Wet op de Uitgebreide Identificatieplicht (WU-ID)
Vanaf 1 januari 2005 is in Nederland iedere burger vanaf 14 jaar verplicht om een geldig legitimatiebewijs te tonen, als daar om gevraagd wordt. Aan de identificatieplicht kan enkel worden voldaan met een geldig paspoort, Nederlandse identiteitskaart of rijbewijs. De verplichting is ondergebracht in het strafrecht (artikel 447e Wetboek van Strafrecht).
Dat betekent dat iedereen vanaf 14 jaar die, na de eerste vordering daartoe, zo'n bewijs niet kan of wil tonen, veroordeeld kan worden voor een delict waar maximaal € 2250 boete of vervangende hechtenis op staat.
Men is volgens het Openbaar Ministerie strafbaar bij het niet onmiddellijk na de eerste vordering tonen van een geldig ID-bewijs maar kan dat op grond van de wettekst niet zijn omdat de wet geen draagplicht kent.

De Eerste Kamer heeft op 24 juni 2004 de Wet op de uitgebreide identificatieplicht aangenomen. De wettekst staat ingeschreven in het Staatsblad 2004, 300, Kamerstukken II 29 218
De Wet werd in overheidsinformatie ten onrechte afgekort als WID. De WID werd echter al sinds 1993 gebruikt als afkorting van een andere wet, namelijk van de Wet Identificatie Dienstverlening. Om verwarring en foute toepassingen van de wetten te voorkomen gebruikt het Meldpunt Misbruik Identificatieplicht de afkorting WU-ID voor de Wet Uitgebreide Identificatieplicht. En dit blijkt , uit de agendering van de evaluatie in de Tweede Kamercommissie 10-3-2011, inmiddels door het Rijk te zijn overgenomen.
De ministeriële uitleg van de WU-ID is vervat in de
Memorie van Toelichting vergaderjaar 2003-2004 nr. 29 218.De Richtlijnen voor de toepassing van de wet werden tot 1-1-2009 zijn vastgesteld in de "
Aanwijzing Uitbreiding Identificatieplicht" van het College van Procureurs-generaal geregistreerd onder nummer 2004A016. En later aangepast via de nieuwe richtlijnen ( de 2009A024) die tot 31-12-2013 geldig zijn. Informatie over kernbegrippen en documenten inzake deze wet en de parlementaire behandeling is te vinden in het archief van de
Eerste Kamer.
Bezwaren
tegen de Wet op de Uitgebreide Identificatieplicht

Er schort volgens het Meldpunt Misbruik Identificatieplicht veel aan de wet. Zowel wat betreft de inhoud van de wet, de manier waarop hij tot stand kwam, als wat betreft de richtlijnen voor de uitvoering, de daadwerkelijke uitvoering, en de afspraken om de wet op zijn merites te beoordelen. We behandelen deze bezwaren in dit hoofdstuk puntsgewijs:
Juridisch:
Deze wet druist in tegen de Universele verklaring van de Rechten van de Mens, Het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens en en de Rechten van het Kind. De wet tast het fundament van ons nationale rechtsstelsel aan. De klachten en bezwaarmogelijkheden zijn niet goed geregeld. De overheid houdt in de gaten hoe de toepassing uitwerkt: er is geen monitoring.
Principieel: Groot bezwaar tegen de wet is dat het de samenleving van mensen wil regeren op basis van wantrouwen, onderlinge angst en voor gevaar van buitenaf. Dit is in tegenspraak met de beginselen van een democratische rechtstaat.
De wet maakt een enorme inbreuk op de fundamentele burgerrechten op bescherming van de persoonlijke vrijheid van alle burgers. Het inperken van deze burgerrechten tast niet alleen het persoonlijke leven van de burger aan maar ook de wortels van onze samenleving als geheel.
De tendens om op allerlei gebied de menselijke omgang te vervangen door technische middelen is dom, gevaarlijk en niet in het belang van de mens.
Inhoudelijk is de wet ondeugdelijk omdat het doel van identificatieplicht niet overeenkomt met het strafbaar stellen van mensen omdat ze geen goedgekeurde documenten tonen.
Er zijn geen duidelijke regels wanneer de wet wel en niet van toepassing is.
Omdat in de wet niet is aangegeven waarvoor deze is bedoeld, brengt de wet de balans tussen overheid en burger uit balans. Het evenwicht tussen rechten en plichten is zoek.
Deze wet druist in tegen de Europese Verklaring van de Rechten van de Mens, en van de Rechten van het Kind.
Onze samenleving is gegrondvest op het ideaal van vrijheid, gerechtigheid en vrede. Uitgangspunt daarbij is dat dit alleen bereikt kan worden als de waardigheid en onvervreemdbare rechten van elk mens worden erkend en geëerbiedigd. De rechten van de mens zijn vastgelegd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, het Europese Verdrag voor de Rechten vande Mens art 8) en de Rechten van het Kind. Die bepalen dat iedereen recht heeft op leven, vrijheid en onschendbaarheid van zijn persoon ( art. 3 UVRM). Dat niemand onderworpen zal mogen worden aan willekeurige inmenging in zijn persoonlijke aangelegenheden, in zijn gezin, zijn thuis of zijn briefwisseling (art.12 UVRM) en dat ieder recht heeft zich vrijelijk te verplaatsen en te vertoeven binnen de grenzen van elke Staat (- art.13UVRM). Artikel 16 van het Verdrag inzake de Rechten van het Kind vermeldt in artikel 16, dat "privacy, familie, huis en post van kinderen moeten worden beschermd tegen inmenging van buitenaf". Analoog aan deze universele mensenrechten is het Europese Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en Fundamentele Vrijheden opgesteld. (EVRM)
Het fundamentele recht van iedere ingezetene om binnen de Staat vrij te kunnen gaan en staan waar men wil, mits men zich niet aan strafbare feiten schuldig maakt, is verleden tijd. Doordat de wet op de uitgebreide identificatieplicht het strafbaar stelt dat mensen zich zonder geldig persoonsbewijs in het openbaar bevinden wordt inbreuk gemaakt op een fundamenteel burgerrecht. De wet maakt inbreuk op de privacy, en het recht op bescherming daarvan, vanwege de vermelding van het Burger Service Nummer op het legitimatiebewijs. Hierdoor krijgt de opsporingsambtenaar die iemand vraagt zich te legitimeren automatisch de beschikking over gegevens die niets van doen hebben met het vaststellen van de juiste personalia.
In het kader van Artikel 8 van het Europese Verdrag van de Rechten van de Mens ( EVRM) had de regering vóór het invoeren van de wet duidelijk moeten aangegeven waarom een inbreuk in de persoonlijke levenssfeer noodzakelijk was. De Europese wetgeving verplicht dat, vóór de uitbreiding van de ID-plicht, eerst onderzoek gedaan had moeten worden of de problemen en het doel wat men wilde bereiken ook met andere minder ingrijpende middelen kon worden bereikt en dat er een zorgvuldige belangenafweging had moeten plaatsvinden tussen het beoogde doel en de vrijheidsbeperking die het gevolg zou zijn. Dat onderzoek heeft niet plaatsgevonden.
Voor juridische goedkeuring heeft minister Donner slechts een paar maatschappelijke problemen aangewezen zoals: hangjongeren, onbekende omstanders bij burenruzie of brand, een onbekende die opduikt in een groepje dealers, onrust in uitgaansgebieden en gezegd dat hij daarvoor de identificatieplicht nodig heeft. Hier is dus geen sprake van een zorgvuldige belangenafweging. In debatten met de Tweede en Eerste Kamer heeft de minister het zwaarwegende belang van de identificatieplicht niet kunnen aantonen. Er heeft géén onderzoek plaatsgevonden naar de noodzaak van de ID-plicht conform de "social pressing need" in het kader van het Europese Verdrag van de Rechten van de Mens, evenmin of het officieel opgevoerde doel, de handhaving van de openbare orde, met andere meer doelgerichte maatregelen kon worden bereikt. Op grond van bovenstaande constateren we dat de wet in strijd is met Art.8 lid 2 van het EVRM.
De wet tast het fundament van ons nationale rechtstelsel aan.

De wet dient ter bescherming van de burgers. Strafrecht heeft als doel om mensen ervan te weerhouden anderen te benadelen. Die peiler waar ons rechtstelsel op steunde is door invoering van de ID-plicht wet komen te vervallen, want ook de meest oppassende brave burger is volgens de strafwet nu in principe strafbaar gesteld enkel en aleen als men zich zonder geldige identiteitsdocumenten op straat begeeft. Nederland kon tot voor kort fier zijn op een rechtstelsel, waar de wet de burger beschermde volgens het principe dat niemand schuldig werd bevonden totdat het tegendeel bewezen werd, en niemand verdacht was tenzij daar gerede aanwijzingen voor waren. Ook deze belangrijke peiler onder het fundament van ons rechtsbestel is bezweken. Door de invoering van de identificatieplicht wordt vanaf 1 januari 2005 iedere burger als potentieel verdachte beschouwd. Ook iedereen die bij politie en justitie werkt, hun gezinsleden, vrienden en kennissen. Iedereen loopt de kans om gecontroleerd te worden en in de cel te belanden in geval men bijvoorbeeld tijdens het joggen geen geldig persoonsbewijs bij zich draagt of getuige is van een ongeluk. En voor de duidelijukheid dit betreft geen hypothetische gevallen maar praktijkvoorbeelden.
Identificatiecontrole mocht volgens de toenmalig verantwoordelijke minister van Justitie Donner 'geen doel op zich zijn' van de wet. Dat liet hij eind 2004 de Kamer weten en zo is het ook opgenomen in de richtlijnen van het College van procureurs-generaal voor de uitvoering van de wet. Maar nog voor de wet een half jaar oud was, werden de bevoegdheden van de AIVD en politie, in het kader van terrorismebestrijding, zodanig uitgebreid dat er geen concrete aanleiding meer nodig was om iemand te verdenken van strafbare feiten. Zelfs het vermoeden dat iemand eventueel in de toekomst iets strafbaars zou kunnen gaan doen, werd voldoende aanleiding en in de praktijk bleek dat zelfs een enkele anonieme tip volstond om mensen te vervolgen of op te pakken.
Onze rechtspraak is geworteld in de scheiding der machten. Het basisprincipe dat onze rechtspraak onafhankelijk is van de wetgevende macht, onderscheidt ons van regimes waar de rechtspraak niet vrij is om de rechten van de burgers te wegen. Die scheiding brengt de regering in gevaar door wetgeving in te voeren die indruist tegen de fundamentele grondrechten van de burger. Aangezien in Nederland rechters, in tegenstelling tot in andere Europese landen, wetgeving niet mogen toetsen aan de Grondwet worden zij, ook als dat tegen hun eigen oordeel en geweten ingaat, zo gedwongen om hun uitspraak te baseren op wat de wetgevende macht wil.
We zitten door de identificatieplicht opgescheept met ondeugdelijke wetgeving, omdat deze niet volgens de Europese voorschriften is ingevoerd en volgens veel mensen niet strookt met hun rechten op persoonlijke vrijheid. Zo zijn we in een situatie beland dat de rechtspraak een wet moet toepassen die men als onrechtmatig kan beschouwen. Waarvan de toepassing niet stookt met de vrijheid om ongehinderd te kunnen gaan en staan waar men wil. En de toepassing telkens weer botst met de vrijheid van meningsuiting en het recht op demonstratie.
Klachten en bezwaarmogelijkheden zijn niet goed zijn geregeld.

Voor hen die principieel bezwaar hebben tegen de identificatieplicht is niet voorzien in een ontheffingsprocedure als gewetensbezwaarde.
Dat betrof bij invoering van de ID-plicht in 2005 vooral de mensen die principieel bezwaar hebben tegen de dwang om altijd een geldig persoonsbewijs te moeten kunnen tonen als daarom wordt gevraagd. Maar de groep bezwaarden zal ongetwijfeld groter worden naarmate de inbreuk op de privacy groter wordt door invoering van het Burger Service Nummer (BSN)(2007) waardoor de identificatiebewijzen toegang geven tot alle gegevens over een persoon waarover de overheid beschikt. Te verwachten valt bovendien dat, naarmate de gevaren ervan duidelijker worden, steeds minder mensen een biometisch- gechipt persoonsbewijs accepteren. Zolang er geen alternatief komt voor de reisdocumenten die nu als geldig ID-bewijs gelden, zullen zij niet aan de identificatie verplichting van de WU-ID kunnen voldoen.

