Juridische
aspecten
- Wat betekent
de ID-plicht in de praktijk?
- klachten
Wat
betekent de ID-plicht in de praktijk?
De wet bepaalt dat vanaf 1 januari 2005 iedere Nederlandse
burger vanaf 14 jaar verplicht is gesteld om een geldig legitimatiebewijs te
tonen als daar om wordt gevraagd door een daartoe bevoegde ambtenaar.
Hiermee is een fundamenteel grondrecht te niet gedaan.
Namelijk het recht om in je eigen land vrij te kunnen gaan en staan waar je
wilt zolang je niemand lastig valt of benadeeld.
Iedere vrije burger is met ingang van 2005 een potentiële
verdachte geworden die ten alle tijde verplicht is om zijn persoonsgegevens aan
de politie bekend te maken tenzij hij voor het recht om anoniem te blijven 12
uur celstraf overheeft.
Aangezien de grote inbreuk die dit maakt op de persoonlijke
vrijheid van iedereen, zonder dat vooraf is onderzocht of deze maatregel wel
aan een vooraf vastgestelde doel beantwoordt en of dat doel op andere wijze
niet was te bereiken, is de ID-plichtwet strijdig met de fundamentele Rechten
van de Mens, zoals die zijn neer gelegd in de Europese Verklaring. (EVRM)
Aan de plicht om je te laten identificeren kan officieel
enkel worden voldaan met een geldig paspoort, ID-kaart of rijbewijs.
Wie zich niet aan de wet houdt kan een bekeuring krijgen of gearresteerd worden.
Dat betekent juridisch dat iemand die de Nederlandse
nationaliteit heeft, hier geboren en getogen is, waarvan zijn familie al sinds
mensenheugenis hier woont en die nooit de wet heeft overtreden, eigenlijk niet
op straat mag lopen als hij geen geldig identiteitsbewijs heeft.
Hoezo, niks te vrezen? Wie een gechipt biometrisch paspoort
onacceptabel vind KAN geen identiteitsbewijs meer krijgen van de overheid omdat
die geen alternatief biedt voor deze groep mensen.
Als de wet daadwerkelijk tot doel zou hebben om de
identiteit te kunnen vaststellen van mensen zou niemand van wie bekend is wie
hij of zij is, en niemand die op wat voor manier dan ook kan aantonen wie hij
is, lastig gevallen worden door deze wet.
Maar aangezien het doel van de wet niet het identificeren
van personen is, maar het tonen van geldige identiteitspapieren, loopt iedereen
die zich op verzoek gewoon bekend maakt het risico dat hij een boete krijgt of
gearresteerd wordt.
Zo ontstond de vreemde praktijk dat er duizenden mensen een
boete kregen of achter slot en grendel werden gezet terwijl ze aan de hand van
bankpasjes, abonnementskaarten, agenda’s, bankafschriften of dergelijke
gegevens uitstekend duidelijk hadden gemaakt wie ze waren.
We kregen meldingen van iemand die 16 persoonsgebonden
bewijzen, tot en met een huurcontact toe, toonde toen hij zich in de trein
moesten identificeren om het uitschrijven van een boete voor te vroeg in de
trein stappenmogelijk te maken En het is van al die duizenden mensen die
inmiddels een ID- boete kregen wel erg opzichtig dat de overheid uitstekend
weet met wie men te maken heeft en waar de rekening naar toe gestuurd moet
worden.
Mensen die op verzoek zelfs een kopie van hun officiële
ID-bewijs lieten zien en het officiële document wilden ophalen of laten ophalen
door iemand, bleken in grote getale toch ID-boetes te krijgen. Zo zijn er nogal
wat ouders die hun kind een kopietje meegeven omdat ze het te gevaarlijk vinden
om hun kind met een officieel ID-bewijs te laten rondlopen. Zelfs ouders die op
de achterkant een telefoonnummer noteerden waar ze bereikbaar waren om de
identiteit van hun kind te bevestigen en zo nodig het officiële bewijs te komen
laten zien, werden niet gespaard voor boetes die hun kroost opliep of
telefoontjes dat de kinderen op het politiebureau zaten.
