Geschiedenis van de identificatieplicht in Nederland

Geschiedenis identificatieplicht van 1913 t/m 1951 

1913: Als 17 jarige krijgt J.L. Lentz een aanstelling bij het Haagse bevolkingsregister (zie 1926).

1914: Invoering paspoort. De internationale crisis noopt de regering (en heel Europa) tot invoering van dit document. Dit wordt gerechtvaardigd door te stellen dat het helpt om internationale spionage beter te bestrijden. Voordien zou het bij niemand zijn opgekomen dat er bij de grens iemand zou willen weten wie je bent, waar je naar toe ging en waarom.

1925: Rooms Katholieke politiebond St. Michael stuurt verzoekschrift aan Justitie voor een snelle invoering van een verplichte identiteitskaart.

1926: Lenz is opgeklommen tot hoofdfunctionaris bij de afdeling algemene zaken en bevolkingsregister van de gemeente ‘s- Gravenhage.

1928: De regering stelt een commissie in om het stelsel van bevolkingsboekhouding te verbeteren.

 

1933: Pre-advies voor Rijksinspectie van Bevolkingsregisters.

1936: Rijksinspectie van de Bevolkingsregisters wordt opgericht en toegevoegd aan het ministerie van Binnenlandse Zaken. Lenz krijgt de leiding en de opdracht meer eenheid in de bevolkingsregisters van de gemeenten te brengen.

Het Besluit Bevolkingsboekhouding komt tot stand. Hierin werd bepaald, dat alle gemeenten vanaf 1 juli 1936 per inwoner een aparte kaart, van voorgeschreven formaat en indeling, moesten aanleggen. Op de voorkant van die kaart werden de gegevens van de betrokken inwoner vermeld, op de achterkant die van de eventuele echtgenoot en kinderen. De kaart werd bewaard in het bevolkingsregister van de gemeente waar de inwoner woonachtig was. Verhuisde hij naar een andere gemeente, dan kreeg het bevolkingsregister van die andere gemeente zijn kaart toegezonden. De eerste gemeente behield daar dan een afschrift van. Persoonskaarten van overledenen, van diegenen die het land blijvend verlaten hadden maar ook van allen die geen vaste woonplaats bezaten (de meer dan 25.000 schippers met hun gezinsleden b.v.), werden bewaard in een 'centraal bevolkingsregister' dat toegevoegd was aan een nieuwe dienst die op de uitvoering van het gehele systeem controle moest uitoefenen.

Maart 1939: Invoering van een identiteitsbewijs wordt aanbevolen door een interdepartementale commissie. Kabinet Colijn IVhoudt het advies in beraad (i.v.m. eventuele invoering van een simpelere distributie-stamkaart zonder foto).

Inmiddels zijn op dat moment de bevolkingsregisters in heel Nederland al op één lijn gebracht, waardoor ze gemechaniseerd  kunnen worden omdat het dan mogelijk is om van iedere individuele burger een ponskaart te maken.

Oktober 1939: Uitgifte van de distributiestamkaart. Bij aankoop van goederen die onder de distributie vielen kreeg men een stempeltje op de kaart en moest een bonnetje worden ingeleverd.

Maart 1940: Het advies voor identificatieplicht wordt verworpen. Het kabinet de Geer oordeelt dat met invoering van een identiteitsbewijs ‘eigenlijk elke burger als een potentiële misdadiger beschouwd werd, hetgeen in strijd is met de Nederlandse tradities.

14 juni 1940: De Duitse overheid, die ons land heeft ingenomen, gelast dat er zo spoedig mogelijk een identiteitskaart moet worden ingevoerd.