Momenteel is het, met mate, nog mogelijk om anoniem (NN) te blijven. Uit principe kan bijvoorbeeld iemand, die het verzoek om zich te identificeren onrechtmatig vind, weigeren om zijn of haar naam bekend te maken. De overheid heeft in dat geval het recht om iemand vast te zetten en te proberen zelf uit te zoeken wie de betrokkene is. Daartoe heeft men de bevoegdheid de persoon te fouilleren en om foto's en vingerafdrukken te maken. Wie niet via deze gegevens te traceren is, bijvoorbeeld omdat hij nooit de wet overtrad en bij geval niet in de politieregisters voorkomt, verlaat na afloop van de maximale termijn van 12 uur voorlopige hechtenis anoniem de cel (de uren tussen 24.00 uur en 9.00 uur tellen niet mee).
In principe kun je ook nog steeds als anoniem persoon je zaak bij de rechter bepleiten. In de praktijk blijkt echter dat mensen die anoniem willen blijven vaak rechteloos worden.
Zo bleek al in 2005 dat mensen die niet mee wilden werken aan hun identificatie regelmatig een nacht in de cel moesten doorbrengen om de volgende dag zonder kopie van het proces-verbaal, dus zonder bewijs van aanhouding en arrestatie, de straat op te worden gekinkeld. Dit waren geen vergissingen, maar gebeurde ook in gevallen dat betrokkenen uitdrukkelijk om afschrift van het proces-verbaal of afschrift van hun afgelegde verklaring vroegen. Het pesten van opgepakte NNers door ze geen toiletbezoek toe te staan, geen eten te geven, en hardhandig tegen ze op te treden, was zo'n algemeen verschijnsel dat arrestanten die NN wilden blijven een dergelijke behandeling vaak al incalculeerden als ze bij demonstraties werden opgepakt. Het afpakken van medicijnen ging nog een stapje verder. We kregen eerder al meldingen van diabetici die niet op tijd te eten kregen of niet op tijd in de gelegenheid werden gesteld insuline te spuiten, maar in 2006 moest een NNer het zelfs met een hartaanval bekopen dat de politie in Amsterdam hem zijn hartmedicijnen had afgepakt en pas wilde teruggeven als hij zijn naam wilde geven. Vanaf 2007 kregen we vervolgens steeds vaker meldingen dat het opsluiten in vreemdelingendetentie als pressie middel werd ingezet. Gewone Nederlandse staatsburgers dreigde men voor onbepaalde tijd op te sluiten net zolang tot ze hun identiteit prijs gaven. Toen men er toe overging om dit dreigement daadwerkelijk uit te voeren, oordeelde de rechter dat dit niet door de beugel kon maar ging de politie Utrecht met deze praktijken door.( sic aanvullende info de wet identiteitsstelling verdachten veoordeelden en getuigen die 1-10-2010 in werking trad verkleinde de mogelijkheden nog verder)
Voor wie een geschil over de rechtmatigheid van identiteitscontrole aan de rechter willen voorleggen, is het vaak lastig om daartoe de gelegenheid te krijgen. De ID-plichtwet gaat er wel van uit dat wie het er niet mee eens is met zijn aanhouding dit aan de rechter kan voorleggen, maar als het OM geen rechtzaak aanspant wordt dat moeilijk. Het OM betoont zich uiteraard niet enthousiast om over al die ID-plichtzaken te procederen die niet conform de wetsbepalingen tot stand kwamen en al helemaal niet als daar onrechtmatig politieoptreden bij te pas kwam. Men seponeert zoveel mogelijk gevallen van mensen die weigeren het CJIB te betalen. Zodoende blijven de meeste mensen, die hun onrechtmatige uitgeschreven boete of vrijheidsberoving voor de rechtbank willen aanvechten tot 2 jaar minus één dag in het ongewisse of er nog een oproep komt of dat de rechtzaak is afgeblazen.
Men wordt in geval van sepot niet geïnformeerd en moet, als men bang is om een eventuele oproep te missen, tijdens een verblijf in het buitenland bijvoorbeeld, zelf bij het OM zien uit te vissen waar zijn of haar ‘geval' in de justitiële pijplijn zit. Als de twee jaar verstreken zijn kan men niet bij justitie zijn recht op een rechtzitting afdwingen, maar is de enige mogelijkheid om dit via een klacht bij de Nationale Ombudsman te bewerkstelligen.Tegen die tijd nemen de meeste mensen die moeite begrijpelijkerwijs niet meer.
Voor NNers is dit nog extra ingewikkeld omdat de Nationale Ombudsman NN klachten alleen accepteert als iemand aannemelijk kan maken dat de klager ernstige vervolging door politie- of justitie te vrezen heeft bij bekendmaking van zijn identiteit.
De praktijk is dat volkomen onschuldige burgers die onrechtmatig worden lastiggevallen met de ID-plichtwet, op de bon kunnen worden geslingerd en van hun vrijheid kunnen worden beroofd, zonder dat zij zich hier effectief tegen kunnen verweren. Voor wie in een dergelijke situatie belandt en niet wil meewerken door zich bekend te maken, betekent het bovendien dat de overheid van de betrokkenen een foto en vingerafdrukken maakt die worden opgeslagen in politie- justitieregisters waaruit ze niet kunnen worden verwijderd.
Wie vind dat hij niet goed is behandeld door een opsporingsambtenaar, kan daar in principe een klacht over in te dienen. Wie een klacht wil indienen tegen toepassing van de ID-plichtwet, moet dat doen bij de instantie die de bekeuring heeft uitgedeeld. Dat er geen onafhankelijk instantie is, waar men zich met een klacht toe kan wenden, is op zich al niet erg bevorderlijk voor een onafhankelijke klachten behandeling. We kregen meldingen binnen van klachten die door de politie eenvoudigweg niet in behandeling werden genomen, vaak van gevallen dat men geen klacht kon indienen omdat de betrokken opsporingsambtenaar weigerde zijn naam of nummer te geven, of doordat betrokkenen pas na post van het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB) ontdekten dat men een bekeuring had gekregen, waarna het bezwaar maken over een ID-boete bij de politie een gepasseerd station is. Om een klachten te kunnen indienen tegen een buitengewone opsporingsambtenaar is nog lastiger dan tegen de reguliere politie omdat mensen dan eerst moeten uitzoeken bij welke dienst zo iemand werkt.
Als een klacht in behandeling wordt genomen vergt dat veel uithoudingsvermogen van de burger. Wie zich niet na een eerste gesprek met de klachtencoördinator laat afschepen blijkt vervolgens rustig 7 maanden te moeten wachten voor hij een oproep krijgt van de klachtenhoorcommissie om gehoord te worden.
Het resultaat van zo'n klacht schiet de gedupeerde zelf uiteindelijk ook weinig mee op omdat het klachtencircuit de klager niet schadeloos kan stellen, maar uitsluitend dient als ‘leerelement' voor het functioneren van de opsporingsdienst zelf.
Men kan tegen het CJIB ook geen inhoudelijke klacht indienen, als het over de ID-plicht gaat. Wie het niet met de gang van zaken eens is kan dit enkel kenbaar maken door de acceptgirokaart niet te betalen. Zo wordt nergens geregistreerd waarom mensen het niet eens zijn met de toepassing van de wet. Sterker nog: omdat veel mensen niet weten dat de ID-boete geen echte boete is, die men moet betalen, maar een transactievoorstel om in ruil voor een afkoopsom schuld te bekennen, lijkt het erop dat al die mensen die braaf betalen het eens zijn met hun schuldigverklaring.
Dat geldt voor al die duizenden die niet zo bijdehand zijn om te weten dat je door niet te betalen niet in het aanmaningencircuit terecht komt, de boete niet oploopt en je geen deurwaarder aan de deur krijgt of op het vliegveld wordt verhinderd op vakantie te gaan totdat je betaald hebt. Maar ook voor mensen die betalen omdat ze het eng vinden of als schande beschouwen om voor het gerecht gedaagd te kunnen worden.
Wie een dagvaarding krijgt van de rechtbank kan daar officieel bezwaar tegen aantekenen bij het Openbaar Ministerie. Veel mensen weten dat niet, kunnen dat niet of durven dat niet, waardoor ook deze klachtmogelijkheid niet goed functioneert. Dit treft met name de groep daklozen en mensen die psychisch in de war zijn, waartegen het OM wel rechtzaken doorzet.
Van de meer dan 80% van de gevallen waarin het OM de zaken niet doorzet blijft onduidelijk waarom mensen bezwaar hadden tegen de toepassing van de wet. De overheid schijnt van mening te zijn dat ons rechtsysteem zo in elkaar zit dat wie onrechtmatig is aangehouden of zelfs van zijn vrijheid is beroofd, allang blij mag zijn als hij niet ook nog een boete hoeft te betalen en nooit meer iets van de zaak hoort.
Wie wel een oproep van de rechtbank krijgt stuit op een ander obstakel om klachten aan te kaarten. Rechters mogen namelijk de wet op zich niet veroordelen, al vinden ze het nog zo tegen iedere fatsoenlijk rechtsysteem indruisen. Dat betekent dat mensen enkel de wijze van toepassing van de wet kunnen aanvechten, maar niet het feit dat ze principieel bezwaar tegen de wet hebben. Die aanklacht tegen de ID-plicht hoort in het parlement thuis, volgens de woorden van diverse rechters die zich zo letterlijk verontschuldigden voor uitspraken op grond van wetgeving waar ze niet achter staan.
Maar met klachten vangt men bij het parlement bot omdat de wet er niet op zijn merites wordt beoordeeld.
De enige weg om de wet aan te vechten is om door te procederen tot alle juridische mogelijkheden in Nederland zijn uitgeput en men een klacht kan indienen bij het Europese Hof van de Rechten van de Mens in Straatsburg. Maar ook deze weg is in de praktijk onbegaanbaar omdat wie wordt vrijgesproken niet kan doorprocederen, wie wordt veroordeeld in hoger beroep weer bij een rechtbank komt die de Grondwet niet mag toetsen, en de Hoge Raad zich niet inhoudelijk met zaken bemoeit maar zich enkel uitspreekt of de juiste procedures in acht zijn genomen.
Dat betekent al met al dat inzake de ID-plicht noch het klachtencircuit noch de rechtsgang mogelijkheid bieden voor de benadeelde burger om zijn recht te halen.
Niemand houdt in de gaten hoe de toepassing van de wet uitwerkt, er is geen monitoring

Hoewel de ID-plicht wet diep ingrijpt in het persoonlijke leven van iedere burger, voelt de overheid zich niet geroepen om op een of andere manier bij te houden hoe deze wet in de praktijk uitpakt:
Bij de overheid is niet bekend hoeveel bekeuringen er werden uitgedeeld. Er wordt namelijk niet op onderwerp geregistreerd hoeveel bekeuringen worden afgekeurd/geseponeerd.Er wordt nergens bijgehouden hoeveel bekeuringen ten onrechte worden uitgedeeld.Onbekend blijft hoe vaak de bekeuringen niet voldoen aan de minimale eis dat vastgelegd moet worden waarom in dit specifieke geval om identificatie werd gevraagd. Er wordt niet geregistreerd hoe vaak het voorkomt dat het strafbare feit dat aanleiding vormt om naar identificatie te vragen onbestraft blijft. Er is niet bekend hoeveel minderjarigen onder de 18 boetes krijgen. Er zijn geen harde gegevens of mensen van allochtone afkomst vaker dan anderen gesommeerd worden zich te legitimeren.Er wordt niet bijgehouden om welke reden de sepo's plaatsvinden. Er is niet bekend hoeveel arrestaties plaatsvonden.Er is niet bekend hoeveel klachten werden ingediend. Ook niet waar de klachten over gingen. Er is niet bekend hoeveel mensen het overkomt dat ze pas na een transactievoorstel ontdekken dat ze een ID-boete kregen. Er is niet bekend hoeveel mensen op de hoogte worden gesteld als de oorspronkelijke boete niet doorgaat. Er is niet bekend hoeveel rechtzaken er werden gevoerd, wat de uitslag van die rechtzaken was, en hoeveel mensen in hoger beroep gingen.
Het Meldpunt Misbruik Identificatieplicht, als onafhankelijke vrijwilligersorganisatie, en onderzoeksburo Jansen& Jansen lijken de enige groeperingen die zicht hebben op de toepassing van de wet en die proberen te volgen hoe de ontwikkelingen qua persoonsregistratie zich verhouden tot de identificatieplicht.
Het kabinet blijkt nauwelijks interesse te hebben in de maatschappelijke gevolgen van de wet. Toen de pers, in september 2005, aandacht besteedde aan de algehele onvrede over de ID-plicht en het feit dat mensen 200 ID- boetes per dag veel vinden, pareerde minister Donner dat met de mededeling dat
hij het aantal boetes nogal mee vond vallen. Dat het CJIB eind 2005 cijfers publiceerde waaruit bleek dat de ID-boetes voornamelijk als bijvangst een extra bron van inkomsten vormt bij kleine overtredingen, was hij het daar gewoon niet mee eens ‘omdat je dat niet zo mocht zien'. Toen deze minister het parlement moest toegeven dat hij niet één voorbeeld kon noemen waarin de ID-plicht zou hebben geholpen om criminaliteit te voorkomen of op te lossen, vormde dat voor hem noch voor de Kamer een gegeven om consequenties aan te verbinden. Cijfers van het voorlopig onderzoek naar de toepassing van de wet, die de Kamer vóór eind 2006 werden toegezegd, waren twee jaar later nog steeds niet beschikbaar en de wet evalueren, zoals bij invoering was afgesproken, heeft het kabinet geen zin in.
Ook niet toen onderzoeksburo Jansen&Jansen in 2007 aantoonde dat meer dan 40% van de ID-boetes gevallen betreft van willekeurige identiteitscontrole, waar de wet uitdrukkelijk niet voor zou worden gebruikt en de praktijk bewijst dat het CJIB van al mensen die een boete kregen omdat hun identiteit kennelijk niet gecontroleerd kon worden wel weet om wie het als men hen een acceptgiro toestuurt.
Principieel bezwaar is dat het de samenleving van mensen regelt op basis van wantrouwen onderling en angst voor gevaar van buitenaf. Zo'n negatieve grondslag is in principe verwerpelijk en in tegenspraak met de democratische rechtstaat.

