Biometrie
- Welke vormen van biometrie worden gebruikt om mensen te identificeren?
Alle levende wezens mensen, dieren en ook planten hebben unieke kenmerken. Door deze eigen kenmerken onderscheiden ze zich van andere wezens. Veel unieke, persoons,- dier of - plant gebonden kenmerken zijn met de moderne techniek te meten en vast te leggen.
Biometrie betekent letterlijk het meten van levende wezens.
Het woord is afgeleid van de Griekse woorden bios = leven en metron = maat.
Deze kenmerken kunnen door toepassing van wiskundige principes (algoritmen) met computerprogramma’s worden omgezet in een unieke cijferreeks. Zo’n kenmerk wordt dan dus omgezet in een digitale code zodat een computersysteem waarin die code van dat lichaamskenmerk is ingevoerd, een persoon, dier of plant met dat kenmerk kan herkennen.
Biometrische kenmerken zijn bij de mens de vingerafdrukken, gezichtskenmerken, de iris, de lijnen van de vingerafdruk, vorm van de hand, de vorm van het oor en alle kenmerken waarmee we de ene persoon van de andere kunnen onderscheiden. Ook gedragseigenschappen en de manier waarop iemand zich beweegt, het schrift, de stem en de lichaamsgeur vallen hieronder. Ook een DNA profiel is een biometrisch kenmerk.
Met de term biometrie duidt men sinds het eind van de 20e eeuw niet alleen het principe van vastlegging maar rechtstreeks de identificatiemethode op basis van unieke lichaamskenmerken van personen en dieren aan.
terzijde:
Waar
gekloonde levensvormen exacte kopieën opleveren worden zij geen afzonderlijke
specimen maar blijven ze, hoewel fysiek gescheiden onderdeel
van één
wezen. In die gevallen zullen fysieke wezens
uiteindelijk toch weer moeilijk als uniek te identificeren zijn, hoewel ze
bijvoorbeeld wel afzonderlijk
van elkaar ziektes kunnen verspreiden. Dan is de biometrische identificatie,
die in de dierenwereld juist i.v.m. uitbreken van ziektes zo sterk
gepromoot wordt, uiteindelijk toch niet doeltreffend.
De lichaamskenmerken van ieder wezen die hen van iedere ander in hun soort onderscheiden vormen in principe de perfecte gegevens waarmee men levende wezens zou kunnen identificeren. Met biometrie duidt men het hele scala aan van identificatiemethodes die gebruik maken van lichaamskenmerken. Zoals het identificeren met iets dat je hebt, zoals een paspoort, iets dat je weet, zoals een PIN-code, of rechtstreeks met een lichaamskenmerk zelf.
Meten is weten en wie de juiste unieke gegevens van iemand kan vastleggen, zou aan de hand van deze gegevens onomstotelijk kunnen vaststellen dat exact overeenkomende gegevens niet tot een ander wezen kunnen behoren. Dat is het principe maar dat wil nog niet zeggen dat men dat ook in de praktijk kan. Onomstotelijk bewijs tot identificatie kan alleen verkregen worden als de lichaamskenmerken correct zijn vastgelegd en op de juiste wijze worden geïnterpreteerd. Dat blijkt in de praktijk heel wat moeilijker dan de voorstanders van biometrische identificatiemethoden willen doen voorkomen.
De bezwaren tegen biometrische identificatiemethodes spruiten voor een deel voort uit de praktische gevaren die de methodes met zich meebrengen. Waar fouten worden gemaakt met identificatie aan de hand van lichaamskenmerken komt de mens, die niet degene is waarvan de computers en de wetenschap menen te kunnen bewijzen dat hij dat wel is, tegen een onneembaar bastion te staan.
Een ander bezwaar tegen biometrische identificatiemethoden is van principiële aard. Niet iedereen vind het namelijk acceptabel dat zijn of haar unieke lichaamskenmerken worden geregistreerd door apparaten en tot digitale opslag van een code worden omgezet.
Zo’n code wordt een zelfstandig gegeven wat synoniem zou zijn aan de echte persoon, de mens wordt daardoor dan letterlijk tot een nummer gereduceerd. Zo’n code kan zelfs los van de persoon zelf gaan functioneren waarbij de echte persoon enkel nog als een persoonsnummerdonor waarde heeft.
Vanuit ethische, religieuze, spirituele of godsdienstige
redenen kan men bezwaar hebben tegen biometrie. Mensen die vinden dat de
methode een inbreuk vormt op hun lichamelijke integriteit kunnen zich
staatsrechtelijk beroepen op hetgeen in de Nederlandse Grondwet
is vastgelegd.
Welke vormen
van biometrie worden gebruikt om mensen te identificeren?


Mensen kunnen op verschillende gronden bezwaar hebben tegen vastlegging van hun biometrische kenmerken, die ook nog worden vastgelegd in op afstand uitleesbare RFID-chips. Meestal hebben mensen tegen beiden bezwaar.
Er is sprake van gewetensbezwaren als mensen op grond van hun geloof of levensovertuiging vinden dat de integriteit van hun lichaam wordt geschonden wanneer men gedwongen wordt om lichaamskenmerken te laten registeren en om te laten zetten in digitale gegevens.
De bezwaren kunnen ook zuiver stoelen op angst en of weerzin tegen een systeem van verregaande persoonsregistratie waarbij de virtuele persoonsgegevens een leven los van de mens zelf gaan leiden, en de mens dus letterlijk tot een nummer wordt gereduceerd.
Nationale en Europese plannen
voor biometrische identificatie moeten onmiddellijk worden stopgezet,
zolang er geen fundamentele discussie heeft plaatsgevonden over de mogelijke
nadelen. Dat stelt de voorzitter van de International Biometric Foundation,
Julian Ashbourn, in een rapport
in 2006. Volgens Ashbourn zijn claims dat biometrie en
identiteitsmanagement effectieve wapens zijn om terrorisme en georganiseerde
criminaliteit te bestrijden niet objectief onderbouwd. Vooral de commerciële
sector, die grote belangen heeft bij de grootschalige introductie van
biometrie, zou zich schuldig maken aan propaganda.