Zelfs mensen die voor hun eigen deur worden gesommeerd een
ID-bewijs te tonen en het binnen wel even willen pakken, krijgen van een
bepaald slag opsporingsambtenaren die gelegenheid niet eens. Wie even de
parkeermeter wil bijvullen, of bij de overbuurvrouw wat wil aanreiken en dat
waagt te doen zonder rijbewijs of geldig ID, kan met de strikte toepassing van
de ID-plicht te maken te krijgen.
De toepassing van de
wet die identificatie beoogt maar mensen waarvan duidelijk is wie ze zijn
strafbaar stelt puur omdat ze dat niet met geldige papieren aantonen, is
strijdig met zijn eigen intentie.
Op grond hiervan alleen al is het ons inziens legitiem als
mensen zich middels burgerlijke ongehoorzaamheid tegen deze wet verzetten.
Het is bovendien een
wonderlijke wet omdat hij iets voorschrijft wat niet kan. Je moet namelijk
onmiddellijk een ID-bewijs kunnen tonen maar dat hoef je niet bij je te hebben.
Op grond hiervan zou het toch mogelijk moeten zijn om iedere
rechtzaak van mensen die niet in de gelegenheid werden gesteld om hun
identiteitspapieren te pakken/op te halen of op te laten halen, te winnen.
Hoewel iedere burger geacht wordt de wet te kennen schort
het daar bij de ID-plichtwet aan. Niet allen gewone burgers weten niet wat hun
rechten en plichten zijn, maar ook de mensen die de wet uitvoeren (bij politie
zowel als justitie) evenals de mensen
die er in de politiek over beslissen blijken niet goed op de hoogte te zijn.
Hoe zit de wet in elkaar?
De verplichting is ondergebracht in het strafrecht (artikel
447e Wetboek van Strafrecht).Dat betekent dat iedereen vanaf 14 jaar die niet
zo'n bewijs kan of wil tonen een strafbaar feit begaat waar maximaal 2250 euro
boete of vervangende hechtenis op staat.
Politiemensen en buitengewone opsporingsambtenaren hebben de
bevoegdheid de wet toe te passen.De identificatiecontroles moeten passen in het
kader van de taakuitoefening van de politieambtenaar of toezichthouder. Dat
betekent dat een
boswachter bijvoorbeeld enkel een ID-boete mag uitschrijven als hij iemand
om een ID-bewijs gevraagd heeft aan de hand van een aan het bos gerelateerde
taak.
De identificatiecontroles mogen geen doel op zich
zijn, maar dienen noodzakelijk zijn voor een redelijke taakuitoefening. Hier
rammelt de wet aan alle kanten want iedere opsporingsambtenaar moet zelf
uitmaken wanneer hij het nodig acht voor zijn taakuitoefening en nagenoeg
iedere uitleg hiervan voldoet.
In de praktijk komt het er op neer dat politieagenten,
inspecteurs van Bouw- en Woningdienst, boswachters enz. iedereen van 14 jaar en
ouder kunnen verplichten zijn of haar identiteitsbewijs(ID)te tonen.
Een ID-boete is enkel geldig als in het proces-verbaal
expliciet wordt omschreven waarom het in dit specifieke geval nodig werd
geacht, voor een redelijke taakuitoefening om naar legitimatie te vragen. Veel
agenten weten dit niet of trekken zich er niks van aan, maar
bonnen die uitgeschreven worden zonder deze vermelding zijn
ondeugdelijk en behoren bij de eerste kwaliteitskeuring op het bureau door de
verbaliserende instantie zelf al te worden ingetrokken/ verscheurd.