De ID-plichtwet behoort te regelen dat mensen waarvan niet duidelijk is wie ze zijn geïdentificeerd moeten kunnen worden. Maar de wet bepaalt dat ook mensen waarvan niet de identiteit ondubbelzinnig duidelijk is, strafbaar worden wanneer ze op bevel daartoe niet de voorgeschreven documenten tonen. Zo kan het iedere onschuldige burger overkomen dat hij voor een strafbaar feit vervolgd wordt. De wet bestempelt iedereen bij voorbaat als potentieel verdachte en wie als verdachte vervolgd wordt kan hooguit achteraf onschuldig wordt bevonden. Het rigoureus aanhouden en bekeuren van mensen omdat ze geen geldige papieren tonen is daarmee duidelijk een bewust beleid vanuit de regering om het volk te disciplineren en te laten wennen aan de nieuwe controlesamenleving. Zo bevordert de wet niet de vrijheid en veiligheid van de bevolking maar de mogelijkheden van de overheid om het doen en laten van bevolking in de gaten te houden.
Omdat de huidige overheid een principieel wantrouwen tegen iedere burger koestert neemt het wantrouwen van de bevolking naar de regering evenredig toe.
De wet heeft een negatieve invloed op hoe mensen tegen de handhavers van de wet aankijken. Steeds meer mensen beschouwen het handhaven van de ID-plicht als geldklopperij en beleven de manier waarop dit gebeurt als willekeur. Steeds meer mensen gaan de politie en bijzondere opsporingsambtenaren als tegenstander zien. Dat is niet bevorderlijk voor normale contacten. Het belemmert bijvoorbeeld wijkagenten om vertrouwensrelaties op te bouwen, en veroorzaakt dat mensen minder behulpzaam zijn om aan de politie verdachte situaties te melden of getuigenis af te leggen. Dat steeds meer mensen een hekel krijgen aan de politie heeft natuurlijk ook zijn weerslag op het gedrag van de mensen die bij de regionale politiekorpsen, bij de verschillende politiediensten en de Marechaussee werken. Voor mensen die bij Justitie werken geldt deels hetzelfde. Na alle missers en schandalen van de afgelopen jaren gaat het Openbaar Ministerie gebukt onder een algemene publiekelijke minachting vanwege het falen om zware criminaliteit te bestrijden. Dat daarentegen gewone burgers bestraft worden, enkel omdat ze geen geldig formuliertje tonen, zet kwaad bloed. De hoon, of men niks beters te doen heeft, treft ook de rechtbanken. Mensen beboeten en gevangen zetten, puur vanwege het niet onmiddellijk tonen van een officieel ID-bewijs, brengt de rechtspraak in diskrediet. En het werkt de verharding in de samenleving in de hand.
Mensen behoren zich jegens elkaar te gedragen in een geest van broederschap (artikel 1 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens). Vertrouwen in elkaar en de wil samen het beste van het leven te maken, horen de grondslag te zijn van een sociale samenleving. Vertrouwen is de smeerolie van een goed functionerende samenleving. Waar vertrouwen ontbreekt moet alles formeel, via juridische regels, worden georganiseerd. Dat is geen zijige opvatting van zweverige idealisten maar was de conclusie van de directie van De Nederlandse Bank die eind 2005 al waarschuwde door te stellen dat de hele economie kapot zou gaan als alle handelsverkeer op wantrouwen berust. Een samenleving gebaseerd op wantrouwen is gedoemd ten onder te gaan. Angst blijkt eens te meer een slechte raadgever.
Het inperken van ons persoonlijke leven tast de wortels van onze samenleving aan.

We zeggen niet zomaar dat de fundamentele vrijheid van iedere burger de ID-plicht steeds verder wordt ingeperkt. Dit heeft alles te maken met het feit dat de schending die hij maakt op de persoonlijke vrijheid te kunnen gaan en staan waar men wil, nog maar een begin was van de privacyschending die de wet echt veroorzaakt.
De verplichting om een ID-bewijs te moeten tonen was hooguit bedoeld als maatregel om de burger de macht van de overheid te laten voelen. Maar veel belangrijker was dat de wetgeving het noodzakelijk maakte dat iedereen vanaf 14 jaar over een verplicht een ID-bewijs moest kunnen beschikken. Voorheen had lang niet iedereen dit, omdat paspoorten en ID-kaarten officieel reisdocumenten zijn die men voor 2005 enkel nodig had om naar het buitenland te kunnen reizen.
De recente ontwikkeling waarbij de oorspronkelijke paspoorten en ID-kaarten stapsgewijs geavanceerder worden en toegang tot meer gegevens gaan bevatten, zorgde ervoor dat het tonen van een geldig ID-bewijs verplicht werd gesteld.
De inbreuk die de ID-plicht op de persoonlijke vrijheid maakt wordt, zonder dat er iets aan de wet hoeft te worden verandert steeds groter. Evenredig met de opwaardering van de ID-bewijzen krijgt degene die het identiteitsbewijs controleert immers de beschikking over steeds meer gegevens die met het vaststellen van identiteit niets van doen hebben.
Het koppelen van iemands persoonsgegevens met gegevens uit andere bestanden is dan een koud kunstje. En zo geeft de bevoegdheid om het tonen van een identiteitsbewijs te vorderen aan politie en justitie een efficiënt middel om van iedere burger zijn gangen te kunnen nagaan. Een bevoegdheid die deze diensten, wat betreft mensen die niet expliciet verdacht worden van strafbare feiten, ook pas de laatste jaren kregen toebedeeld.
De inperking van de privacy wordt navenant groter nu de ruimere bevoegdheden en mogelijkheden om mensen te registreren en te controleren gepaard gaan met de ontwikkeling dat ze steeds minder gecontroleerd kunnen en verantwoord hoeven worden.
De bescherming van de privacy wordt extra in gevaar gebracht omdat het registreren en controleren van persoonsgegevens voor steeds meer doeleinden wordt gebruikt. Dit verschijnsel dat processen, procedures en technische mogelijkheden die met een bepaald doel werden ingevoerd uiteindelijk gebruikt worden voor zaken waar ze nooit voor bedoeld waren noemt men Function Creep.
Als voorbeeld dient de ID-plichtwet die in 2005 werd ingevoerd ter ondersteuning van het uitoefenen van politietaken, maar die biinen een jaar ertoe leidde dat de minister van Volksgezondheid alle ziekenhuizen verplichtte om per 1 januari 2006 mensen pas medische hulp te bieden na vertoon van geldig identiteitsbewijs.
Zo werpen winkeliers, beveiligingsmaatschappijen en financiële instellingen zich telkens op de beveiliging van dienstverlening of van bepaalde lokaties, en eisen daarvoor het tonen of kopiëren van identificatiedocumenten. Steeds vaker wordt het onderscheid tussen overheid en bedrijfsleven diffuus, omdat de overheid taken uit besteed aan het bedrijfsleven of semi-overheidsbedrijven. Altijd weer blijkt dan de tendens van function creep en probeert men de persoonsgegvens die uit veiligheidsoverwegingen werden geregistreerd te gebruiken voor commerciële belangen.
Sinds de grote vlucht diede digitalisereng van de samenleving in een paar jaar nam, kan niemand meer in de gaten kan houden waar zijn persoonlijke gegevens allemaal staan geregistreerd, laat staan wie erover kan beschikken , of de gegevens wel kloppen, waar ze aan gekoppeld worden en waar ze voor gebruikt worden. (
sschattingen van het aantal databases waarin gegevens van ieder induvidu zijn opgenomen varieëden in 2010 van 500- 1500 databases) De Wet Bescherming Persoonsgegevens stelt dat wanneer persoonlijke gegevens buiten de betrokkene om worden gebruikt en/of misbruikt dat een inbreuk vormt op iemands persoonlijk leven. De voorzitter van het College Bescherming Persoonsgegevens waarschuwt jaar op jaar dat als dit op grote schaal gebeurd het of ertoe leidt dat mensen helemaal geen persoonlijk privé leven meer kunnen hebben.
Wij zijn van mening dat wanneer mensen in een situatie worden gebracht dat ze geen recht meer kunnen oen gelden op een persoonlijk leven je dat als ultieme vorm van vrijheidsberoving kan bestempelen.
Het vormt een aantasting van ons hoogste goed, als de rechten van de mensen in onze maatschappij zodanig geminacht worden dat ons privé-leven in de uitverkoop wordt gedaan. Mensen zullen onvermijdelijk een speelbal worden van machten waar ze geen invloed op hebben. Ongecontroleerde macht corrumpeert altijd en leidt onvermijdelijk tot tirannie en onderdrukking.
Onze beschaving wortelt in het idee dat mensen een eigen verantwoordelijkheid hebben en het recht hebben om zich te ontwikkelen en te veranderen. Dat wordt onmogelijk als mensen geen persoonlijk leven meer hebben. Als de optelsom van wat er over hen geregistreerd staat en het profiel wat daaruit van ze wordt samengesteld belangrijker wordt dan de persoon zelf.
Als dit proces van ontmenselijking niet wordt gekeerd zal dat het einde inluiden van de beschaving waar onze ouders en voorouders voor geploeterd en gevochten hebben.
De tendens om op allerlei gebied de gewone menselijke omgang te vervangen door technische middelen is dom, gevaarlijk en niet in het belang van de mens.

Door de invoering van de ID-plichtwet werd duidelijk hoe achterdochtig de regering is ten opzichte van iedere burger. Alsof iedereen die gewoon zegt wie hij is wel zal liegen. Zelfs als iemand met persoonlijke eigendommen en bescheiden bewijst dat hij echt is wie hij zegt te zijn mag dat als onvoldoende identificatie bestraft worden.
Hieruit blijkt dat de wet helemaal niet bedoeld is om van mensen de identiteit te kunnen vaststellen, maar dat de opzet is om een systeem te ontwerpen waar mensen door apparaten herkent kunnen worden.
Er is een staatsinrichting in de maak die stoelt op het continu registreren en controleren van alle burgers door de overheid. Men is naarstig bezig om van alle inwoners in het land genoeg lichamelijke kenmerken vast te leggen zodat ieder individu door apparaten gescand, herkend en geregistreerd kan worden ook zonder dat hij daar zelf iets van in de gaten heeft.
Het geloof dat apparaten efficiënter zouden werken dan mensen wordt door onderzoek gelogenstraft: 10% foutmeldingen in verband met zowel het vastleggen als herkennen van mensen aan de hand van gezichtsscan en 5% in verband met vingerafdrukken zijn de resultaten van proeven met de invoering van biometrische paspoorten. Deskundigen, zoals het hoofd is van de afdeling bewaking persoonsgegevens in de Bondsrepubliek waarschuwen, openlijk dat verbetering van controle door apparaten in plaats van door mensen ernstig overschat wordt. Het gebruik van DNA voor de opsporing wordt zwaar overschat, nog los van de onbetrouwbaarheid die ontstaat als gegevens niet goed worden vastgelegd of verkeerd geïnterpreteerd.
Toch leiden al dit soort gegevens en alle waarschuwingen van deskundigen uit alle betrokken disciplines van computerbeveiliging tot rechtsgeleerdheid van politicologie tot menswetenschappen, niet tot enige terughoudendheid in het ontwikkelen van controle- apparatuur of van invoering van wetgeving die het gebruik ervan juridisch legitimeert.
De overheid gaat ongestoord door met het verzamelen en vastleggen van zoveel mogelijk gegevens over de burger. Men wil een databank waarin van iedere burger zijn automatisch herkenbare biometrische gegevens, zijnde de gezichtsscan, de vingerafdrukken en het DNA-profiel, zijn opgeslagen. Men wil exact weten waar iedereen zich op enig moment bevindt en wat de bewegingspatronen van mensen zijn.En wil weten welke mensen met elkaar communiceren en waar mensen hun informatie vandaan halen.
Massale opslag van wie lid is van een club, wie welke boeken of video's leent, wie wat in welke winkel met een klantenkaart koopt, alle banktransacties, alle gegevens die waar dan ook door derden worden vastgelegd zijn vanaf 1 januari 2006 op grond van de Wet Vorderen Gegevens door politie en justitie opvraagbaar.
Deze gegevens kunnen dan via computers gekoppeld worden aan het Burger Service Nummer waarmee ook terug te vinden is waar iemand verzekerd is, in welk ziekenhuis of bij welke tandarts hij eventueel behandeld is, welke medicijnen hij gebruikt, wat zijn medisch verleden is en zijn huidige diagnosebehandelplan.
Al is het een uitgemaakte zaak dat uitgerekend de mensen met slechte bedoelingen, die er belang bij hebben om niet geregistreerd te worden, zich hier aan kunnen onttrekken, worden de maatregelen aangeprezen als veiligheidsmaatregelen en terrorismebestrijding.
Dat het onmiskenbare gevolg van de ongebreidelde opslag van zo'n gigantische hoeveelheid gegevens een onwerkbaar systeem zal opleveren, wordt genegeerd en de registratiesystemen worden aan de man gebracht als klantvriendelijk en lastenverlichtend voor de burger.
De trein die op stoom is gekomen dendert onstuitbaar voort.
Van kinderen die nog geboren moeten worden wil men alle gegevens vastleggen in Elektronische kindvolg-dossiers. Scholen moeten minutieus leerlingvolgsystemen bijhouden van hun ópvoedproducten'. Zorgverleners wordt verplicht tot op tienden van minuten iedere handeling administratief verantwoorden uitgesplitst in verschillend te financieren catergorieën werkzaamheden.
Het heilige geloof dat de veiligheid gediend zou zijn met het vastleggen van zoveel mogelijk gegevens per persoon blijkt uit de voorstellen om van alle pasgeboren baby's vanaf de geboorte een elektronisch kinddossier aan te leggen met zowel de persoonlijke gegevens, gegevens van andere gezinsleden en van kontakten met bijvoorbeeld hulpverleningsinstanties. Zelfs de meest intieme vertrouwelijke gegevens over seksuele voorkeur en vorm en kleur van het schaamhaar wil men vastleggen. En wat helemaal beangstigend is, het gaat niet uitsluitend over objectief te constateren gegevens maar ook over subjectieve beoordelingen.
De onvermijdelijke conclusie luidt dat het streven van al deze controlesystemen er toe dient dan wel toe leidt dat ieder mens gereduceerd wordt tot een optelsom van te registreren gegevens.En virtueel datapakket, waaraan meer waarde gehecht woordt dan aan de persoon zelf. Een berg gegevens die zichzelf gaat vermenigvuldigen omdat het linken van die gegevens, middels zogenaamde hits, een nieuwe berg data oplevert.
Een duidelijk voorbeeld van waar dit toe leidt komt uit Duitsland waar met dit linke systeem werd geëxperimenteerd om criminaliteit te bestrijden. Het resultaat was duidelijk: het koppelen van gegevens leverde nauwelijks bruikbare informatie op, maar wel zó veel werk, dat de politie geen tijd meer had om de orde op straat te handhaven.
Codes van geheime informatie zijn te kraken zodat mensen of instanties, waar de informatie niet voor bedoeld is, er toegang toe krijgen. De versleuteling van de nieuwe paspoorten werd, nog voor ze werden ingevoerd, al gekraakt. Het gebruik van op afstand uitleesbare radio frequentie chips (RFID) blijkt niet alleen principieel onveilig maar praktisch ook zeer eenvoudig te gebruiken om beveiligingssystemen buiten werking te stellen, betaalkaarten te kopiëren en paspoorten te kunnen vervalsen. Met alle gegevens kan geknoeid worden: gegevens kunnen veranderd worden en/of verkeerd aan elkaar worden gekoppeld en fout worden geïnterpreteerd. Alles wat gebruikt kan worden kan ook misbruikt worden, en dus zal er onvermijdelijk oneigenlijk gebruik worden gemaakt van alle opgeslagen gegevens. Zoals altijd weer zal dit gebeuren om er macht mee te verwerven en/of geld aan te verdienen.
Overal zullen fouten gemaakt worden en gevallen van misbruik optreden. Of dat nou is binnen de commercie, de zorgverlening, het criminele circuit of de overheid, de gevolgen voor de slachtoffers zullen variëren van lastige tegenvallers tot complete diefstal van hun identiteit.
Wat betreft de overheid loert hier het grootste gevaar omdat niemand zich aan de overheid kan onttrekken en bij gevolg iedereen er slachtoffer van kan worden. Wat de gevolgen dan zijn als het dan niet blijft bij individuele gevallen maar de eerste de beste overheid of machthebber die niet het welzijn van de bevolking voor ogen heeft zo'n pasklaar systeem aantreft om totalitaire macht te kunnen uit oefenen, vergt niet veel verbeeldingskracht.
We stevenen op een maatschappij af waar niet alleen uitgeprocedeerde asielzoekers, psychiatrische dwaallichten en dakloze medemensen maatschappelijk uitgesloten raken, maar iedereen die geen geldige documenten heeft. Zo zullen de maatregelen die oorspronkelijk vooral bedoeld waren om vreemdelingen te weren en illegalen uit te zetten, als een boemerang de hele bevolking gaan raken.
Inhoudelijk is de wet ondeugdelijk omdat het doel van de identificatieplicht niet overeenkomt met het strafbaar stellen van mensen als ze geen goedgekeurde documenten tonen.

