overheid, die ervan uit gaat dat iedere
burger als potentieel crimineel moet worden beschouwd, zijn ‘selffullfiling
profesie’.

Op 24-1-08 werd onder de titel ‘Voorstel van wet van het lid
Kamp tot wijziging van de Wet op de identificatieplicht en het Wetboek van
Strafrecht in verband met een verbod op het dragen van gezichtsbedekkende
kleding in het openbaar en in voor het publiek openstaande gebouwen’ Nr 31 331 een
poging gedaan om de toonplicht uit de identificatiewet te vervangen door een
draagplicht.
Waarna diezelfde Kamp, enkele dagen later op 8 februari in
de tv
uitzending bij Paul en Witteman ten onrechte beweerde dat er al een
draagplicht is.
Dit voorstel van oud minister Kamp heeft niks met boeka’s te
maken, al werkt de memorie van toelichting die suggestie,
maar gebruikt dit als dekmantel om zo onopvallend mogelijk de ID-plichtwet
zodanig te veranderen dat het niet dragen van een identiteitsbewijs strafbaar
wordt.
Als het hem lukt om deze wetswijziging door de Kamer te
loodsen omdat het niemand opvalt dat het twee velletjes dunne wetsvoorstel niet
over boeka’s gaat maar over het strafbaar stellen van iedereen die geen
identiteitsbewijs bij zich draagt, bereikt hij daarmee meerdere doelen.
Ten eerste krijgt hij het dan voor elkaar om een
langgekoesterde wens van het CDA en de VVD in vervulling te laten gaan. Een
wens die ze niet eerder konden verwezenlijken omdat de PvdA weliswaar door een
regeer akkoord kon worden geprest om vóór de WU-ID te stemmen, ook al was men
eigenlijk tegen de identificatieplicht, maar dat uitdrukkelijk deed onder de
restrictie dat er geen algemene ID-plicht zou komen, geen draagplicht en dat er
geen onomkeerbare stappen zouden worden genomen onder de belofte dat de wet na
3 jaar op zijn merites beoordeeld zou worden en op grond van de resultaten weer
zou kunnen worden teruggedraaid.
Ten tweede dekt hij de minister van Justitie ermee af. Zodra
deze de evaluatie van de WU-ID in de Kamer niet langer kan uitstellen, moet hij
zich verantwoorden voor het feit dat de wet geen draagplicht kent maar er wel
duizenden mensen beboet of zelfs gearresteerd werden enkel omdat ze niet
onmiddellijk een ID-bewijs toonden. Uiteraard is dat een reden om zowel de
minister als de wet het veld te doen ruimen. Maar in geval de draagplicht dan
alsnog is ingevoerd verandert het debat. Er zullen excuses worden aangeboden
voor de illegale boetes en arrestaties, maar de WU-ID als zodanig op grond
hiervan intrekken is dan zinloos geworden.
Ten derde geeft het voorstel een opzetje voor regelgeving
ten aan zien van wat mensen in het openbaar, of in voor publiek toegankelijke
gebouwen, zouden mogen aanhebben of bij zich mogen hebben. De titel van het
voorstel geeft aan dat het gaat om verbod op gezichtsbedekkende kleding. De
inhoud is echter zodanig dat de overheid mensen kan verbieden om kleding te
dragen of spullen bij zich te hebben die het identificeren bemoeilijkt.
Uit Groot Brittannië weten we intussen waar dat toe leidt,
namelijk dat mensen op den duur verboden wordt om een hoed, pet of capuchon te
dragen. Deze restricties, die steeds gebruikelijker worden in cafés en
supermarkten bereiden, net als het cameratoezicht zelf, de weg voor om mensen
eraan te laten wennen. Waarna het een kleine stap wordt om het ook in de
openbare ruimte te kunnen gaan eisen. Het gaat er daarbij niet om of mensen
‘iets te verbergen hebben’ of aanstoot
geven met hun kledij, maar puur omdat de technische mogelijkheden voor
gezichtsherkennende camerasystemen gaan bepalen hoe we moeten kijken (niet
lachen) en wat we mogen dragen. Die inperking van onze burgerlijke
vrijheid wordt in deze wetswijziging voorbereid.
