Anno 2012 gelden als wettelijke verplichtingen:
1-Voor klanten die belastingplichtige diensten afnemen valt de klant onder de AWR en dienen nieuwe klanten minstens een zwart-wit papieren kopie van een geldig identificatiebewijs aan de bank te overhandigen.
2-Voor klanten die geen-belastingplichtige diensten afnemen valt de klant onder de WWFt en volstaat identificatie door het tonen van een geldig ID-bewijs en vastlegging van een formulier met voldoende gegevens, zijnde:
-naam, adres, woonplaats, en geboortedatum van de klant,
-datum van identificatie en handtekening van bankbediende die de identificatie bevestigt.
-type identiteitsdocument, uitgiftenummer en plaats van uitgifte van het getoonde identiteitsbewijs.
- handtekening van klant
dus GEEN Burger Service Nummer en GEEN afbeelding van het gezicht.
Als blijkt dat de bankadministratie niet op orde is, omdat de bank verzuimd heeft de gegevens correct vast te leggen van klanten die zich keurig volgens de regels hadden geïdentificeerd, is er sprake van een hiaat in de bankadministratie dat hersteld moet worden. Dat bleek het geval bij de recente her-identificatieactie van de Rabobank in 2008. In zo'n geval is het voldoende wanneer de betrokken klant de bank voor het herstellen van deze fout, tegemoet wil komen door zich te identificeren met een verlopen identiteitsbewijs en (indien de AWR van toepassing is) met het inleveren van een kopie van het ID-bewijs zoals dat ten tijde van de oorspronkelijke identificatie aan de bank werd afgestaan.
Lees meer over de voorgeschiedenis van de huidige Identificatieplicht voor financiële instellingen
Sinds jaar en dag dient iedereen die een contract met een bankinstelling aangaat zich voor aanvang van de inwerkingtreding van de bankdiensten te identificeren.Financiële instellingen waren sinds de invoering van de Wet Identificatie Dienstverlening (WID) en Algemene Wet Rijksbelastingen (AWR) bij wet verplicht zich in te spannen om te constateren dat hun klanten daadwerkelijk de persoon waren waarmee men zaken deed. Om dit te kunnen controleren diende de bank daartoe in de bankadministratie voldoende gegevens vast te leggen ten bewijze dat men aan deze identificatieplicht had voldaan.
Voor klanten die belastingplichtige diensten afnamen was de AWR van toepassing.
Voor klanten die geen belastingplichtige diensten afnemen gold de WID en bij ongebruikelijke transacties ook de Meldplicht Ongebruikelijke Transacties (MOT).
Om te voldoen aan de AWR moesten banken een kopie vastleggen van het document waarmee klanten zich identificeerden. Daarvoor was het voldoende om een door de klant verstrekt zwart-wit papieren kopie van het ID-bewijs in de administratie te bewaren.
Hoe de instelling dat bewaarde werd niet bij wet geregeld en viel onder de verantwoordelijkheid van de betrokken instelling zelf.
Om te voldoen aan de WID hoefde geen ‘kopietje paspoort' te worden vastgelegd en was het voldoende om een formulier in te vullen met de volgende gegevens:
-naam, adres, woonplaats, en geboortedatum van de klant,
-datum van identificatie en handtekening van bankbediende die de identificatie bevestigt.
-type identiteitsdocument, uitgiftenummer en plaats van uitgifte van het getoonde identiteitsbewijs.
- handtekening van klant
dus GEEN Sociaal- fiscaal (Sofi) nummer en GEEN afbeelding van het gezicht.
Identificatieplicht banken 2005
In de Wet op de Uitgebreide ID-plicht (WU-ID), die 1 januari 2005 van kracht, werden voortaan voor de Nederlands burger alleen paspoorten, ID-bewijzen en (in sommige gevallen) rijbewijzen als officiële identificatiedocumenten aangemerkt.
Banken moesten voortaan van nieuwe klanten het tonen van een dergelijk identiteitsbewijs eisen, terwijl het voordien voldoende was geweest als mensen maar documenten of papieren toonden waaruit duidelijk kon worden opgemaakt wie ze waren.
De WU-ID introduceerde ook de verplichting dat burgers zich in veel gevallen met een geldig identiteitsbewijs te moeten identificeren, terwijl het voordien geen harde verplichting was dat de geldigheidsdatum van een identificatiebewijs niet verlopen mocht zijn zolang maar geconstateerd kon worden dat iemand daadwerkelijk de persoon was waarvan de gegevens in het document overeenkwamen met die van de drager van het document. Een verlopen paspoort tonen was bijvoorbeeld ruimschoots voldoende om zakentransacties te sluiten of geld op te nemen, zolang de drager maar geen dermate grote gedaanteverwisseling had ondergaan dat identificatie ermee niet meer mogelijk was.
De aangescherpte wetgeving had betrekking op nieuwe klanten,zo staat duidelijk in de Circulaire ‘Wid-herstelacties banken' van De Nederlandsche Bank (15-6-2006) te lezen: klanten waarvan men in het verleden de identiteit had vastgelegd hoefden zich niet aan een her-nieuwde identificatieplicht te onderwerpen.
Het enige wat dus werkelijk wettelijk veranderde in 2005 was dat nieuwe klanten van een financiële instelling een geldig identiteitsbewijs moesten tonen.
Elders op deze website vind u meer informatie over hoe de invoering van de WU-ID de grote banken in Nederland aanzette tot een jarenlange onwettige her-identificatieactie. Waarbij klanten geïntimideerd en bedreigd werden dat men zich opnieuw moesten laten identificeren, omdat de WU-ID en de WID dezelfde wetgeving zou betreffen, omdat de WID ook vastlegging van een kopie van een ID-bewijs zou vereisen en zelfs omdat klanten verplicht zouden zijn om een digitale scan van hun ID-bewijs te laten maken.
Identificatieplicht banken vanaf 2008
In 2008 werden de Wet Identificatieplicht Dienstverlening en de Wet Ongebruikelijke Transacties samengevoegd tot de Wet ter voorkoming van Witwassen en Financieren van terrorisme, afgekort als de vrij onuitsprekelijke wet ‘WWFt'.
Daarmee veranderde niets aan de identificatieverplichtingen.
| < Vorige | Volgende > |
|---|