De ID-plichtwet vormt een onderdeel van het zogenaamde veiligheidsprogramma dat het kabinet invoerde. Onderdeel van dat programma waren de prestatiecontracten met de politie. De politie kreeg de verplichting opgelegd om jaarlijks 80.000 extra misdrijven aan te pakken en vanaf 2006 ieder jaar 40.000 extra zaken aan te leveren bij het Openbaar Ministerie.
Na één jaar ID-plicht waren er, volgens de cijfers van het Centraal Justitieel Incasso Bureau, 66.241 bekeuringen aangeleverd bij het Openbaar Ministerie en met enige fluctuaties krijgen sinds de invoering dagelijks door het hele land zo'n honderd mensen een ID-bekeuring. Het feitelijke aantal ligt hoger maar is onbekend, omdat niet geregistreerd wordt hoeveel bonnen de eerste controle binnen de verbaliserende organisatie niet doorstaan.
Deze cijfers maken op zich al duidelijk dat het uitdelen van ID-bonnen niet bijdraagt aan de veiligheid want door mensen strafbaar te stellen voor iets wat het jaar ervoor nog niet strafbaar was en waarmee ze niemand benadelen, maak je criminelen en creëer je zelf de toename van criminaliteitscijfers. Om vervolgens met de aldus opgeschroefde criminaliteitscijfers de angstgevoelens van de bevolking aan wakkeren en tegelijkertijd de indruk proberen te wekken hoe goed er opgetreden wordt, omdat er dagelijks extra bonnen worden uitgedeeld, mag je toch wel als misleiding bestempelen. ( de boetquôte die o.a. door klachten van het meldpunt door minisiter Remkes werd ingetrokken, voerden de korpchefs vervolgens zelf weer in)
Er zijn geen duidelijke regels wanneer de wet wel en niet van toepassing is.
In de Richtlijnen voor de toepassing van de WU-ID van het College van procureurs Generaal , de "Aanwijzing Uitbreiding Identiteitsplicht punt 2", staat dat toepassing van de identificatieplicht een instrument beoogt te verschaffen om de handhaving van het toezicht door de overheid over de hele linie te versterken en dat handhaving nooit een doel op zich kan zijn. Daarom dient volgens de richtlijnen in geval van een proces-verbaal (p-v), terzake van het niet voldoen aan de identificatieplicht, altijd vermeld te worden in welk kader in dit specifieke geval de inzage van het identiteitsbewijs is gevorderd.
Het is onvoldoende wanneer slechts algemeen wordt aangegeven dat de identiteitscontrole plaats vond op grond van één van de drie politietaken, te weten strafrechtelijke handhaving, handhaving van de openbare orde of hulpverlening. In het p-v moeten de feiten en omstandigheden worden gerelateerd op basis waarvan de opsporingsambtenaar het redelijkerwijs noodzakelijk heeft geacht de inzage van het legitimatiebewijs te vorderen. Gebeurt dat niet dan is de bekeuring ongeldig.
Dat lijkt een duidelijke regel, maar na 4 jaar bleken de meeste agenten niet te weten dat dit de voorschriften zijn. Het meldpunt heeft in al die jaren nooit bekeuringen onder ogen gekregen die aan de bovenstaande voorschriften voldeden. We wagen derhalve te betwijfelen of er wel ooit een correcte bekeuring werd uitgeschreven voor overtrdeding van de ID-plichtwet. Want praktisch is er domweg niet eens voldoende schrijfruimet op de bekeuringsformulieren om de reden naar behoren te vermelden.
Eind 2008 bevestigde een publicatie van Bart Klink, (hoogleraar jurisprudentie en rechtsgeschiedenis) dat agenten niet van deze voorschriften op de hoogte zijn en dat dit voor de hoofdcommissaris uit Groningen de reden vormde om het ruim 3 jaar na invoering van de wet nog maar eens in een brief aan zijn personeel duidelijk te maken.

Tekst illustratiePolitie Haaglanden: omschrijving :'het niet voldoen aan de verplichting om een identificatiebewijs ter inzage aan te bieden'.
Wat de toepassing hoogst onduidelijk maakt is dat opsporingsambtenaren ten eerste zelf moeten uitmaken wanneer ze identiteitscontrole nodig vinden en ook zelf moeten bepalen hoe ze reageren in geval iemand geen geldig legitimatiebewijs toont:
- Wel of niet iemand op zijn woord geloven als hij zijn naam geeft;
- Wel of geen genoegen nemen met fotokopie van ID-bewijs;
- Wel of geen genoegen nemen met andere eigendommen of bescheiden waar iemand mee aantoont dan wel aannemelijk maakt wie hij is;
- Iemand wel of niet in de geledenheid stellen het ID-bewijs op te halen als het niet onmiddellijk getoond kan worden. En als dat in principe wordt toegestaan binnen welk concreet tijdsbestek of welke afstand;
- Iemand in de gelegenheid stellen een ander te vragen om het ID-bewijs op te halen;
- Iemand al dan niet waarschuwen dat officieel geen ID- bewijs tonen bij wet strafbaar is, al dan niet een boete uitdelen;
- Wel ID-bewijs vorderen maar enkel een boete uitdelen vanwege de aanleiding dit te doen (zoals bijvoorbeeld voor een begane verkeersovertreding);
- Al dan niet directe afdoening ( betaling) van de boete eisen als mensen geen vaste woon of verblijfplaats hebben
- Al dan niet iemand arresteren;
- Al dan niet een extra boete wegens belediging geven als iemand boos is geworden;
- Al dan niet contact opnemen met de hulpverleningsinstantie als iemand zegt dat zijn ID- bewijs in de kluis bewaard wordt;
- Wel of geen gebruik maken van de identiteitscontrole om te controleren of iemand nog boetes heeft uitstaan.
- Zelfs in geval iemand wordt gevraagd zijn rijbewijs te tonen, dat niet bij zich heeft en hij vervolgens helemaal geen officieel ID- bewijs blijkt te kunnen overleggen mag de agent zelf uitmaken of er een bekeuring wegens niet tonen van rijbewijs van 35 euro wordt uitgeschreven of, op grond van de ID-plichtwet, een duurdere van 50 euro.
- Kennelijk kan de verbalisant ook zelf uitmaken of hij iemand direct meedeelt dat hij een ID-boete krijgt of dat het CJIB dit kenbaar maakt.
Onduidelijke regelgeving leidt tot stuurloosheid bij degene die de wet moeten toepassen waardoor met name "de jonge onervaren agenten op de straat" snel tot bekeuren overgaan zoals de politietop zelf aangeeft. Het leidt tot willekeur in toepassing van de wet omdat de ene mens strafbaar wordt gesteld waar een ander in dezelfde situatie vrijuit gaat. Zo hangt uiteindelijk het feit of iemand al dan niet een bekeuring krijgt vaak meer af van het humeur van de politieagent dan van de omstandigheden of van de wet zelf. In dit verband is het verhelderend om te bedenken dat opsporingsambtenaren de opdracht hebben om de openbare orde te handhaven en in principe niet verplicht zijn om bekeuringen uit te delen. Pas sinds het ministerie met de politie prestatie contracten afsloot werden verbalisanten afgerekend op het minimaal aantal bekeuringen wat ze maandelijks moesten scoren.
Verhelderend voor hoe verleidelijk het is om de boetequote te halen met het uitdelen van ID-boetes, bleek uit een telefoongesprek met de het hoofdbureau van politie waar navraag leerde dat ten onrechte uitgedeelde bekeuringen niet van de boetescore worden afgetrokken.
Wanneer iemands identiteit al bekend is hoort, volgens de richtlijnen voor toepassing van de wet, geen controle plaats te vinden. Ook dat blijkt in de praktijk meer te gelden voor ministers dan voor bekende daklozen.
Conclusie
Omdat in de wet niet is aangegeven waarvoor deze is bedoeld, brengt de wet de balans tussen overheid en burger in gevaar. Het evenwicht tussen rechten en plichten is zoek.
Het merendeel van de bevolking draagt niet altijd een Identiteitsbewijs bij zich. Volgens de wet is dat ook niet verplicht. Velen vinden het lastig of belachelijk dat je een ID-bewijs bij je zou moeten hebben "als je niks verkeerd doet". Toch moet je volgens de wet het geldige 'persoonsbewijs' na de eerste vordering onmiddellijk kunnen tonen en riskeer je een boete of gevangenisstraf als je dat niet kunt of wilt. Tegenover die, op zich al onduidelijke, plicht heeft de burger recht op privacy en op bescherming daarvan door de overheid. In hoeverre de inperking van ieders privacy zich verhoudt tot bescherming van de burgers zijn de meningen verdeeld. Maar al anno 2009 constateerden we dat er wetenschappelijk en maatschappelijk een steeds breder draagvlak ontstaat voor het standpunt dat de balans tussen privacyinperking en veiligheidsmaatregelen onverantwoord ver is doorgeslagen naar de vrijheidsbeperking van de burger.
Uit honderden gesprekken, met mensen uit alle lagen van de bevolking die de Meldpuntmensen hielden, concluderen we dat het overgrote deel van de bevolking het niet eens is met de wet. Weliswaar zijn er mensen die in eerste instantie zeggen vóór te zijn, maar als men er verder met ze op doorpraat, met voorbeelden komt en consequenties aangeeft, is steevast de reactie:"Oh, maar ik wist niet dat je er voor in de cel kan komen", "Dat kinderen boetes krijgen als ze zonder ID buiten spelen vind ik niet goed",of "is het echt zo dat mensen vlak voor hun huis boetes krijgen?", "ik kan het niet geloven dat je voor het niet tonen van een ID-bewijs officieel boete van € 2250,00 kan krijgen", enz.
Er zijn felle tegenstanders van de wet, maar vooral veel mensen die eigenlijk niet echt op de hoogte zijn en er nauwelijks over nagedacht hebben. Dat brengt ons bij de woorden van Femke Halsema, die stelt dat "De werkelijkheid van het recht altijd een cultuurgemeenschap veronderstelt die een zekere samenhorigheid kent en die bereid is om zich aan een gemeenschappelijke rechtsorde te onderwerpen.
En dat op het moment dat het recht niet langer door grote groepen wordt erkend, de staat zijn legitimiteit begint te verliezen.
Aantal boetes
Totaalscore tot 1 maart 2011: 210.191 boetes