Juli 1940: J.L.Lenz start enthousiast met het ontwerpen van een identiteitsbewijs waar hij al eerder voorstander van was. In augustus reist hij naar Berlijn om het ontwerp te presenteren. Later bleek hij een document te hebben ontwikkeld dat het beste Persoonsbewijs van Europa genoemd kon worden. Dit bewijs verschafte de Duitse bezetter een krachtig administratief middel voor zijn onderdrukkingspolitiek. L. de Jong directeur van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie (het tegenwoordige NIOD), typeerde het persoonsbewijs als "een onmisbaar hulpmiddel voor het vervolgingsbeleid van de Duitse bezetter" (Koninkrijk, deel 5, pag. 434). Vooral bij de jodenvervolging en bij de tewerkstelling in Duitsland bleek iedere keer weer de onschatbare betekenis van het persoonsbewijs. Voor de SS vormde het persoonsbewijs een bijna perfect administratief instrument ter arrestatie van verzetsmensen. Het systeem van persoonsbewijzen heeft duizenden mensen het leven gekost omdat het de opsporing en arrestatie aanzienlijk vereenvoudigde.

Hannah Arend zou over het ontwikkelen van dergelijke systemen, zonder na te denken over de maatschappelijke gevolgen, schrijven dat' de banaliteit van het kwaad de kans krijgt als mensen weigeren na te denken over de gevolgen van hun handelen'. Hoe puur technologische mogelijkheden dergelijke systemen mogelijk maken blijkt uit de rol die IBM speelde in de geschiedenis van de Holocaust.

14 oktober 1940: Besluit van de Secretarissen Generaal tot invoering van het persoonsbewijs. Vooralsnog moet men zich kunnen legitimeren met een distributiestamkaart waar de gemeentes een pasfotoaan moeten hechten. De bezetters eisten ook dat registratie niet meer uitsluitend via de registers van de gemeenten zou gaan maar dat er één centraal systeem zou worden ingevoerd. De Rijksinspectie van de bevolkingsregisters diende zowel de ontvangstbewijzen als de lijsten voor het datumregister van de volgnummers te beheren.

10 januari 1941: vaardigt Rijkscommissaris Seyss-Inquart een verordening uit waarin werd bepaald dat "degene die geheel of gedeeltelijk van joodsche bloede zijn en hun verblijf hebben in het bezette Nederlandsche gebied" zich moest aanmelden. Dit betekende dat iedereen met tenminste één joodse voorouder zich moest vervoegen bij het gemeentehuis of in Amsterdam bij de Joodsche Raad voor Amsterdam. Als men zich had aangemeld, werd een zogenaamd ‘Bewijs van Aanmelding' verstrekt. Hiervoor moest men 1 gulden betalen waarvan de helft  voor de kas van de gemeente was en de andere helft voor de Rijksinspectie van de bevolkingsregisters.

In april 1941 wordt begonnen met de uitreiking van het persoonsbewijs. Iedereen van 14 jaar en ouder moest zich te allen tijde met dit onvervalsbare document kunnen legitimeren. Hiermee was een belangrijke administratieve schakel in de onderdrukkingspolitiek van de Duitse bezetter gereed. Het persoonsbewijs was van een speciaal soort karton gemaakt, bevatte 3 watermerken, en een raster waar speciale- onzichtbaar te maken inkt voor werd gebruikt. Er moest een pasfoto op en twee vingerafdrukken van de rechter wijsvinger, waarvan één op een breekbaar zegel dat achterop de pasfoto werd geplakt. Het persoonsbewijs kreeg een nummer dat correspondeerde met de gemeente van uitgifte en een volgnummer wat moest corresponderen met de datum van uitgifte.

Om een persoonsbewijs te kunnen afhalen kreeg men een ontvangstbewijs toegestuurd wat bij afhalen moest worden meegebracht. Op dit bewijs werden persoonsgegevens genoteerd: het persoonsnummer, het volgnummer en de datum van uitgifte en handtekening. Het werd voorzien van een afdruk van de rechter wijsvinger en er werd eenzelfde pasfoto als op het persoonsbewijs zelf aan gehecht.

De Rijksinspectie beschikte middels de ontvangstbewijzen over alle gegevens zodat bij grondig onderzoek ieder vals persoonsbewijs te traceren was.

23 januari 1942: Vanaf deze datum krijgen de joden een grote letter J op weerskanten van hun persoonsbewijs gestempeld. Joden die al een persoonsbewijs hebben moeten zich opnieuw melden. Het algemene bevolkingsregister wordt uitgekamd op zoek naar ‘joodsklinkende namen' om te controleren of er misschien toch nog joden niet apart geregistreerd staan.