Zo blijkt dat buiten het daadwerkelijk uitdelen van bonnen
de ID-plichtwet ook gebruikt kan worden om mensen te intimideren. Want wie te verstaan
heeft gekregen dat hij op de bon werd geslingerd, en een geel papiertje, zijnde de kennisgeving van een proces-verbaal,
kreeg wordt niet in kennis gesteld als de bekeuring wordt ingetrokken en kan
nog weken op een acceptgiro van het Centraal Justitieel Incasso Bureau zitten
wachten.
De wet is ook een manier voor de politie om het van
hogerhand verplicht uit te schrijven aantal boetes te halen. Wat is er simpeler
om mensen voor te bekeuren als voetgangers en fietsers aanhouden en naar hun ID-bewijs
te vragen. Als de bekeuringen wegens ondeugdelijkheid worden ingetrokken maakt
dat voor het behalen van de quote niet eens uit omdat ondeugdelijke bekeuringen
niet worden afgetrokken
Een wettelijke beperking is vastgelegd dat op plekken waar
preventief gefouilleerd mag worden dit niet automatisch de bevoegdheid
meebrengt dat er op identiteit gecontroleerd mag worden. Dit is letterlijk
vastgelegd, maar menig politieagent blijkt hiervan niet op de hoogte.
De Identificatieplicht is uitdrukkelijk niet bedoeld als middel
op zich om van mensen hun identiteit te kunnen vaststellen.Toch zijn meer dan 40% boetes uitgedeeld zonder er sprake was van een
ander strafbaar feit.
De wet is bedoeld om
overtredingen tegen te gaan en gebruikt straf als disciplinering voor wie zich
niet aan de regels houdt. Daarom moet iemand die een overtreding begaat
daarvoor worden beboet en niet als bijvangst voor het feit dat hij een
overtreding begaat zonder geldig ID-bewijs een dubbele boete krijgen.
Toch vormt meer dan 35% van de boetes - bijvang bij kleine
overtredingen
Ook is het uitdrukkelijk verboden om van mensen enkel op
grond van het feit dat ze meedoen aan een openbare vergadering, een staking of
demonstratie hun identiteit vast te stellen. Het fundamentele grondrecht van
mensen om hun mening te uiten en te demonstreren mag niet aangetast worden
volgens de letter van de wet.
In de praktijk blijkt de ID-plichtwet echter een probaat
middel om iedereen die in dit land demonstreert te registreren of het
demonstreren onmogelijk te maken
In principe mag een agent geen wetsovertredingen uitlokken.
Maar zelfs hier hapert de toepassing van de wet zoals blijkt
uit al die gevallen dat mensen nodeloos worden lastig gevallen met pesterige ID
controles, waarna men wegens zogenaamde
belediging van een ambtenaar in functie, ordeverstoring of niet opvolgen
van een dienstbevel al vlot in aanmerking komt voor meerdere bonnen.
Wat nog een beetje helpt tegen het overijverig uitschrijven
van bonnen is dat de opsporingsambtenaar die een ID-bewijs vordert, zelf ook
gehouden is aan de politiewet om zijn naam of
nummer bekend dient te maken. Een agent in burger is dat automatisch verplicht
en een agent in uniform moet dat op verzoek doen. Veel mensen weten dit niet of
realiseren zich pas achteraf dat het moeilijk klagen is als je niet weet met
wie te maken hebt gehad en verrassend vaak hoorden we dat agenten ongestraft de
hand met deze verplichting lichten.
Dat degene die om ID bewijs vraagt zelf ook verplicht is
zich middels naam of nummer te legitimeren blijkt in de praktijk heel vaak de
hand mee te worden gelicht.

In grote lijnen komt het er bij de ID-plichtwet op neer dat
mensen afhankelijk zijn van de willekeur van de individuele gezagsdrager die
naar eigen inzicht en afhankelijk van zijn humeur kan beslissen of hij vind dat
iemand die geen geldige persoonsbewijs bij zich draagt op grond van het
overtreden van de ID-plichtwet bestraft kan worden.