illustratie:Ka van Haasteren
Het aantal bekeuringen voor het overtreden van de Wet op de Uitgebreide ID-plicht blijft maandelijk volgens de gegevens van het centraal Justitieel Incasso Bureau rgemiddels zo rond de 2000 uit te komen.
Onderzoek van buro Jansen& Jansen wees uit dat van die boetes ruim 40% sowieso niet geldig was. Deze waren namelijk als op zichzelf staande boetes uitgedeeld, zonder dat ze verband hadden met een redelijke taakuitoefening van de bevoegde opsporingsambtenaar terwijl de richtlijnen van de wet zelf, uitdrukkelijk stellen dat handhaving van de ID-plichtwet nooit een doel op zichzelf zou mogen zijn.
Nagenoeg alle identificatieboetes zijn op andere gronden ook aanvechtbaar. Zoals alle boetes voor diegenen waarvan bij identificatie wel zonder twijfel duidelijk was wie zij waren, maar dit enkel niet met de juiste documenten konden bewijzen. De rechtmatigheid van alle boetes en arrestaties die gebaseerd zijn op het niet onmiddellijk tonen van geldige papieren zijn ook aanvechtbaar omdat dit in tegenspraak is met het feit dat de wet geen draagplicht van identificatiebewijze kent.
Een kleine helft van de boetes- feitelijk transactievoorstellen tot afkoop- wordt betaald. Wie het er niet mee eens is wordt op de acceptgiro verzocht om niet te betalen waarna men in de gelegenheid zal worden gesteld om de kantonrechter zijn bezwaren voor te leggen. In de praktijk blijkt dat er van deze bescherming van de burger tegen onjuist uitgedeelde ID-boetes geen sprake is omdat het OM in ruim 80% van deze gevallen geen rechtzaak opstart maar direct besluit af te zien van vervolging.
Juridische aspecten
-
Wat betekent de ID-plicht in de praktijk?
De wet bepaalt dat vanaf 1 januari 2005 iedere Nederlandse burger vanaf 14 jaar verplicht is gesteld om een geldig legitimatiebewijs te tonen als daar om wordt gevraagd door een daartoe bevoegde ambtenaar.
Hiermee is een fundamenteel grondrecht te niet gedaan. Namelijk het recht om in je eigen land vrij te kunnen gaan en staan waar je wilt zolang je niemand lastig valt of benadeeld.
Iedere vrije burger is met ingang van 2005 een potentiële verdachte geworden die ten alle tijde verplicht is om zijn persoonsgegevens aan de politie bekend te maken tenzij hij voor het recht om anoniem te blijven 12 uur celstraf overheeft.
Aangezien de grote inbreuk die dit maakt op de persoonlijke vrijheid van iedereen, zonder dat vooraf is onderzocht of deze maatregel wel aan een vooraf vastgestelde doel beantwoordt en of dat doel op andere wijze niet was te bereiken, is de ID-plichtwet strijdig met de fundamentele Rechten van de Mens, zoals die zijn neer gelegd in de Europese Verklaring. (EVRM)
Aan de plicht om je te laten identificeren kan officieel enkel worden voldaan met een geldig paspoort, ID-kaart of rijbewijs.Wie zich niet aan de wet houdt kan een bekeuring krijgen of
gearresteerd worden.
Dat betekent juridisch dat iemand die de Nederlandse nationaliteit heeft, hier geboren en getogen is, waarvan zijn familie al sinds mensenheugenis hier woont en die nooit de wet heeft overtreden, eigenlijk niet op straat kan lopen zonder geldig identiteitsbewijs.
Hoezo, niks te vrezen? Wie een gechipt biometrisch paspoort onacceptabel vind KAN geen identiteitsbewijs meer krijgen van de overheid omdat die geen alternatief biedt voor deze groep mensen. Wie de afgifte van vingerafdrukken onacceptebel vind sinds 21 september 2009 ook niet meer.
Als de wet daadwerkelijk tot doel zou hebben om de identiteit te kunnen vaststellen van mensen zou niemand van wie bekend is wie hij of zij is, en niemand die op wat voor manier dan ook kan aantonen wie hij is, lastig gevallen worden door deze wet. daaruit blijkt dat het doel van de wet kennerlijk niet het identificeren van personen is, maar dat dit ondergeschikt is aan het kunnen tonen van geldige identiteitspapieren. En zo loopt iedereen die zich op verzoek gewoon bekend maakt het risico dat hij een boete krijgt of gearresteerd wordt. Ook als er helemaal geen sprake is van verdenking van enig strafbaar feit, maar bijvoorbeeld naar aanleiding van het feit dat iemand getuige was van een ongeluk, of melding maakte van een inbraak.
Zo ontstond de vreemde praktijk dat er duizenden mensen een boete kregen of achter slot en grendel werden gezet terwijl ze aan de hand van bankpasjes, abonnementskaarten, agenda's, bankafschriften of dergelijke gegevens uitstekend duidelijk hadden gemaakt wie ze waren.
We kregen meldingen van iemand die 16 persoonsgebonden bewijzen, tot en met een huurcontact toe, toonde toen hij zich in de trein moesten identificeren om het uitschrijven van een boete voor te vroeg in de trein stappen mogelijk te maken En het is natuurlijk opmerkelijk dat van al die duizenden mensen die inmiddels een ID- boete kregen wel de overheid wel bleek te weten om wie het ging op het moment dat er een transactievoorstel naar toe gestuurd moest worden.
OOk mensen die op vordering een kopie van hun officiële ID-bewijs lieten zien en het officiële document wilden ophalen of laten ophalen, bleken in grote getale ID-boetes te krijgen. Zo zijn er nogal wat ouders die hun kind een kopietje meegeven omdat ze het te gevaarlijk vinden om hun kind met een officieel ID-bewijs te laten rondlopen. (wegens gevaar van verleis diefstal en sinds 26-8-2006 vanwege de op afstand uitleesbare gegevens in de chip van het document) Zelfs ouders die op de achterkant het telefoonnummer noteerden waar ze bereikbaar waren om desgevraagd de identiteit van hun kind te kunnen bevestigen en zo nodig het officiële bewijs te komen laten zien, werden niet gespaard voor boetes die hun kroost ter disciplinering opliepen noch van verontrustende of telefoontjes dat hun kind op het politiebureau werd vastgehouden.
Er werden boetes uitgedeeld aan mensen die voor hun eigen voordeur op de oprit van hun huis, gesommeerd werden een ID-bewijs te tonen en het niet even binnen mochten pakken. Aan mensen die even naar buiten liepen om de parkeermeter bij te vullen en hun ID-bewijs binnen hadden laten liggen bij de mensen waar men op visite waren of in de tas van de partner waarmee men in het restaurant dineerde. Mensne die even naar de overkant liepen om de overbuurvrouw de krant aan te reiken en waagtden dat zonder rijbewijs of geldig paspoort/ID-kaart te doen. Deze praktijkvoorbeelden illusteren dat het iedereen kan overkomen om met strikte toepassing van de ID-plicht te maken te krijgen.
De toepassing van de wet die identificatie beoogt maar mensen waarvan duidelijk is wie ze zijn strafbaar stelt puur omdat ze dat niet met geldige papieren aantonen, is strijdig met zijn eigen intentie.
Op grond hiervan alleen al is het ons inziens legitiem als mensen zich middels burgerlijke ongehoorzaamheid tegen deze wet verzetten.
Het is bovendien een wonderlijke wet omdat hij iets voorschrijft wat niet kan. Je moet namelijk onmiddellijk een ID-bewijs kunnen tonen maar dat hoef je niet bij je te hebben.
Op grond hiervan zou het toch mogelijk moeten zijn om iedere rechtzaak van mensen die niet in de gelegenheid werden gesteld om hun identiteitspapieren te pakken/op te halen of op te laten halen, te winnen.
Hoewel iedere burger geacht wordt de wet te kennen schort het daar bij de ID-plichtwet aan. Niet allen gewone burgers weten niet wat hun rechten en plichten zijn, maar ook de mensen die de wet uitvoeren (bij politie zowel als justitie)
evenals de mensen die er in de politiek over beslissen blijken niet goed op de hoogte te zijn.
Hoe zit de wet in elkaar?
De verplichting is ondergebracht in het strafrecht (artikel 447e Wetboek van Strafrecht).Dat betekent dat iedereen vanaf 14 jaar die niet zo'n bewijs kan of wil tonen een strafbaar feit begaat waar maximaal 2250 euro boete of vervangende hechtenis op staat.
Politiemensen en buitengewone opsporingsambtenaren hebben de bevoegdheid de wet toe te passen. De identificatiecontroles moeten passen in het kader van de taakuitoefening van de politieambtenaar of toezichthouder. Dat betekent dat een boswachter bijvoorbeeld enkel een ID-boete mag uitschrijven als hij iemand om een ID-bewijs gevraagd heeft aan de hand van een aan het bos gerelateerde taak.(naarmate de ID-plichtwet langer bestaat werden de bevoegdheden van de bijzonder opsporingsambtenaren steeds ruimer en geldt voor de stadswacht BOA's nauwelijks nog restricties voor het toepassen van de ID-plichtwet)

De identificatiecontroles 'mogen geen doel op zich zijn, maar dienen noodzakelijk zijn voor een redelijke taakuitoefening'. Hier rammelt de wet aan alle kanten want iedere opsporingsambtenaar moet zelf uitmaken wanneer hij het nodig acht voor zijn taakuitoefening en nagenoeg iedere uitleg hiervan voldoet. In de praktijk komt het er op neer dat politieagenten, inspecteurs van Bouw- en Woningdienst, boswachters enz. iedereen van 14 jaar en ouder kunnen verplichten zijn of haar identiteitsbewijs(ID)te tonen.
Een ID-bekeuring is enkel geldig als in het proces-verbaal expliciet wordt omschreven waarom het in dit specifieke geval nodig werd geacht, voor een redelijke taakuitoefening om naar legitimatie te vragen. Veel agenten weten dit niet of trekken zich er niks van aan, maar bonnen die uitgeschreven worden zonder deze vermelding zijn ondeugdelijk en behoren bij de eerste kwaliteitskeuring op het bureau door de verbaliserende instantie zelf al te worden ingetrokken/ verscheurd.
Zo blijkt dat buiten het daadwerkelijk uitdelen van bonnen de ID-plichtwet ook gebruikt kan worden om mensen te intimideren. Want wie te verstaan heeft gekregen dat hij op de bon werd geslingerd,
en een geel papiertje, zijnde de kennisgeving van een proces-verbaal, kreeg wordt niet in kennis gesteld als de bekeuring wordt ingetrokken en kan nog weken op een acceptgiro van het Centraal Justitieel Incasso Bureau zitten wachten.
De wet is ook een manier voor de politie om het van hogerhand verplicht uit te schrijven aantal boetes te halen. Wat is er simpeler om mensen voor te bekeuren als voetgangers en fietsers aanhouden en naar hun ID-bewijs te vragen. Als de bekeuringen wegens ondeugdelijkheid worden ingetrokken maakt dat voor het behalen van de quote niet eens uit omdat ondeugdelijke bekeuringen niet worden afgetrokken.
Een wettelijke beperking is vastgelegd dat op plekken waar preventief gefouilleerd mag worden dit niet automatisch de bevoegdheid meebrengt dat er op identiteit gecontroleerd mag worden. Dit is letterlijk vastgelegd, maar een groot deel van de politieagenten geeft geen blijk hiervan op de hoogte te zijn.
De Identificatieplicht is uitdrukkelijk niet bedoeld als middel op zich om van mensen hun identiteit te kunnen vaststellen.Toch zijn meer dan 40% boetes uitgedeeld zonder er sprake was van een ander strafbaar feit.
De wet is bedoeld om overtredingen tegen te gaan en gebruikt straf als disciplinering voor wie zich niet aan de regels houdt. Daarom moet iemand die een overtreding begaat daarvoor worden beboet en niet als bijvangst voor het feit dat hij een overtreding begaat zonder geldig ID-bewijs een dubbele boete krijgen. Toch vormt meer dan 35% van de boetes - bijvang bij kleine overtredingen.
Ook is het uitdrukkelijk verboden om van mensen enkel op grond van het feit dat ze meedoen aan een openbare vergadering, een staking of demonstratie hun identiteit vast te stellen. Het fundamentele grondrecht van mensen om hun mening te uiten en te demonstreren mag niet aangetast worden volgens de letter van de wet. Maar In de praktijk bleek de ID-plichtwet een probaat middel om demonstranten te registreren en daarmee het recht op vrije meningsuiting te frustreren of fysiek onmogelijk te maken door mensen om et niet tonen van een ID-bewijs vast te zetten.
In principe mag een agent uiteraard geen wetsovertredingen uitlokken. Maar zelfs hier hapert de toepassing van de wet zoals blijkt uit al die duizenden gevallen dat mensen nodeloos worden lastig gevallen met pesterige ID controles, waarna men wegens zogenaamde belediging van een ambtenaar in functie, ordeverstoring of niet opvolgen van een dienstbevel al vlot in aanmerking komt voor meerdere bonnen.
Wat nog een beetje helpt tegen het overijverig uitschrijven van bonnen is dat de opsporingsambtenaar die een ID-bewijs vordert, zelf ook gehouden is aan de politiewet om zijn naam of nummer bekend dient te maken. Een agent in burger is dat automatisch verplicht en een agent in uniform moet dat op verzoek doen. Veel mensen weten dit niet of realiseren zich pas achteraf dat het moeilijk klagen is als je niet weet met wie te maken hebt gehad en verrassend vaak hoorden we dat agenten ongestraft de hand met deze verplichting lichten.
Dat degene die om ID bewijs vraagt zelf ook verplicht is zich middels naam of nummer te legitimeren blijkt in de praktijk heel vaak de hand mee te worden gelicht.
Procedures