Op 3 mei zouden ze verplicht worden tot het dragen van de jodenster.

De strategie om in fasen deze bevolkingsgroep eerst systematisch te identificeren en vervolgens te isoleren en goed herkenbaar te maken is een uitgekookte manier om zich op grondige wijze te ontdoen van deze door het regiem ongewenste personen zonder noemenswaardige maatschappelijke protesten op te roepen.

27 maart 1943: Om de vervalste persoonsbewijzen oncontroleerbaar te maken pleegde een verzetsgroep de aanslag op het bevolkingsregister van Amsterdam Ze schakelde de bewaking uit, stortten alle registratiekaarten op de vloer en overgoten al dit papierwerk met een brandbare stof. Nadat ze er vandoor gegaan waren, ontploften een aantal tijdbommen en er ontstond brand. Maar 15% van de gegevens ging verloren.

1943: Hoewel de persoonsbewijzen niet perfect nagemaakt konden worden, kwamen er steeds meer valse persoonsbewijzen in omloop en doken mensen onder. De Duitsers voerden toen de Tweede Distributiestamkaart in en het controlezegel op het persoonsbewijs.

Eind 1943: moest iedere Nederlander zijn persoonsbewijs laten controleren en er een controlezegel op laten plakken, teneinde een distributie-stamkaart te krijgen. Persoonsbewijzen zonder zegel waren ongeldig en zonder distributiestamkaart kon men geen bonnen krijgen die op hun beurt weer nodig waren om elementaire levensbehoeften te mogen kopen.

11 april 1944: werd het centrale  bevolkingsregister in Den Haag gebombardeerd, maar er werd daarbij maar een klein deel van de kaarten vernietigd.

September 1944: besloot de regering in Londen om de persoonsbewijzen na de bevrijding vooralsnog te handhaven. Iedereen die niet in het bezit was van een geldig persoonsbewijs en iedereen die een 'J' in zijn persoonsbewijs had staan zou een nieuw Voorlopig persoonsbewijs moeten aanvragen.

Na de bevrijding wordt de uitgifte van persoonsbewijzen gestaakt.

In september 1945 wordt een ‘Commissie voor het persoonsbewijs‘ ingesteld omdat de politie en de rechtelijke macht herinvoering van persoonsbewijzen willen.

Het advies luidt dat het volk daar op dat moment nog niet aan toe is, vanwege de vervalsings mentaliteit maar dat de regering de behoefte aan een verplicht identiteitsbewijs kan aanwakkeren,'door verstandige voorlichting'.

In 1949 publiceert de Brit George Orwell zijn roman 1984. In deze beroemde anti-utopie van de westerse wereld anno 1984 schetst hij vanuit de naoorlogse situatie, in de westerse wereld van dat moment, een toekomstbeeld waarin de enkeling ten onder gaat in een volkomen kansloze strijd tegen een totalitair bewind. Het is een waarschuwing tegen totalitaire regimes, zoals Nazi-Duitsland en Stalins Sovjet-Unie.

1 februari 1951 wordt de identificatieplicht pas officieel ingetrokken.


40 jaar vrijwaring 1951 t/m 1991

40 jaar lang is identificatieplicht en persoonsregistratie voor de overheid in Nederland taboe. Nederlanders verbinden dat onlosmakelijk aan de onderdrukking in de oorlog en de vernietiging van miljoenen mensen. Men wil de herwonnen vrijheid niet prijs geven.

In 1957 buigt de overheid zich over het gebruik van de computer met name welke instantie of ministerie een dergelijk apparaat voor de hele Staat der Nederlanden zou moeten gaan beheren.

In 1971 start de regering de eerste volkstelling, met de computer, om het volk in kaart te brengen. Wie zich niet zou onderwerpen aan het verstrekken van alle mogelijke privé gegevens door het correct invullen van vragenlijsten was strafbaar. Hoewel in deze tijd de meeste burgers in principe het gezag gehoorzaamden werd deze volkstelling zeer algemeen als overbodige en gevaarlijke bemoeizucht gezien.