Wie het er niet mee eens is als hij of zij beboet wordt kan
daar over in discussie gaan, over mopperen en weigeren om aan het bevel te
voldoen, maar loopt het risico een bon te krijgen of opgepakt te worden.
Wie gearresteerd wordt krijgt onmiddellijk straf en kan
hoogstens achteraf in het gelijk gesteld worden, maar daarmee wordt een
onrechtmatige arrestatie niet ongedaan gemaakt.
Wie gearresteerd wordt en zich beroept op het recht om niet
mee te werken aan zijn eigen veroordeling en daarom anoniem wil blijven, wordt
onderworpen aan het maken van een pasfoto en afname van vingerafdrukken die in
het dossier van politie en justitie worden opgenomen.
Wie volkomen in zijn
recht staat wanneer de ID-plicht onrechtmatig wordt toegepast en derhalve geen
gehoor wenst te geven aan zo’n bevel wordt op grond van die weigering als
crimineel behandeld en geregistreerd(
zonder dat de gegevens ooit uit de
registers te verwijderen zijn)
Men kan officieel alleen achteraf zijn gelijk halen door
klachten in te dienen of via de rechtbank in het gelijk te worden gesteld.
Wie volgens de opsporingsambtenaar in aanmerking komt voor
straf wegens het niet voldoen aan de ID-plicht hoort een kennisgeving van een
bekeuring of een proces-verbaal het ontvangen.
Toch gebeurt het herhaaldelijk dat mensen helemaal niet te
horen hebben gekregen dat ze een ID-boete zouden krijgen maar dit pas ontdekken
als de post uit Leeuwarden komt. Vooral de spoorwegpolitie maakt veelvuldig
gebruik van deze ‘conflictvermijdende’ wijze van verbaliseren.
Het gebeurt zelfs regelmatig dat mensen, zelfs nadat ze een
nacht in de cel opgesloten hebben gezeten zonder enig schriftelijk bewijs het
bureau uit worden gezet. Waarover je dan
weer een klacht moet indienen zodat in de dagrapportage teruggezocht dient te
kunnen worden wie er op dat ovenblik dienst had en wat er is voorgevallen.
Van dak- en thuislozen en mensen die niet in ons land
gevestigd zijn kan men contante betaling eisen. Een maatregel die menig
hulpverleningstraject om mensen via schuldsaneringsprojecten uit de financiële
penarie te helpen naar de haaien heeft geholpen. Daklozen en zogenaamde
veelplegers moeten buiten hun schuldhulpverleningsprogramma om vaak weer bij
vrienden of familie om geld aankloppen om hun boetes te betalen en wie dat geld
niet bij elkaar wordt opgeborgen om de schuld af te lossen en kan in die tijd
niet naar school, de tandarts of naar een net verworven werkkring.
Een gang van zaken die
zeker in het licht van het
hoge aantal drugsverslaafden en dak-en thuislozen die op ID-bewijzen
gecontroleerd worden, een criminele oplossingvoor een sluitend
draaideursysteem genoemd mag worden.
Wie een bekeuring krijgt en daar tegen wil protesteren kan
een klacht
indienen tegen de politie of de opsporingsdienst die de aanhouding
verrichtte.
Een klacht over het politieoptreden moet u deze
indienen bij het regionale klachtenbureau van het betreffende
politiekorps. Een conflict met een agent of een politiekorps is namelijk een
regionale aangelegenheid. Het valt daarom onder de verantwoordelijkheid van
de korpsbeheerder. De korpsbeheerder moet ervoor zorgen dat er
een onderzoek naar uw klacht wordt ingesteld en dat uw klacht wordt
afgehandeld. In de praktijk gebeurt dat door de klachtencoördinator van het
korps. Hier
vindt u de adressen van de politieregio’s waar u uw klacht kunt indienen.
In principe moet men bij de politie desgevraagd geholpen
worden met het indienen van een
schriftelijke klacht.