In grote lijnen komt het er bij de ID-plichtwet op neer dat mensen afhankelijk zijn van de willekeur van de individuele gezagsdrager die naar eigen inzicht en afhankelijk van zijn humeur kan beslissen of hij vind dat iemand die geen geldige persoonsbewijs bij zich draagt op grond van het overtreden van de ID-plichtwet bestraft kan worden.
Wie het er niet mee eens is als hij of zij beboet wordt kan daar over in discussie gaan, over mopperen en weigeren om aan het bevel te voldoen, maar loopt het risico een bon te krijgen of opgepakt te worden.
Wie gearresteerd wordt krijgt onmiddellijk straf en kan hoogstens achteraf in het gelijk gesteld worden, maar daarmee wordt een onrechtmatige arrestatie niet ongedaan gemaakt.
Wie gearresteerd wordt en zich beroept op het recht om niet mee te werken aan zijn eigen veroordeling en daarom anoniem wil blijven, wordt onderworpen aan het maken van een pasfoto en afname van vingerafdrukken die in het dossier van politie en justitie worden opgenomen.
Wie volkomen in zijn recht staat wanneer de ID-plicht onrechtmatig wordt toegepast en derhalve geen gehoor wenst te geven aan zo'n bevel wordt op grond van die weigering als crimineel behandeld en geregistreerd( zonder dat de gegevens ooit uit de registers te verwijderen zijn). Men kan officieel alleen achteraf zijn gelijk halen door klachten in te dienen of via de rechtbank in het gelijk te worden gesteld.
Wie volgens de opsporingsambtenaar in aanmerking komt voor straf wegens het niet voldoen aan de ID-plicht hoort een kennisgeving van een bekeuring of een proces-verbaal het ontvangen. Toch gebeurt het herhaaldelijk dat mensen helemaal niet te horen hebben gekregen dat ze een ID-boete zouden krijgen maar dit pas ontdekken als de post uit Leeuwarden komt. Vooral de spoorwegpolitie maakt veelvuldig gebruik van deze ‘conflictvermijdende' wijze van verbaliseren.
Het gebeurt zelfs regelmatig dat mensen, zelfs nadat ze een nacht in de cel opgesloten hebben gezeten zonder enig schriftelijk bewijs het bureau uit worden gezet. Waarover je dan weer een klacht moet indienen zodat in de dagrapportage teruggezocht dient te kunnen worden wie er op dat ovenblik dienst had en wat er is voorgevallen.
Van dak- en thuislozen en mensen die niet in ons land gevestigd zijn kan men contante betaling eisen. Een maatregel die menig hulpverleningstraject om mensen via schuldsaneringsprojecten uit de financiële penarie te helpen naar de haaien heeft geholpen. Daklozen en zogenaamde veelplegers moeten buiten hun schuldhulpverleningsprogramma om vaak weer bij vrienden of familie om geld aankloppen om hun boetes te betalen en wie dat geld niet bij elkaar wordt opgeborgen om de schuld af te lossen en kan in die tijd niet naar school, de tandarts of naar een net verworven werkkring. Een gang van zaken die zeker in het licht van het hoge aantal drugsverslaafden en dak-en thuislozen die op ID-bewijzen gecontroleerd worden, een criminele oplossing voor een sluitend draaideursysteem genoemd mag worden.
Klachten
Wie een bekeuring krijgt en daar tegen wil protesteren kan een klacht indienen tegen de politie of de opsporingsdienst die de aanhouding verrichtte.
Een klacht over het politieoptreden moet u deze indienen bij het regionale klachtenbureau van het betreffende politiekorps. Een conflict met een agent of een politiekorps is namelijk een regionale aangelegenheid. Het valt daarom onder de verantwoordelijkheid van de korpsbeheerder. De korpsbeheerder moet ervoor zorgen dat er een onderzoek naar uw klacht wordt ingesteld en dat uw klacht wordt afgehandeld. In de praktijk gebeurt dat door de klachtencoördinator van het korps.
Hier vindt u de adressen van de politieregio's waar u uw klacht kunt indienen.
In principe moet men bij de politie desgevraagd geholpen worden met het indienen van een schriftelijke klacht.
Wie vlot een klacht indient vóór het CIJB een transactie voorstel verstuurd maakt een goede kans dat de boete wordt ingetrokken. Verder moet men zich geen andere illusies maken over het klachtencircuit dan dat het een intern leermoment voor de politie zelf bedoeld te zijn. Men krijgt hooguit excuses en daarmee is de kous af.
Wie vind dat de klacht niet naar behoren is behandeld kan dit aankaarten bij
de Nationale Ombudsman . Hoewel men hier eigenlijk niet anoniem een klacht mag indienen bestaat hiervoor een uitzonderingsconstructie. Deze geldt, tot nu toe, enkel voor gevallen waarin mensen gerede angst hebben om vervolging te vrezen, als hun naam bekend wordt bij de instantie die zij aanklagen. Via een tussenpersoon die wel de identiteit kent kan bij hoge uitzondering dan toch een klacht voor behandeling in aanmerking komen.
Het Meldpunt heeft er, tot op heden tevergeefs, op aan gedrongen dat deze regeling ook zou dienen te gelden voor mensen die anoniem willen blijven en niet via het klachtencircuit alsnog in de justitieregisters terecht willen komen, al hebben ze niets strafbaars gedaan. De Ombudsman heeft zich wel bereid getoond om coulant om te gaan met de regel dat een klacht binnen een jaar ( nadat men alle reguliere wegen heeft bewandel), dient te worden ingediend. Vanwege het trage en vaak ondoorzichtige justitiële circuit zitten mensen in de regel bijna 2 jaar te wachten op een oproep voor de rechtbank die nooit komt.
Wie vindt dat er sprake was van discriminatie( naar ras, leeftijd, sekse of anderszins doet er goed aan dit te melden bij een anti-discriminatiebureau.
Als de bon niet wordt ingetrokken gaat hij doorgaans naar het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB), al bestaat de mogelijkheid om met een "Tobias aantekening" aan te geven dat het transactievoorstel niet nodig is omdat betrokkene of het OM zelf de zaak in ieder geval aan de rechter wil voorleggen. Maar doorgaans stuurt het CJIB een acceptgiro, zelfs in de gevallen dat mensen lieten aantekenen dat ze op principiële gronden naar de rechter willen.
De acceptgiro is een schikkingsvoorstel om de straf af te kopen. Wie van het CJIB een acceptgiro uit Leeuwarden gestuurd krijgt vergist zich als hij denkt dat dit een boete betreft die je moet betalen. Veel mensen weten dat niet wat ook niet zo verwonderlijk als je bedenkt dat velen op grond van deze omstreden wet voor het eerst van hun leven met Justitie in aanraking zijn gekomen. Een krappe helft van de aanschrijvingen wordt betaald, uit onwetendheid, om van het gezeur af te zijn, omdat men bang is een deurwaarder aan de deur te krijgen, of omdat men gewoon gezagsgetrouw de overheid vertrouwd of vind dat het een schade is om voor het gerecht gedaagd te worden.
De post van het CJIB heet officieel een transactievoorstel. Dit is een voorstel om in ruil voor een schuldbekentenis de straf die je verdiend ( officieel tot een maximum van € 2250 per geval of vervangende hechtenis), feitelijk van €50,00 af te kopen. Wie het niet met het voorstel eens kan in dit stadium nergens bezwaar maken maar moet dit laten blijken door niet te betalen. Toch hebben duizenden mensen die het helemaal niet eens waren met de bekeuring betaald en op deze manier, zonder dat ze dat beseffen, schuld bekend voor iets waar ze het niet mee eens zijn.
Het Meldpunt Misbruik Identificatieplicht is van mening dat voor alle mensen die op onrechtmatige wijze zijn aangehouden ook al hebben ze door te betalen formeel toegegeven dat ze fout waren, deze wijze van afdoening terug gedraaid moet worden. Iedereen die op onrechtmatige wijze is beboet hoort zijn geld uit de staatskas terug te krijgen. Aangezien na bijna 3 jaar ID-plichtwet de cijfers vrijwel constant aantonen dat het overgrote deel van de ID-boetes niet conform de richtlijnen van de wet en/of tegen de intentie van de wet zijn uitgeschreven zou het van fatsoen getuigen als de overheid zelf het initiatief neemt om de oneigenlijk verkregen inkomsten van geïnde ID-boetes te restitueren.( inkomsten statistisch gezien komen op zo'n 6 1/2 miljoen euro per jaar)
Hiermee zou de regering ook recht doen aan het
gelijkheidbeginsel wat aan onze samenleving ten grondslag ligt in plaats van ook deze peiler van onze rechtsstaat onder de versluierende benaming "relativeren"aan te tasten. Het is namelijk evident dat je de burgers niet met gelijke maatstaven behandeld als je het geld uit de zak klopt van mensen die zo dom of braaf zijn om te betalen, en van de anderen de zaak niet door te zetten.
Het parket
Officieel is het regel dat als mensen het transactie voorstel niet betalen de zaak wordt doorgestuurd naar het parket.
Daar wordt de zaak aan de Officier van Justitie voorgelegd. Die beslist of de zaak doorzet of besluit dat een verdachte niet zal vervolgen, dat laatste wordt ‘sepot' genoemd. In Rotterdam en Utrecht liet de persvoorlichting zowel aan het Meldpunt als aan de pers weten dat ruim 80% van de zaken die aan het parket worden aangeleverd als kansloze zaken bij voorbaat worden geseponeerd. Minister Donner spreekt in de Tweede Kamer echter over 14% en 12% voor respectievelijk 2005 en begin 2006.
Het Openbaar Ministerie bepaalt in het algemeen of mensen hun zaak aan de rechter kunnen voorleggen. Wie persé wil dat zijn zaak voorkomt kan daar via een klachtenprocedure bij de Nationale Ombudsman op aan dringen, maar de uitkomst is onzeker omdat men in deze gevallen geen recht op een rechtzaak heeft. Wie bij de rechtbank wordt aangeklaagd krijgt een dagvaarding voor het kantongerecht.
In de dagvaarding staat te lezen welk feit de officier van justitie ten laste legt. Het niet voldoen aan een vordering inzake de Wet op de Uitgebreide ID-plicht is geen overtreding maar een strafzaak. In de dagvaarding staat waar en wanneer de rechtzitting zal plaatsvinden. De achterkant van de dagvaarding vermeld toelichting over de rechten waar men gebruik van kan maken, zoals het recht op een tolk en het recht op rechtsbijstand. Wie de Nederlandse taal niet of niet voldoende beheerst, kan de officier van justitie om een tolk vragen.
Bezwaarschrift
Wie van mening is ten onrechte gedagvaard te zijn, kan bij de griffie van de rechtbank een bezwaarschrift indienen. Hiervoor geldt een termijn van 8 dagen. Het bezwaarschrift dient te worden gericht aan de rechtbank waar men moest voorkomen. In het bezwaarschriftdiendt zo duidelijk mogelijk teworden omschreven waarom men het niet eens is met de dagvaarding. Bijvoorbeeld omdat men zich niet schuldig acht.
Ook in dit stadium heeft een bezwaar indienen voor een van de resterende 20% van de helft van alle boetes, soms nog tot gevolg dat de rechter het bezwaar gegrond verklaard of de zaak niet ontvankelijk verklaard. Is dat niet het geval dan komt de zaak voor en begint het strafproces.
Rechtszitting
Wie een oproep van de rechtbank krijgt staat het vrij om al dan niet te verschijnen. De zaak dient hoe dan ook, tenzij hij wordt uitgesteld wegens verhindering omdat iemand uitstel heeft aangevraagd. Bijvoorbeeld wegens het feit dat hij in het ziekenhuis ligt. Voor het niet tonen van een geldig identiteitsbewijs kan de rechter een veroordeling uitspreken van maximaal met € 2.250 of vervangende hechtenis. Maar in de praktijk wordt als regel mensen die veroordeeld worden vanaf 16 jaar tot € 50/€ 51 opgelegd en kinderen van 14- en 15 jaar een gereduceerd tarief van € 25. Normaal verhoogt de Officier van Justitie het bedrag voor een boete van €50 met een tientje als een zaak voor de rechter komt, maar omdat het een goed recht is van iedere burger om zich voor de rechtbank te verdedigen behoort de gang naar de rechtbank niet beboet horen te worden met een financiële sanctie. Het Openbaar Ministerie probeerde bij de eesrste zaken nog wel de verhoging van 10 euro te eisen, maar na de eerste paar rechtzaken in Leeuwarden bleek dat rechters daar in dit geval in de regel niet in mee gaan.
Op 28 september 2005 ontstond tijdens de eerste bulkzitting in Utrecht binnen de kortste keren jurisprudentie. Tijdens de 181 rechtzaken die in Utrecht dienden, werden de mensen die verstek lieten gaan in eerste instantie tot 60 euro veroordeeld. De boete voor wie aan de oproep gehoor had gegeven, en niet werd vrijgesproken, bleef gelijk of werd minder als persoonlijke omstandigheden daar aanleiding toe gaven. Maar nadat de demonstranten tegen de ID-plicht die op het plein vóór de rechtbank demonstreerden aanmerkingen maakte dat dit betekende dat mensen die verstek lieten gaan bijgevolg wel in hoger beroep konden gaan in tegenstelling tot wie voor € 50 of minder werd veroordeeld. De suggestie om symbolisch €51 te vonnissen voor mensen die in hoger beroep willen gaan, werd prompt overgenomen en is tot op de dag van vandaag jurisprudentie.( met de aantekening dat inmiddels de mogelijkheden om in hoger beroep te mogen gaan verkleind zijn en dit mensen aleen kan worden toegestaan als de rechtbank het maatschappelijk belang groot genoeg oordeeld) Voor aanvullende info EHRM veroordeeld weigering hoger beroep, lees...
Praktische gang van zaken is dat de rechter de gedaagde in de gelegenheid stelt om zich te verdedigen of persoonlijke omstandigheden aan te dragen. Hij of zij zal nog wat toelichting vragen aan de gedaagde en de aanklager over de feitelijke gang van zaken. Tenslotte krijgt de gedaagde "het laatste woord". Dit is meestel de enige gelegenheid die aangegrepen kan worden om echt een principieel statement af te leggen over dat de wet ongelijkheid in de samenleving bevordert, de zwakkeren in de maatschappij dupeert, haat tegenover vreemdelingen aanwakkert, machtsmisbruik oproept enz.
Aangezien er een scheiding van machten is moet de(kanton)rechter wetten uitvoeren en mag hij niet op de stoel van de wetgever gaan zitten door zich inhoudelijk over de wet uit te laten. Maar natuurlijk zijn er veel mogelijkheden om aan de hand van praktische bezwaren aan te tonen dat het toepassen van de wet niet deugt. Zo kan er sprake zijn van willekeur of van discriminatie. Onevenredigheid valt aan te voeren als de boete in geen verhouding staat tot een futiele overtreding. Rechtsongelijkheid, en discriminatie zijn ook van die aspecten. Het argumenten dat het vorderen van papieren onterecht was omdat de verbalisant wist of kon weten wie hij voor zich had horen natuurlijk tot vrijspraak te leiden want met een veroordeling zou de rechter in dat geval een vrijbrief geven aan opsporingsambtenaren om mensen lukraak naar identificatie te mogen gaan vragen en dat mag volgens de wet niet. Ook wil het nogal eens voorkomen dat mensen in eerste instantie naar hun ID-bewijs gevraagd wordt omdat ze een overtreding begaan, maar vervolgens enkel worden vervolgd voor het niet voldoen aan de ID-plicht. Dat is een duidelijke situatie waarin aangetoond kan worden dat er geen sprake is van een redelijke taakuitoefening en vervolging daarom onrechtmatig is.
De rechter doet gelijk aan het eind van de zitting mondeling uitspraak en alleen het vonnis wordt bij de rechtbank geregistreerd. Het vonnis kan variëren van vrijspraak, tot veroordeling zonder strafoplegging, vermindering van de eis van de aanklager of een hogere straf. Een veroordeling is altijd vervat in de tekst van de opgelegde boete of de vervangende hechtenis die daaraan gelijk staat. De zaken voor kinderen worden achter gesloten deuren behandeld, de andere zaken zijn openbaar. Er worden door de rechtbank griffie geen verslagen van deze zittingen gemaakt..Het verdient derhalve aanbeveling dat mensen die moeten voorkomen zorgen dat ze niet alleen gaan maar ervoor te zorgen dat er mensen op de publieke tribune meeluisteren.
N.B. Een gedaagde moet zich op de rechtbank identificeren, maar publiek hoeft dat niet. Voor de veiligheid volstaat het dat zij door bewakingspersoneel op eventueel verboden spullen worden gecontroleerd en die inleveren zolang ze in het gebouw zijn.
Wie is vrijgesproken wordt verondersteld daar tevreden mee te zijn ook la is hij nodeloos lastig gevallen. Daar staat geen genoegdoening tegenover. Ook kan men bij vrijspraak niet doorprocederen om de wet via een hogere rechtbank te laten terug draaien.
Wie onrechtmatig heeft vastgezeten kan daarvoor een schadevergoeding krijgen, maar daarmee wordt de vrijheidsberoving niet ongedaan gemaakt.
Na een veroordeling kan men, onder bepaalde voorwaarden, in hoger beroep gaan bij een meervoudige strafkamer. De mogelijkheden daartoe zijn in 2007 echter drastisch ingeperkt. Ook het OM kan dat doen als ze zich niet bij de uitspraak van de rechter willen neerleggen. Dit gebeurde in de zaak van de vredesactivisten die in eerste instantie door de kantonrechter in het gelijk waren gesteld en vrijgesproken.
Als de rechtsgang niet correct verloopt, is de laatste juridische mogelijkheid op nationaal niveau een cassatieverzoek indienen bij de Hoge Raad. Tot nu toe zijn cassatieverzoeken niet ontvankelijk verklaard. De vredesactivisten werden in hoger beroep alsnog veroordeeld terwijl de meervoudige strafkamer bijna een jaar later in een vergelijkbare zaak het vonnis van de kantonrechter verwierp en de verdachte vrijsprak.
Tenzij men in hoger beroep gaat moet men vervolgens betalen of men belandt in de gevangenis. Met aantekening op het "justitieel register",wat gevolgen kan hebben voor het al dan niet afgeven een bewijs van goed gedrag(VOG).
Hoger beroep aantekenen en doorprocederen zou uiteindelijk moeten kunnen leiden tot het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg. Daar kan men in principe aanhangig maken dat de Nederlandse ID-plichtwet in strijd is met de Rechten van de Mens en Rechten van het Kind. Dit Hof heeft de macht om de regering te dwingen de wet in te trekken. Maar praktisch werkt dat systeem niet als alle zaken voortijdig worden geseponeerd en iedereen die wil doorprocederen wordt vrijgesproken.
Conclusie