Er werd een ‘Comité Waakzaamheid Volkstelling' opgericht, en 23.000 mensen weigerden zich te laten registreren. Uiteindelijk leidde de grote protesten tot het algeheel afblazen van de volktelling zonder dat weigeraars werden bestraft.

In de jaren zeventig komt het onderwerp identificatieplicht nog een enkele keer op tafel, maar het stuit altijd op grote weerstand.

In 1984 komt het onderwerp identificatieplicht weer ter discussie. Niet op verzoek van politie of justitie ditmaal, maar aangezwengeld door politici van VVD en CDA. VVD minister Korthals Altes bijvoorbeeld spreekt zich in 1984 "strikt persoonlijk" uit voor identificatieplicht.Dat ontketent weliswaar een storm van verontwaardiging in het land zowel van individuele burgers als van organisaties als de stichting waakzaamheid persoonsregistratie en de Anne Frankstichting maar men laat het onderwerp niet meer los.

Op 14 juni 1985 werd het Schengen-akkoord gesloten tussen België, Nederland, Luxemburg, Frankrijk en Duitsland. De intentie was een zone in te stellen zonder reisbeperkingen, waarbij de grenscontroles tussen de deelnemende landen werden opgeheven. Het wegvallen van de grenscontroles leverde niet alleen voordelen op voor vrij personen- en handelsverkeer maar veroorzaakte ook een toename van grensoverschrijdende criminaliteit en instroom van vluchtelingen. Hierdoor werd de roep om binnenlands mensen te kunnen controleren op identiteit groter.

In 1986: Of de VVD of het CDA het in het regeerakkoord afdwongen willen ze niet bekendmaken, maar het concept regeerakkoord voor kabinet Lubbers IIkondigt een algemene identificatieplicht aan. Een storm van protest steekt op en prompt krabbelt men in de regeringsverklaring terug, met de afzwakking dat het niet om een algemene maar om een (niet nader omschreven) beperkte identificatieplicht gaat. Men gaat echter onverdroten voort op de ingeslagen weg.

In 1987: Wint het kabinet advies in bij mr.G.J.Wiarda (oud-president van de Hoge Raad en het Europese Hof voor de Rechten van de Mens) of het invoeren van de identificatieplicht ter ere van fraudebestrijding en verdenking van strafbare feiten, wel verenigbaar is met nationale en internationale bepalingen inzake burgerrechten. De uitslag luidt dat een algemene identificatieplicht moeilijk verenigbaar is met het recht op privacy en vrijheid van beweging. Deze inhoudelijke kritiek wordt omgebogen naar de praktische toepassing dat als de term ‘algemene' niet wordt gebruikt identificatieplicht niet onrechtmatig zou zijn.

24 juni 1988: Neemt het kabinet met de notitie 'Identificatieplicht' voor het eerst een officieel standpunt in over invoering van de identificatieplicht( kamerstukken 20 612).

In 1988 wordt het sociaal-fiscale nummer (SoFi) ingevoerd. Het is het persoonlijke administratienummer waaronder een belastingplichtige geregistreerd staat bij de Belastingdienst. Dit dient tevens als registratienummer voor de verzekerde en de uitkeringsgerechtigde bij de uitvoering van de wettelijke voorschriften inzake de sociale zekerheid. (Stb. 1988, 655).Het sofinummer bestaat uit 9 cijfers en voldoet aan een variant van de zgn. elfproef: dwz. als het sofinummer wordt voorgesteld door ABCDEFGHI, moet 9A + 8B + 7C + 6D + 5E + 4F + 3G + 2H - I een veelvoud van 11 zijn. Het is het nummer dat iedereen die in Nederland belastingplichtig is of verzekerd is voor de sociale verzekeringen, krijgt toegekend. Lou de Graaf, de toenmalige staatssecretaris van Sociale Zaken betoogt in het parlement dat het sofinummer echt, heus, alleen gebruikt zal worden voor gegevens over belastingen, inkomens en uitkeringen.