Wie vlot een klacht indient vóór het CIJB een transactie
voorstel verstuurd maakt een goede kans dat de boete wordt ingetrokken. Verder
moet men zich geen andere illusies maken over het klachtencircuit dan dat het
een intern leermoment voor de politie zelf bedoeld te zijn. Men krijgt hooguit
excuses en daarmee is de kous af.
Wie vind dat de klacht niet naar behoren is behandeld kan
dit aankaarten bij de Nationale Ombudsman .
Hoewel men hier eigenlijk niet anoniem een klacht mag indienen bestaat hiervoor
een uitzonderingsconstructie. Deze geldt, tot nu toe, enkel voor gevallen
waarin mensen gerede angst hebben om vervolging te vrezen, als hun naam bekend
wordt bij de instantie die zij aanklagen. Via een tussenpersoon die wel de
identiteit kent kan bij hoge uitzondering dan toch een klacht voor behandeling
in aanmerking komen.
Het Meldpunt heeft er, tot op heden tevergeefs, op aan
gedrongen dat deze regeling ook zou dienen te gelden voor mensen die anoniem
willen blijven en niet via het klachtencircuit alsnog in de justitieregisters
terecht willen komen, al hebben ze niets strafbaars gedaan.
De Ombudsman heeft zich wel bereid getoond om coulant om te
gaan met de regel dat een klacht binnen een jaar ( nadat men alle reguliere wegen
heeft bewandel), dient te worden ingediend. Vanwege het trage en vaak
ondoorzichtige justitiële circuit zitten mensen in de regel bijna 2 jaar te
wachten op een oproep voor de rechtbank die nooit komt.
Wie vindt dat er sprake was van discriminatie( naar ras,
leeftijd, sekse of anderszins doet er goed aan dit te melden bij een anti-discriminatiebureau.
Als de bon niet wordt ingetrokken gaat hij doorgaans naar het
Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB), al bestaat de mogelijkheid om met een
"Tobias aantekening" aan te geven dat het transactievoorstel niet
nodig is omdat betrokkene of het OM zelf de zaak in ieder geval aan de rechter
wil voorleggen.
Maar doorgaans stuurt het CJIB een acceptgiro, zelfs in de
gevallen dat mensen lieten aantekenen dat ze op principiële gronden naar de
rechter willen.
De acceptgiro is een schikkingsvoorstel om de straf af te
kopen. Wie van het CJIB
een acceptgiro uit Leeuwarden gestuurd
krijgt vergist zich als hij denkt dat dit een boete betreft die je moet
betalen. Veel mensen weten dat niet wat ook niet zo verwonderlijk als je
bedenkt dat velen op grond van deze omstreden wet voor het eerst van hun leven
met Justitie in aanraking zijn gekomen.
Een krappe helft van de aanschrijvingen wordt betaald, uit onwetendheid, om van
het gezeur af te zijn, omdat men bang is een deurwaarder aan de deur te
krijgen, of omdat men gewoon gezagsgetrouw de overheid vertrouwd of vind dat
het een schade is om voor het gerecht gedaagd te worden.
De post van het CJIB heet officieel een transactievoorstel.
Dit is een voorstel om in ruil voor een schuldbekentenis de straf die je
verdiend (€ 2250 of vervangende hechtenis) af te kopen.
Wie het niet met het voorstel eens kan in dit stadium
nergens bezwaar maken maar moet dit laten blijken door niet te betalen.
Toch hebben duizenden mensen die het helemaal niet eens
waren met de bekeuring betaald en op deze manier, zonder dat ze dat beseffen,
schuld bekend voor iets waar ze het niet mee eens zijn.