Om een lang juridisch verhaal kort te maken komt het er in feite op neer dat door invoering van de Wet op de Uitgebreide Identificatieplicht iedere burger sinds 2005 als potentieel verdachte wordt beschouwd. En dat het iedereen, die het waagt om zonder geldig identificatiebewijs onder handbereik te leven, kan overkomen dat hij een bekeuring krijgt of gearresteerd wordt. Of men nou vredig op het strand ligt te soezen, de ramen zeemt, een brood haalt bij de bakker of om de hoek of de hond uitlaat niemand is meer veilig voor de lange arm van een humeurige oom of tante agent
Bloemlezing argumenten tegen de Wet op de Uitgebreide Identificatieplicht
Terrorismebestrijding door de ID-plicht is kletskoek.
De argumentatie dat de nieuwe wet helpt om terrorisme te bestrijden is uit de lucht gegrepen. Degenen die de aanslagen van 11 september pleegden werden gecontroleerd zowel bij binnenkomst van het land als op het vliegveld voor de start van de vlucht. Hun papieren waren in orde. Iedereen kan begrijpen dat goed georganiseerde criminelen & terroristen er wel voor zorgen over adequate valse papieren te beschikken of mensen in zetten die nooit aanleiding tot verdenking gaven. Het stimuleert zo alleen maar dat potentiële terroristen gaan werven onder jongeren, mensen voor geld of via chantage aan zich binden en er een markt gecreëerd wordt voor identiteitsdiefstal.
Het kweekt een atmosfeer van onveiligheid en achterdocht.
Eerst wordt iedereen goed bang gemaakt en als de angst er goed in zit kun je iedereen als potentieel verdachte van het stafbare feiten gaan beschouwen. Het vertrouwen tussen mensen onderling en tussen de regering en de bevolking is de smeerolie om op een menswaardige manier samen te leven. Haal je dat weg dat kun je enkel nog alles via ge- en verboden proberen te regelen en dat lukt alleen in een dictatuur waar geen rekening wordt gehouden met de individuele mens. Ons land wordt er niet aardiger op als iedereen die door zijn uiterlijk afwijkt van de doorsnee bevolking dagelijks op zijn hoede moet zijn voor controles. Sjoerd Bosch van het Autonoom Centrum noemt dat administratieve apartheid. Wie een blanke huid heeft en er netjes uitziet kan zijn ID-bewijs misschien nog wel thuis laten, maar anderen doen er beter aan voortdurend in staat te zijn zich te identificeren?
Discriminatie.

Mensen met en gekleurde huid, baarddragers, mensen die waarvan hun uiterlijk doet vermoeden dat het om islamitische gelovigen gaat of om figuren die tot het links- activisme behoren, zullen vaker gecontroleerd worden dan anderen. De wet veroorzaakt derhalve een van overheidswege opgelegde druk op de burger om zich zo onopvallend mogelijk te gedragen en levert discriminatie op voor wie dat niet doet.
De wet noodt uit tot individueel machtsmisbruik
Waar het handhaven van de wet zonder duidelijke aansturen volkomenwordt overgelaten aan de inschatting van de individuele wet opsporingambtenaar, blijkt bij het het toepassen van de wetgeving voornamelijk afhankelijk te worden van van het humeur van de individuele agent en het behalen van zijn of haar boetequôte. Daarmee opent het de deur naar willekeur en machtsmisbruik.
Het roept op tot misbruik via uitgelokte aanleiding.
Er zijn meerdere gevallen bekend van mensen die aangehouden werden omdat ze ten onrechte beschuldigd werden van hetovertreden van de wet, waarna de woordenwisseling die daar het gevolg van was de aanleiding werd om een identificatiebewijs te vragen. Het is niet incidenteel dat het dan gaat om onenigheid over het al dan niet met het voorwiel van de fiets op de stopstreep staan, het zo lang aan de praat houden van hondenuitlaters dat de hond op verboden gebied zijn ontlasting loosde, gebruik maken van voetgangers/fiets oversteekplaatsen op het moment dat het licht van groen op rood springt. beschuldigingen dat mensen door rood licht zouden hebben gefietst omdat deagent aan de ander kant groen licht had en niet wil controlen of de lichten verkeerd staan afgesteld/kapot waren en helemaal niet branndden. Bizarre futiliteiten die regelamtig tot opstootjes leidden wanneer omstanders er zich mee gingen bemoeien en vervolgens ook bekeuringen kregen als ze zich niet lieten wegsturen. het toppunt was toch wel de melding van een bon voor fietsen door rood licht te Vlissingen op een plek waar geen stoplicht staaat.
Algemeen misbruik
Actievoerders bij legale demonstraties,waar toestemming toe was verleend bleken regelmatig opgepakt te worden enkel en alleen omdat zij het onterecht achten en weigerden mee te werken aan verplichte identificatie om aan de demonstratie te kunnen deelnemen. Als argument werd daarbij opgevoerd dat de angst voor mogelijke ordebverstoring het identificeren zou rechtvaardigen. Maar feitelijk is dit een toepassing van de wet die glashard de vrijheid van meningsuiting om zeep helpt. Zo kan door de bevoegdheid om de identiteit van betrokkenen bij stakingen of demonstraties vast te stellen zonder dat er sprake is van een concrete aanleiding het gevoel van vrijheid om aan dergelijke bijeenkomsten mee te doen worden ingeperkt.
Er is dan immers niet meer gewaarborgd dat een burger anoniem voor de overheid, kan demonstreren tegen de overheid. "Het vooruitzicht dat gevraagd kan worden naar ID-papieren alleen maar om het feit dat je ergens aanwezig bent, kan ook een dermate grote beperking zijn dat het burgers ervan weerhoudt van genoemde rechten gebruik te maken", Aldus Van Den Biesten advocate.
Toch komt de politie weg met dit soort methodes, een politiestaat waardig, omdat een ieder die op vordering daartoe geen geldig ID-bewijs toont verdacht kan worden van het zelfstandige strafbaar feit: namelijk het niet voldoen aan de identificatieplicht.
Het meldpunt constateerde daarbij ook nog jarenlang de trent dat de politie selectief naar de inhoud van de meningsuiting de ID-plichtwet toepaste. Herhaaldelijk werden in diverse steden namelijk bij demonstraties waarbij neo-nazi's en anti-ascisten betrokken waren allen de anti-fa gesommeerd tot identificatie.
Vrijheid hoort in Nederland hoog in het vaandel te blijven staan
We moeten niet achter de VS. of de Europese Commissie aanlopen en de identificatieplicht normaal gaan vinden omdat die in andere landen al langer geldt. Dat wij in ons land voor deze manier van leven gespaard waren gebleven moeten we koesteren in plaats van opgeven.
Het bevordert de criminaliteit
Er zullen veel meer identiteitsbewijzen gestolen, vervalst en verhandeld gaan worden. Om nog maar te zwijgen over veel verdergaande diefstal van mensen hun identiteit. En gewone mensen, die zich verder aan de wet houden, maar weigeren om aan de ID-plicht te voldoen, worden gecriminaliseerd. Hetgeen vooral fnuikend is voor de beeldvorming dat criminaliteit iets heel gewoons is. Omdat de ervaring leert dat iedereen van tijd in aanraking komt met de politie en bekeuringen op loopt, al overtreed men verder geen wet.
Wie geen gechipt biometrisch identiteitsbewijs accepteert kan geen een menswaardig bestaan meer leiden.
Zolang er geen alternatief is kunnen deze mensen, vanaf het moment dat hun identiteitsdocument verloopt feitelijk niet meer zonder risico op bekeuring en/of arrestatie het huis uit. Ze kunnen geen arbeidscontract meer afsluiten, geen onderwijsopleiding volgen, niet meer gebruik maken van reguliere zorg, en meer. Ze worden afgesloten van normale deelname aan het maatschappelijk verkeer, en essentiële levensbehoeften worden hen ontzegd. En vanuit deze onmogelijke positie is het ook haast ondoenlijk om gebruik te maken van grondrechten om via langdurige juridische procedures het recht op gewetensbezwaar tegen de inbreuk op de privacy en het recht op lichamelijke integriteit af dwingen.
Illegalen en papierlozen (les sans-papier) zijn volstrekt rechteloos

Omdat werkgevers verplicht zijn van hun werknemers een kopie van hun ID- bewijs te vragen blijft voor degene die niet over de juiste papieren beschikt enkel werk over dat volledig zwart is. Daarmee worden ze afhankelijk van malafide werknemers of moeten ze hun toevlucht nemen tot het leven op kosten van een ander, bedelen of inkomsten uit de criminaliteit. Een uitkering, ook voor mensen die jarenlang braaf premies hebben betaald, is uitgesloten, en zaak beginnen en lid worden van de Kamer van Koophandel idem. Er wordt zo een volstrekt rechteloos subproletariaat geschapen .
Werkgevers raken in het nauw
Dat werknemers strafbaar zijn als ze geen geldige ID-papieren van hun werknemers eisen is beslist geen maatregel die enkel helpt om malafide bazen uit te zuiveren. Werknemers die geen ID-papieren kunnen of wensen te verstrekken moesten na invoering van de beperkte ID-plichtwet van de regering ontslagen worden, al mocht dat natuurlijk helemaal niet volgens hun arbeidscontract. Momenteel is het zo dat bijvoorbeeld een vader die zijn eigen zoon in dienst wil nemen dat volgens de wet niet mag doen wanneer de zoon bezwaar maakt tegen de registratiewaanzin of omdat hij geen gechipt bio paspoort accepteert. Doet hij het toch dan is hij strafbaar.
De privacy dreigt uit te sterven

Men praat over de glazen samenleving waarin alles van iedereen voortdurend wordt geregistreerd en gecontroleerd. Niemand weet meer wat er met zijn gegevens allemaal gebeurd. Niemand is veilig als zijn gegevens in verkeerde handen vallen.
Solidariteit tussen mensen wordt tegengegaan
Wat voorbeelden:
'Ja jammer dan dat m'n buurvrouw geen ID-papieren heeft. Ik vind haar aardig. Ze zorgt goed voor haar man en kinderen. Wij zijn samen, al jaren, de enige in de buurt die de stoep vegen en glas van de straat opruimen. Het land waar ze woonde en waar ze zo naar verlangt kan ze niet naar toe omdat ze daar gegarandeerd gevangengezet/gemarteld en of vermoord zou worden. Haar kinderen komen hier dagelijks over de vloer. Ze spreken vloeiend Nederlands, halen op school hogere cijfers dan mijn kinderen en kunnen zich in hun moederstaal maar gebrekkig uitdrukken. Maar ja, om nou te weigeren aan de ID-plichtwet te voldoen is ook zo wat. Dat zij geen papieren hebben is dan toch hun probleem en daar ga ik geen boekeuringen van € 50, 00 voor riskeren'.
'Ja jammer dan dat m'n buurman geen ID-papieren heeft. Het is een hartstikke aardige man. We werken al jaren samen. Hij is zo betrouwbaar als een looie deur. Onze families zijn aan elkaar verknocht. Hij heeft het verder gebracht dan ik als ik het eerlijk moet toegeven. Als we samen 's- nachts de stad in gaan wordt hij regelmatig aangehouden en ik nooit. Maar ja, 50 euro. Geld is geld, dat ga ik toch liever niet betalen uit solidariteit.
Nieuwe wet verhoogt dakozen problematiek