28 december 1988: wordt de Wet Persoonsregistraties ingevoerd, met regels ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer in verband met persoonsregistraties. De toenemende controle en registratie staat niet op zichzelf, maar valt samen met een restrictiever vreemdelingenbeleid, beperking van uitkeringen en privatisering van de sociale zekerheid. Het mag dan de tijd zijn van de terugtredende overheid, diezelfde overheid eist steeds meer zicht op het doen en laten van de burgers.

In 1989: Treedt een nieuwe regeringscoalitie aan van CDA en PvdA.

De PvdA heeft tot nu toe altijd bezwaar gemaakt tegen welke vorm van identificatieplicht dan ook, maar zwicht voor het CDA en sluit een compromis om een beperkte identificatieplicht in te voeren. Dit gebeurde ondanks duidelijke kritiek dat ID-plicht op grote inhoudelijke bezwaren stuit. Zo waarschuwde Prof Bovenkerk in zijn inaugurele rede dat de ID-plicht tot discriminatie zal leiden. En stelde het Wetenschappelijk Onderzoek -en Documentatiecentrum van het ministerie van Justitie dat de voordelen van een ID-plicht makkelijk overschat kunnen worden en dat het alleen geld oplevert als de bevolking zich aan een draagplicht houdt.

Persoonsregistratie wordt in de praktijk opgerekt door het voorstel om het sofinummer niet alleen voor belastingplichtigen te gebruiken maar om van kinderen vanaf de geboorte een persoonsnummer bij de belasting te registreren.In Europees verband wordt over het invoeren van nieuwe paspoorten vergaderd, op nationaal niveau wordt een facultatieve ID-kaart overwogen.

Van 1989 tot 1992 blijven CDA en PvdA steggelen over de ID-plicht.


Opstart herinvoering 1991 t/m 2004

Op 4 april 1991 presenteert minister Hirsch Ballin (Justitie) het concept-wetsvoorstel identificatieplicht.

De commissie Zeevalking brengt advies uit om geen algemene identificatieplicht in te voeren. Wel bepleit men een toonplicht waarbij mensen de gelegenheid moeten krijgen om een ID-bewijs op te halen als men het niet direct, op verzoek, kan overleggen.

In 1992 is na het torentjesoverleg van kabinet Lubbers III de beperkte ID-plicht ook voor de fractievoorzitter van de PvdA bespreekbaar. Dat jaar dient minister van Justitie Hirsch Ballin(CDA) een wetsvoorstel daartoe in.

op 9 december 1993 werd de Wet op de Beperkte Identificatieplicht aangenomen.

Op 1 juni 1994: treedt deze wet in werking. Zwartrijders en voetbalvandalen moeten kunnen bewijzen wie ze zijn en werknemers zijn voortaan strafbaar als ze niet controleren, en middels een kopie van identiteitsbewijzen vastleggen, dat hun personeel legaal in het land verblijft. Hiermee kan men vreemdelingen die niet over een verblijfsvergunning beschikken, ook als ze keurig sociale lasten betalen, opsporen. Ook wil men via deze wet fraude met sociale uitkeringen als kinderbijslag tegengegaan, en notoire wetsovertreding door zwartrijders en voetbalvandalen aanpakken.

Op 1 januari 1995 werden de toeristenkaarten , waarmee binnen Europa gereisd kon worden, en de gemeentelijke ID-kaarten omgezet naar nationale ID-kaarten. Deze voorheen nationale documenten kregen op dat moment de internationale status van reisdocument voor gebruik binnen het Schengen gebied. Dit vormde, zoals later niet alleen de overijverige ambtenaren van het ministerie van Binnenlandse Zaken, ontdekten een cruciaal scharniermoment in de ontwikkeling van biometrische documenten omdat met deze ‘move de toekomstige besluitvorming aangaande identiteitsdocumenten een EU zaak werd, waar noch de nationale noch de EU parlementariërs een stem in hadden.(http://advocare.home.xs4all.nl/folder35.htm)

zie ook: https://www.vrijbit.nl/dossiers/dossier-identificatieplicht/item/818-drogreden-her-invoeren-persoonsbewijs-brengt-jaarlijks-6-%C2%BD-miljoen-euro-op.html

1996: Het sociaal fiscaalnummer wordt opgenomen in paspoort, ID-kaart en rijbewijs. Ouders die kinderbijslag ontvangen voor kinderen in het buitenland worden plaatselijk opgeroepen zich te komen legitimeren door de Sociale Verzekerings Bank om vast te stellen of zij wel in Nederland woonachtig zijn. Om deze controle automatisch te kunnen uitvoeren worden dit jaar alle SVB-kantoren aangesloten op de Gemeentelijke Basis Administraties.