Conclusie
Het is onvoorstelbaar
brutaal van de minister van Justitie om, tegen alle toezeggingen aan het
parlement in dat de ID-plicht geen doel op zich zou worden en er geen sprake
van was dat er een algemene ID-plicht zou worden ingevoerd, de evaluatie van de
WU-ID tegen te werken en intussen wel pogingen in het werk stelt om via slinkse
wegen toch een algemene ID-plicht te regelen.
Dit zijn voorstellen
die diep ingrijpen op de persoonlijke vrijheid van alle burgers en zou derhalve
niet zonder dat er enig maatschappelijk debat over wordt gevoerd, moeten worden
voorgesteld.
Ook de internationale
burgerrechten, zoals vastgelegd in het Europees Verdrag van de Rechten van de
Mens, vereisen dat van dit soort ingrijpende wetgeving eerst nut en noodzaak
grondig worden onderzocht en bekeken dient te worden of het doel wat aan de
maatregelen ten grondslag ligt niet op en andere wijze kan worden
bewerkstelligd.
We achten het
beschamend dat onze eigen overheid de beginselen van goed bestuur met voeten
treedt.
We zijn ervan overtuigd
dat de achterliggende reden is om, zonder dat de burgers daar bezwaar tegen
kunnen maken, zo snel mogelijk de opslag van alle persoonsgegevens van iedere
burger in een- voor politie en justitie toegankelijke database, te realiseren.
Dat men via slinkse
wegen een centrale overheidsdatabase wil inrichten, waar de overheid alle
gegevens van zijn burgers opslaat en koppelt aan hun Burger Service Nummer en
hun biometrische kenmerken, is ronduit beangstigend.
Ook over die wens van
de overheid zou, eerst een open debat dienen plaats te vinden, waarbij alle
waarschuwingen over de onveiligheid die zo’n systeem oplevert voor de burgers
niet langer genegeerd mogen worden.
Stiekem
Hoe slinks de regering de nieuwe plannen door het parlement wil
loodsen, bleek uit de briefwisseling die we hadden met de Raad van State. Door
de versluierende naamgeving had men bij dit hoogste rechtscollege helemaal niet
gemerkt dat de, bij hun aanhangig gemaakte, plannen om uitbreiding van de
identificatieplicht gingen.
6-1-08
brief aan Raad van State
15-1-08
antwoord Raad van State
5-2-08
aanvullende info aan Raad van State
28-3-08
antwoord Raad van State
Kennelijk is de Raad van State niet in gegaan op ons verzoek
om uitbreidingsplannen voor de ID-plicht principieel af te wijzen, zolang niet
is voldaan aan de afspraken om de huidige ID-plichtwet te evalueren. Want sinds
23-5-08 liggen deze plannen ter beoordeling bij de Tweede Kamer.
Het parlement wordt op deze manier dus gevraagd om, zonder
maatschappelijk debat of democratische besluitvorming over de eigenlijke
doelstellingen, akkoord te gaan met het invoeren van een Algemene
identificatieplicht en met het opzetten van een nationale biometrische databank
van alle inwoners van ons land.
Geen discussie, geen afweging over de doelstelling, geen
boodschap aan waarschuwingen vanuit de wetenschap of bezwaren uit de
samenleving, is ook het bekende repertoire van rechts en recht door zee.
Daarmee worden de Tweede en Eerste kamerleden medeplichtig
gemaakt aan maatregelen die het kabinet doordrukt. Als het misloopt kunnen de
huidige machthebbers de vermoordde onschuld spelen door de Kamer te verwijten
dat ze hun plannen maar niet hadden moeten goedkeuren.
Zo trachten CDA en VVD hun wens te verwezenlijken om een
systeem te realiseren waarbij:
A. Van alle inwoners van ons land constant al hun
bewegingen, contacten en bestedingspatronen worden geregistreerd.
B. Van iedereen een elektronisch dossier wordt aangelegd,
wat als preventief strafdossier kan dienen en geschikt is om een risicoprofiel
uit te destilleren.
C. Het de bedoeling is dat mensen, uit angst omdat ze in de
gaten worden gehouden, hun gedrag in overeenstemming brengen met de wensen van
de overheid.
D. Mensen die niet voldoen aan de eisen die de overheid
stelt, gestraft, geïsoleerd of het land uitgezet kunnen worden.

Zegt de ene B tegen de andere B:
Wel eens aan gedacht dat je maatregelen zich ook tegen
jezelf kunnen keren?