Zomaar een melding ter illustratie:
'Het valt niet mee als je op de straat woont om altijd een geldig ID-bewijs bij de hand te moeten hebben. Dat verhoogt de kans om geript te worden natuurlijk. En, Mozes man, ik raak altijd van alles kwijt ik moet mijn spullen af en toe ergens stallen, kan moeilijk met m'n hele hebben en houwen naar de plee gaan. Nou en geld heb ik niet veel, in ieder geval niet genoeg om een paar keer per jaar een nieuwe ID te halen. En weet je hoeveel het extra kost als je je ID kwijt bent ? Nou dat geld heb ik natuurlijk al helemaal niet. Moet je nagaan: ben ik mijn ID kwijt, kan ik geeneens een nieuwe krijgen want op Burgerzaken moet je een adres opgeven en uitleggen wie je bent...Als ik dan genoeg in de shit raak dan gaat de hulpverlening zich met me gaat bemoeien; zijn we maanden verder. In die tijd heb ik toch gegeten als je begrijpt wat ik bedoel. Dan krijg ik eindelijk een post adres en zien ze me bij Burgerzaken weer voor een mens aan.
Maar dan moet je foto's laten maken, van die dure waar je, als je ze al kunt betalen, er meer van krijgt dan dat je nodig hebt. Ach man, hoorde dat het 50 euro kost als je geen ID op zak hebt. Enne...heb jij soms enig idee hoe vaak ze je daar op één dag om mogen vragen?'
Nieuwe wet is extra belasting geestelijk zwakke medemens
Voor veel van onze wat zwak begaafde medemensen is het leven al ingewikkeld genoeg. Dat ze dan ook nog belast worden met de zorg voor het continue op zak hebben van een geldig identiteitsbewijs maakt hun leven er alleen maar moeilijker op. Na het inzicht in de jaren 60 dat je zwakbegaafde mensen niet moest opbergen ver buiten de gewone samenleving, maar een beschut plekje in de maatschappij moest bieden, zijn veel van die mensen
weliswaar niet meer opgeborgen in tehuizen. Maar van dat beschutte komt weinig terecht als je toch al grote moeite hebt om je in de maatschappij staande te houden maar nu de doelgroep terecht komt die wegens licht afwijkend gedrag bovenmodaal in de gaten wordt gehouden door de sterke arm.
Wet belastend voor bejaarden
Voor vele, al dan niet hoog, bejaarde medemensen in dit land is de nieuwe wet belastende -geldverslindende -flauwekul. Duizenden vonden het niet nodig om een nieuw (duur) paspoort aan te schaffen omdat ze dachten toch niet meer naar het buitenland te gaan. Nu is de 65+ pas afgeschaft, de nieuwe ID- wet ingevoerd, en al zal je als oudere waarschijnlijk niet zo snel gevraagd worden om je op straat te moeten identificeren, je bent wel strafbaar als je geen officieel ID-bewijs hebt. Dat ding is duur, voor velen te duur.
Veel mensen kunnen trouwens hun handtekening niet eens (meer) zetten of zijn niet in staat om naar het gemeentehuis te gaan om een ID-bewijs aan te vragen.
Los daarvan is de ID-plicht ook geestelijk voor ouderen belastend, omdat het herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog oproept. Geestelijk belast je deze categorie mensen ook doordat het korte termijngeheugen met dejaren minder goed gaat functioneren wat ervoor zorgt dat het een heikele opgave wordt om voordurend te moeten onthouden waar je ID-bewijs is.
Dat er gemeentes zijn die ter ere van de invoering van de nieuwe ID-plicht een actie op touw wordt gezet om de plaatselijke bejaardenhuizen te bezoeken, lost de problemen niet op
Ongelijkheid qua kosten

Ongetwijfeld gaat deze plicht de gezinnen met opgroeiende, vergeetachtige & potentieel vaak te bekeuren, kinderen navenant veel geld kosten.
Ook voor de mensen met de lage inkomens betekent aanschaf van ID-bewijs en aanschaf van nieuwe(n) na verlies of diefstal financieel een hogere belasting dan voor de
gefortuneerde mens,die zijn spullen in een goed beveiligd huis en gedekt door de verzekering kan bewaren.
Vrijheidsberoving
'Ik voel het als vrijheidsberoving dat ik niet zomaar vrij naar buiten kan lopen maar er aan moet denken dat ik papieren bij me moet steken om aan te kunnen tonen wie ik ben.IK verdom het om mijn paspoort mee te nemen als ik gewoon in mijn eigen land naar buiten ga. Maar inmiddels moeten we thuis wel afspraken maken dat het dagelijks boodschappen doen er op kan uitlopen dat je niet op tijd thuis kan zijn omdat je vanwege je principes uren op het politiebureau kan worden vastgehouden. WIJ maken wat dat betreft dagelijks afspraken over het halen en brengen van de kinderen van school zodat ze nooit verloren op het schoolplein staan. Zo zijn er meer mensen die dat doen i.v.m. visite en logés die niet voor een dichte deur moeten komen te staan, het melken van de koeien wat door moet gaan, het afzeggen van tandartsafspraken, afzeggen van doktersbezoek zowel van mensen die daar een afspraak hebben als van mensen die er werken, mensen die op tijd de post of de krant dienen te bezorgen enz.
De mensen die dit soort wetgeving invoeren hebben geen notie van de impact die datheeft op ons leven. Wat is dit voor land aan het worden waar je ‘s ochtends niet enkel je gewone dagplanning gaat afwerken maar bij elk onderdeel moet bedenken of je er 12 uur spatie tussen moet plannen wegens eventuele arrestatie voor onschuldig loslopen?'
Nieuw paspoort makkelijk kwijt te raken.
Klein leed: ' Het nieuwe paspoort heeft een harde glibberkaft. Ik bewaarde mijn paspoort altijd in een enveloppe die ik in mijn agenda plakte, maar daar glibbert de nieuwe alsmaar uit.In je zak doen is ook geen oplossing, want met die harde gladde kaft gaat hij binnen de kortste keren kapot, of glijdt hij uit je zak ' .
Grrot leed: 'Ik lijdt aan elipelpsie en ben al een paar keer door een aanval mijn id-kaart kwijtgeraakt. daar krijg ik gelazer mee, omdat men hetniet vertrouwd als je regelmatig een nieuw ID-bewijs komt aanvragen. Daarom heb ik officieel toestemming gevraagd aan de Officier van Justitie om met een kopie van mijn ID-kaart aan de ID-plicht wet te mogen voldoen. Maar die toestemming wilde hij niet geven omdat je volgens de wet een geldig origineel document miet kunernn tonen'.
'Altijd gezeik als ze weer eens om mijn ID vragen, want mijn ouders hebben de originele documenten in de kluis opgeborgen'.
Met zulke maatregelen heb je geen terroristen van buitenaf nodig om de samenleving kapot te krijgen.
De politiek verzint radeloos ondoordachte maatregelen waar de grondslag van onze natie mee onderuit worden gehaald. Opgejut door incidenten, media-druk en politieke partij schermutselingen wordt het volk onderworpen aan wetgeving waarvan het nut omstreden en de effecten ongekend zijn. Het is tekenend dat meerdere rechters zo verontrust raakten van de glijdende schaal waarin de rechten van de mens in dit land terecht zijn gekomen dat zij zich geroepen voelden publiekelijk te ventileren dat huns inziens de vrijheid van iedere burger niet langer door de wet wordt gedekt.
Het gaat weer precies zo als in de 2e Wereld Oorlog
Het wordt allemaal zo onschuldig voorgesteld, maar het gaat altijd hetzelfde. Eerst worden haatgevoelens tussen bevolkingsgroepen aangewakkerd. Dan volgt de roep om strenge maatregelen en eigent overheid zich steeds meer macht toe. Het democratisch gehalte van beslissingen vermindert onder druk van de noodtoestand. De overheid, niet gehinderd door tegenstanders, meet zichzelf dan steeds grotere bevoegdheden aan, om het priveleven van iedere burger binnen te dringen. De controle op iedereen wordt dan opgevoerd. De bevoegdheden van overheidsdienaren worden steeds groter. Er worden geheime organisaties opgezet die buiten de openbaarheid van bestuur vallen.
Totalitaire regiems die hun eigen bevolking onderdrukken en iedereen die zich tegen hen keert vervolgen zijn altijd gebaseerd op een systeem wat eerst geschikt wordt gemaakt om zo te kunnen opereren. In Nederland dienen we ons dit, zo kort na de 2e WO, minstens te realiseren aan de hand van de vervolging en volkerenmoord op Joden, Cinti, Roma, politieke tegenstanders, homoseksuelen en gehandicapten. Nu begint het met het gevangen zetten ven uitzuiveren van illegalen dan komt vasten zeker het voorstel om mensen die hen helpen te gaan bestraffen( tekst zwartboek medio 2006),. Vervolgens gaat men bevolkingsgroepen die goed zichbaar beschillen van de gemiddelde Nederlander aan extra controles onderwerpen, en als er geen voldoende verzet tegen deze ontwikkeling wordt geboden, eindigt het zoals in alle tijden met het monddood maken en oppakken van mensen die de regering niet welgevallig zijn. We zien het voor ons ogen gebeuren, en kunnen in deze informatiemaatschappij nooit achteraf beweren dat we het 'niet geweten hebben'.
Jongeren van 14 jaar horen nog speels te mogen zijn
Een maatschappij die eist dat je als je 14 jaar wordt er altijd aan moet denken dat je een identificatiebewijs bij je moet hebben als je naar buiten gaat en alert moet zijn die niet te verliezen, verpest de jeugd.En verpest daarmee de toekomst voor de hele samenleving. Het is werkelijk geen wonder dat zoveel jongeren geestelijk in de problemen komen, en gestoord gedrag gaan vertonen als ze op moeten groeien in een samenleving waar wel veel materiele welvaart is, maar geen tijd en aandacht voor ze heeft en geen respect voor wie zij werkelijk zijn. Dat de overheid daarbij een klimaat stimuleert waarin het gedrag van de jeugd, steeds dwingender wordt gereguleerdaan tot van buitenaf gewenst gedrag zal een desastrweuze uitwerking hebben op de gezonde ontwikkleling van de jeugd en de samenleving als geheel. De ID-plichwet vervult daar een kwalijke rol in door kinderen van jongsafaan eraan te wennen dat zij ten alle tijdenin de gaten worden gehouden enmoeten voldoen aan voorschriften van hogerhand.
Paspoort is staatseigendom
"Belachelijk dat ik verplicht wordt een ID- te kopen. Ik moet het betalen, ik ben verplicht het bij me te hebben, ik ben strafbaar als het beschadigd of kwijtraakt. Ik vind dat als je verplicht bent het te hebben dat het dan gratis moet zijn".
" Geldklopperij is dat die handel in paspoorten rijbewijzen en ID-kaarten.Hartstikke duur en als je er een kwijt raakt betaal je je helemaal beurs" .
"Gekke Henkie om met zo'n duur paspoort ‘s avonds naar de kroeg te gaan. Ook al bleek de Prinsemarij het zo verdacht te vinden dat ik in mijn eentje om 3.30 uur op straat liep dat ze me staande hielden om mij naar mijn ID-bewijs te vragen".
" Mooi niet dat ik mijn paspoort bij me draag. Ik moet er volgens de wet zuinig op zijn en dat is, althans in de buurt waar ik woon, niet te verenigen met de identifivatieplicht. Kans op jatten is te groot".
Technologische belangen
Verontruste melding: 'Alles wat technologisch mogelijk is lijkt in productie gebracht en te gelde gemaakt te moeten worden. Nog even en wij mensen lopen ook met gele koeienoormerken rond. Niet lang daarna worden baby's bij de geboorte gechipt.
En denk vooral niet dat dat paranoïde gedachten spinsels zijn die nergens op slaan want er zijn al ouders die hun kinderen laten chippen om ontvoering tegen te gaan. Alles wat gebruikt kan worden kan ook misbruikt worden.
En reken maar dat alles wat misbruikt kan dat ook zal worden. Technologische ontwikkelingen en economische belangen bepalen de spelregels van de maatschappij. Politieke beslissingen zijn op dat toneel slechts babbeltjes in de coulissen'.
LOSSE Opmerkelijke opmerkingen
* Fietsers en mensen te voet worden onevenredig benadeeld.
* Als ik de marathon loop neem ik liever geen ballast mee
* (idem van de fietser) Alles wat je thuislaat is meegenomen
* Naturist : ID-plicht? stop maar in je....
* Ik heb een Ausweis-fobie
* Het past niet in mijn Carnavalspak
* Wilt u weten wie ik ben, of wilt u mijn identiteitsbewijs zien?
* Dit is niet de rechtstaat waar ik van droom, maar de politiestaat die ik vrees.
meer opmerkingen:
"de ID-plicht is contra-productief voor het allerdaagse politiewerk, eenvoudig omdat al die (talloze) niet ID-dragers, om eventuele boete voor te zijn, zoveel mogelijk hun snor zullen drukken zodra ergens politie in beeld komt."
Zeker zal dat gelden voor diegenen die al eens zo'n boete aan hun broek hebben gekregen:die zullen voortaan de politie alleen nog maar ontlopen. Getuigen van een verkeersongeval, een overval zijn niet verplicht om zich als getuige te melden. Als die zich allemaal meteen uit de voeten maken ( wat trouwens op zichzelf is toegestaan), staat de politie in veel gevallen met volstrekt lege handen. Zelfs gewoon mensen op straat aanspreken zal alleen maar moeilijker worden. Politiewerk is in de eerste plaats mensenwerk, dus de politie kan dit soort (N.B. legale) "burgerlijke tegenwerking"eigenlijk domweg niet hebben als zij haar werk goed wil kunnen doen. Deze argument aan een politieagent en aan uitspraken van de de Nationale Ombudsman die beiden constateerden dat door de ID-plichtwet de 'aangifte bereidheid op straat 'dafneemt.
De regering houdt zich zelf niet aan de wet.
De ID-plichtwet druist in tegen verdragen van de Rechten van de Mens. Het biometrische gechipte paspoort verplichten druist in tegen de Grondwet.