Het Meldpunt Misbruik Identificatieplicht is van mening dat
voor alle mensen die op onrechtmatige wijze zijn aangehouden ook al hebben ze
door te betalen formeel toegegeven dat ze fout waren, deze wijze van afdoening
terug gedraaid moet worden. Iedereen die op onrechtmatige wijze is beboet hoort
zijn geld uit de staatskas terug te krijgen. Aangezien na bijna 3 jaar ID-plichtwet de cijfers
vrijwel constant aantonen dat het overgrote
deel van de ID-boetes niet conform de richtlijnen van de wet en/of tegen de
intentie van de wet zijn uitgeschreven zou het van fatsoen getuigen als de
overheid zelf het initiatief neemt om de oneigenlijk verkregen inkomsten
van geïnde ID-boetes te restitueren.
Hiermee zou de regering ook recht doen aan het gelijkheidbeginsel
wat aan onze samenleving ten grondslag ligt in plaats van ook deze peiler van
onze rechtsstaat onder de versluierende
benaming “relativeren”aan te tasten. Het is namelijk evident dat je de burgers
niet met gelijke maatstaven behandeld als je het geld uit de zak klopt van
mensen die zo dom of braaf zijn om te betalen, en van de anderen de zaak niet
door te zetten.
Officieel is het regel dat als mensen het transactie
voorstel niet betalen de zaak wordt doorgestuurd naar het parket.
Daar wordt de zaak aan de Officier van
Justitie voorgelegd. Die beslist of de zaak doorzet of besluit dat een
verdachte niet zal vervolgen, dat laatste wordt ‘sepot’ genoemd. In Rotterdam
en Utrecht liet de persvoorlichting zowel aan het Meldpunt als aan de pers
weten dat ruim 80% van de zaken die aan het parket worden aangeleverd als
kansloze zaken bij voorbaat worden geseponeerd. Minister Donner spreekt in de
Tweede Kamer echter over 14%
en 12% voor respectievelijk 2005 en begin 2006.
Het Openbaar Ministerie bepaald in het algemeen of
mensen hun zaak aan de rechter kunnen
voorleggen. Wie persé wil dat zijn zaak voorkomt kan daar via een
klachtenprocedure bij de Nationale Ombudsman op aan dringen, maar de uitkomst
is onzeker omdat men in deze gevallen geen recht op een rechtzaak heeft.
Wie bij de rechtbank wordt aangeklaagd krijgt een
dagvaarding voor het kantongerecht.
In de dagvaarding die
u ontvangt kunt u lezen welk feit de officier van justitie u ten laste legt.
Het niet voldoen aan een vordering inzake de wet op de Uitgebreide ID-plicht is
geen overtreding maar een strafzaak. In de dagvaarding leest u waar en wanneer
de behandeling van uw zaak ter terechtzitting zal plaatsvinden. Op de
achterkant van de dagvaarding vindt u informatie over de rechten waarvan u
gebruik kunt maken, zoals het recht op een tolk en het recht op rechtsbijstand.
Als u de Nederlandse taal niet of niet voldoende beheerst, kunt u de officier
van justitie om een tolk vragen.
Misschien vindt u dat
u ten onrechte bent gedagvaard. U kunt dan bij de griffie van de rechtbank een
bezwaarschrift indienen. U hebt hiervoor 8 dagen de tijd. Het bezwaarschrift
richt u aan de rechtbank waar u moet voorkomen. In het bezwaarschrift
omschrijft u zo duidelijk mogelijk waarom u het niet eens bent met de
dagvaarding. Bijvoorbeeld omdat u meent dat u niet schuldig bent.
Op in dit stadium
heeft een bezwaar indienen voor een van de resterende 20% van de helft van alle
boetes, soms nog tot gevolg dat de rechter het bezwaar gegrond verklaard of de
zaak niet ontvankelijk verklaard. Is dat niet het geval dan komt de zaak voor
en begint het strafproces.
Wie een oproep van de
rechtbank krijgt staat het vrij om al dan niet te verschijnen. De zaak dient
hoe dan ook, tenzij hij wordt uitgesteld wegens verhindering omdat iemand
uitstel heeft aangevraagd. Bijvoorbeeld wegens het feit dat hij in het
ziekenhuis ligt.
