ID-NEE

meldpunt misbruik identificatieplicht

  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte

Evaluatie komt er nog wat van?

Afdrukken PDF

Evaluatie WU-ID

De invoering van de Wet op de Uitgebreide ID-plicht (WU-ID) was van meet af aan omstreden. Ook in het parlement was, zelfs in de nasleep van 11 september 2001, eigenlijk geen meerderheid te krijgen om vóór het wetsvoorstel te stemmen. Om de goedkeuring van de PvdA te krijgen werd de idiote constructie verzonnen dat er geen draagplicht zou komen, maar enkel de verplichting tot het op vordering 'onmiddellijk moeten tonen'. En om nog meer tegenstanders en twijfelaars in het parlement  te overreden werd  door de verantwoordelijke ministers uitdrukkelijk toegezegd dat er 'met het invoeren van de Wet geen onomkeerbare stappen zouden worden gezet' . en na drie jaar zou worden geëvalueerd hoe de wet in de praktijk uitwerkte.

Inmiddels zijn we 6 1/2 jaar  verder en is de mogelijke evaluatiebespreking door het parlement  op 10 maart 2011 geagendeerd voor overleg in de vaste Tweede Kamercommissie van Veiligheid & Justite.

Toezegging evaluatie na drie jaar schriftelijk spijkerhard Artikel XIV uit de Memorie van Toelichting:

De regering is het eens met de suggestie van het College beschewrming Persoonsgegevens(CBP) in zijn advies om over te gaan tot evaluatie. Teneinde de werking van dit wetsvoorstel, indien het tot wet wordt verheven, in de praktijk te bezien, zal drie jaar na inwerkingtreding een evaluatie plaatsvinden. Daarbij zal in het bijzonder aandacht worden gegeven aan de bruikbaarheid en handhaafbaarheid, vooral ook van de leeftijdsgrens en de correcte toepassing van het criterium van de redelijke taakuitoefening, mede in verband met mogelijke discriminerende toepassing. Tevens zal aandacht worden gegeven aan het gebruik van identiteitsbewijzen en de praktische verificatieproblemen die de verschillende documenten oproepen. De regering ziet ervan af een dergelijke Bepaling in het wetsvoorstel zelf op te nemen en meent dat met deze toezegging een voldoende garantie voor de uitvoering van de evaluatie is gegeven. Voor de verdere beleidsontwikkeling en mogelijke aanpassing van de regelgeving is een dergelijke evaluatie van essentiële betekenis.( onderstreping Meldpunt)  De minister van Justitie, J.P.H. Donner & de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, J.W.Remkes

Twijfelaars overde streep

In het boek hoe maakbaar is veiligheid lichten Kamerleden van VVD en PvdA zelf toe, hun dat de beslissing tot invoering van de uitgebreide identificatieplicht onder enorme druk werd genomen en uitsluitend de goedkeuring van veel Kamerleden kreeg omdat deze de regelgeving het voordeel van de twijfel gunden.
De afweging kwam tot stand onder druk van, al dan niet terechte, angst voor terreuraanslagen. Wie tegen zou durven stemmen laadde bij voorbaat de schuld op zich ‘niets te hebben gedaan aan het beveiligen van de samenleving', in geval er hier aanslagen geplaagd zouden gaan worden. De PvdA was bovendien door afspraken in het regeerakkoord gebonden om voor de wet te stemmen terwijl men altijd principieel tegenstander van de ID-plicht was geweest.
Tegenover de vele twijfels of de wetgeving wel verenigbaar was met (1) de fundamentele burgerrechten, of er (2) maatschappelijk draagvlak voor gekweekt zou kunnen worden, (3)of de tekst van de wet wel juridisch door de beugel kon, (4) verenigbaar was met de fundamenten van ons rechtsbestel en (5)of het invoeren zelfs maar enig nut zou opleveren, stond die garantie dat er geen onomkeerbare stappen zouden worden gezet.
En vanwege deze constructie dat de wet teruggedraaid zou kunnen worden, hoefde niemand bang te zijn om definitief zijn handen vuil te maken en het risico te lopen later de schuld te krijgen van de gevolgen van ondeugdelijke wetgeving of het fiatteren van een politiestaat.

Toezegging evaluatie loze belofte

Toen de ministers Donner en Remkes het parlement nog moesten zien over te halen om met het wetsvoorstel in te stemmen schreven zij in de Memorie van Toelichting dat ‘Voor de verdere beleidsontwikkeling en mogelijke aanpassing van de regelgeving de evaluatie van essentiële betekenis zou zijn'. Kamerleden die daarmee dachten dat de ministers het ook zelf belangrijk vonden om aan de hand van drie jaar praktijkervaring het de wet op zijn merites te beoordelen bleken op het verkeerde been gezet. Na drie jaar bleek al ras begrepen te moeten worden  in de zin van 'de eerste drie jaar niet'.  Een truc die sindsdien standaard wordt  toegepast hoewel dit eenvoudig te vermijden valt door wetgeving slechts voor een bepaalde termijn in te voeren waarna van een gedegen evaluatie afhangt of er toestemming voor verlening wordt verleend.

Minister Remkes had het al, 3 maanden na invoering van de wet , over evaluatie na 4 jaar. In zijn brief van 8 maart 2005 schreef hij  dat ,de minister opdracht heeft gegeven dat de gegevens aangaande de klachten die bij de politie binnenkomen beschikbaar moeten zijn voor ‘de evaluatie van 2009'.
En minister Donner had het al overeen half jaar uitstel toen hij op  28 april 2005 in antwoord op vragen van de vaste commissie van Justitie, schreef dat de ‘evaluatie was voorzien in de tweede helft van 2008'.
Daarbij maakt hij gelijk ook korte metten met de gedachte dat de evaluatie bedoeld is om de wet op zijn merites te gaan beoordelen. ‘Omdat de wet deel uit maakt van een veelheid aan maatregelen', zo schrijft hij ‘zal het onmogelijk zijn om te kunnen beoordelen of door deze wet de veiligheid vergroot is of criminaliteit erdoor daalde'. ( punt 7)

 

Steun het meldpunt!

steun het meldpunt
slim meten is slinks weten