Voor het niet tonen van een geldig identiteitsbewijs
kan de rechter een veroordeling
uitspreken van maximaal met € 2.250 of vervangende hechtenis.
Maar tot nu toe wordt als regel mensen die veroordeeld
worden vanaf 16 jaar tot € 50/€ 51 opgelegd en berekent men kinderen van 14- en
15 jaar een gereduceerd tarief van € 25.
Normaal verhoogt de Officier van Justitie het bedrag voor
een boete van €50 met een tientje en eist dan € 60, maar omdat het een goed recht
is van iedere burger om zich voor de rechtbank te verdedigen behoort de gang
naar de rechtbank niet beboet horen te worden met een financiële sanctie.
Het Openbaar Ministerie probeert soms wel om een verhoging
van 10 euro te eisen, maar na de eerste paar rechtzaken in Leeuwarden blijkt
uit de uitspraken dat rechters daar in de regel niet in mee gaan.

Op 28
september 2005 ontstond tijdens de eerste bulkzitting in Utrecht binnen de kortste keren jurisprudentie.
Tijdens de 181 rechtzaken die in Utrecht dienden, werden de mensen die verstek
lieten gaan in eerste instantie tot 60 euro veroordeeld. De boete voor wie aan
de oproep gehoor had gegeven, en niet werd vrijgesproken, bleef gelijk of werd
minder als persoonlijke omstandigheden daar aanleiding toe gaven. Maar nadat de
demonstranten tegen de ID-plicht die op het plein vóór de rechtbank
demonstreerden aanmerkingen maakte dat dit betekende dat mensen die verstek
lieten gaan bijgevolg wel in hoger beroep konden gaan in tegenstelling tot wie
voor €50 of minder werd veroordeeld. De suggestie om symbolisch €51 te
vonnissen voor mensen die in hoger beroep willen gaan, werd prompt overgenomen
en is tot op de dag van vandaag jurisprudentie.
Praktische gang van zaken is dat de rechter de gedaagde in
de gelegenheid stelt om zich te verdedigen of persoonlijke omstandigheden aan
te dragen.
Hij of zij zal nog wat toelichting vragen aan de gedaagde en
de aanklager over de feitelijke gang van zaken. Tenslotte krijgt de gedaagde
“het laatste woord”. Dit is meestel de enige gelegenheid die aangegrepen kan
worden om echt een principieel statement af te
leggen over dat de wet ongelijkheid in de samenleving bevordert, de zwakkeren
in de maatschappij dupeert, haat tegenover vreemdelingen aanwakkert,
machtsmisbruik oproept enz.
Aangezien er een scheiding van machten is moet
de(kanton)rechter wetten uitvoeren en mag hij niet op de stoel van de wetgever
gaan zitten door zich inhoudelijk over de wet uit te laten.
Maar natuurlijk zijn er veel
mogelijkheden om aan de hand van praktische bezwaren aan te tonen dat
het toepassen van de wet niet deugt. Zo kan er sprake zijn van willekeur of van
discriminatie. Onevenredigheid valt aan
te voeren als de boete in geen verhouding staat tot een futiele overtreding.
Rechtsongelijkheid, en discriminatie
zijn ook van die aspecten. Het argumenten dat het vorderen van papieren onterecht was omdat de verbalisant wist of kon weten wie hij voor zich had horen
natuurlijk tot vrijspraak te leiden want met een veroordeling zou de rechter in
dat geval een vrijbrief geven aan
opsporingsambtenaren om mensen lukraak naar identificatie te mogen gaan vragen
en dat is volgens mag volgens de wet niet. Ook wil het nogal eens voorkomen dat
mensen in eerste instantie naar hun ID-bewijs gevraagd wordt omdat ze een
overtreding begaan, maar vervolgens enkel worden vervolgd voor het niet voldoen
aan de ID-plicht. Dat is een duidelijke situatie waarin aangetoond kan worden dat
er geen sprake is van een redelijke taakuitoefening en vervolging daarom
onrechtmatig is.
De rechter doet gelijk aan het eind van de zitting mondeling
uitspraak en alleen het vonnis wordt bij de
rechtbank geregistreerd.
Het vonnis kan variëren van vrijspraak, tot veroordeling
zonder strafoplegging, vermindering van de eis van de aanklager of een hogere
straf. Een veroordeling is altijd vervat in de tekst van de opgelegde boete of
de vervangende hechtenis die daaraan gelijk staat.
Er worden door de rechtbank griffie geen verslagen van deze
zittingen gemaakt.
De zaken voor kinderen worden achter gesloten deuren
behandeld, de andere zaken zijn openbaar.
Het verdient aanbeveling dat mensen die moeten voorkomen
zorgen dat ze niet alleen gaan maar ervoor te zorgen dat er mensen op de
publieke tribune meeluisteren.
N.B. Een gedaagde moet zich legitimeren maar publiek hoeft
dat niet. Voor de veiligheid volstaat het dat zij door bewakingspersoneel op
eventueel verboden spullen worden gecontroleerd en die inleveren zolang ze in
het gebouw zijn.
Wie is vrijgesproken wordt verondersteld daar tevreden mee
te zijn maar is nodeloos lastig gevallen zonder dat daar enige genoegdoening
tegenover staat en kan ook niet doorprocederen om de wet via een hogere
rechtbank te laten terug draaien.
Wie onrechtmatig heeft vastgezeten kan daarvoor een
schadevergoeding krijgen, maar daarmee wordt de
vrijheidsberoving niet ongedaan gemaakt.

Na een veroordeling kan men, onder bepaalde voorwaarden, in
hoger beroep gaan bij een meervoudige strafkamer. De mogelijkheden daartoe zijn
in 2007 echter drastisch ingeperkt. Ook het OM kan dat doen als ze zich niet
bij de uitspraak van de rechter willen neerleggen.
Dit gebeurde in de
zaak van de vredesactivisten
die in eerste instantie door de kantonrechter in het gelijk waren gesteld en
vrijgesproken.
Als de rechtsgang niet correct verloopt, is de laatste
juridische mogelijkheid op nationaal niveau een cassatieverzoek
indienen bij de Hoge
Raad.
Tot nu toe zijn cassatieverzoeken niet ontvankelijk
verklaard.
De vredesactivisten werden in hoger beroep alsnog veroordeeld
terwijl de meervoudige strafkamer bijna een jaar later in een vergelijkbare
zaak het vonnis
van de kantonrechter verwierp en de verdachte vrijsprak.
Tenzij men in hoger beroep gaat moet men vervolgens betalen
of men belandt in de gevangenis. Met aantekening op het "justitieel
register", waaruit geput kan worden als iemand een bewijs van goed gedrag
komt halen.
Hoger beroep aantekenen en doorprocederen zou uiteindelijk
moeten kunnen leiden tot het Europese Hof voor de Rechten van de mens in
Straatsburg. Daar kan men in principe aanhangig maken dat de Nederlandse
ID-plichtwet in strijd is met de Rechten van de Mens en Rechten van het Kind.
Dit Hof heeft de macht om de regering te dwingen de wet in te trekken.
Maar praktisch werkt dat systeem niet als alle zaken
voortijdig worden geseponeerd en iedereen die wil doorprocederen wordt
vrijgesproken.

Om een lang juridisch verhaal kort
te maken komt het er in feite op neer dat door invoering van de Wet op de
Uitgebreide Identificatieplicht iedere burger sinds 2005 als potentieel
verdachte wordt beschouwd. En dat het iedereen, die het waagt om zonder geldig
identificatiebewijs onder handbereik te leven
kan overkomen dat hij een bekeuring krijgt of gearresteerd wordt.
Of men nou vredig op het strand ligt
te soezen, de ramen zeemt, een brood haalt bij de bakker of om de hoek of de
hond uitlaat niemand is meer veilig voor de lange arm van een humeurige oom of
tante agent