1998: Op 26 maart wordt de Koppelingswet ingevoerd. Hiermee worden mensen zonder geldige verblijfspapieren verder uitgesloten van verstrekkingen, voorzieningen, uitkeringen, ontheffingen en vergunningen. Het CDA komt met een verkiezingsprogramma waarin een algemene identificatieplicht wordt voorgesteld, maar dat wordt wegens de verkiezingsnederlaag niet doorgezet.

1 juni 1994: treedt de wet beperkte Identificatieplicht in werking. Zwartrijders en voetbalvandalen moeten zich kunnen legitimeren, werknemers moeten kunnen aantonen dat ze niet illegaal in ons land zijn en werkgevers zijn strafbaar als ze dat niet gecontroleerd hebben. Er is geen sprake van draagplicht, maar van bewijsplicht.

1996: Het sociaal- fiscale nummer wordt opgenomen in paspoort, ID-kaart en rijbewijs.

1998: Het CDA komt met een verkiezingsprogramma waarin een algemene identificatieplicht wordt voorgesteld. Het CDA lijdt een verkiezingsnederlaag.

1 september 2001: Wordt de Wet Persoonsregistraties, onder toezicht van de Registratiekamer vervangen door de Wet Bescherming Persoonsgegevens. Toezichthouder wordt het College Bescherming Persoonsgegevens.

11 september 2001: Na de terroristische aanslagen in de VS wordt ‘terrorismebestrijding' een toverformule om allerlei regelingen, die al voorbereid waren, in versneld tempo in te voeren. Direct op prinsjesdag riep Jaap de Hoop Scheffer, toenmalig fractievoorzitter van het CDA, opnieuw dat er een identificatieplicht moest komen. Dit voorstel werd een paar dagen later overgenomen door minister van Boxtel hoewel die eerst tegen een algemene identificatieplicht was. Verklaring voor deze koerswijziging was dat Van Boxtel in die kabinetsperiode verantwoordelijk was voor de ontwikkeling van het nieuwe paspoort en hij op deze manier zijn kans schoon zag om het biometrische elektronische identiteitsbewijs te promoten. Het Kabinet Kok stelde voor de identificatieplicht alleen uit te breiden in geval van terroristische dreigingen.

Mei 2002: Na de moord op Pim Fortuyn wint het CDA de verkiezingen en sluit een akkoord met VVD en LPF. De identificatieplicht wordt meteen in het regeerakkoord opgenomen.

Juni 2002: Advies van ‘de Tafel van Thijn'. Het voornemen tot invoeren van een Burger Service Nummer wordt geïntroduceerd.
‘De inrichting van een overheidsbreed persoonsnummerbeheer is van belang om invulling te geven aan de wens naar betere mogelijkheden voor gegevenskoppeling ten behoeve van de rechtshandhaving en opsporing. Daarbij wordt gedacht aan een verruiming van de wettelijke mogelijkheden binnen de geldende Europese privacy richtlijnen'. (Aanbiedingsbrief bij Advies van de Tafel, Kamerstukken II 2002-2003, 28 600 vi nr. 21, p. 3-4).

17 oktober 2002: Minister van Binnenlandse Zaken Remkes deelt aan de Tweede Kamer mee dat ‘uit het haalbaarheidsonderzoek naar de invoering van een elektronische identiteitskaart is gebleken dat er te weinig elektronische diensten beschikbaar zijn waarvoor elektronische identificatie noodzakelijk is'. De ‘Voortgangsrapportage Elektronische Overheid besluit met de mededeling dat er voor verdere ontwikkeling wordt gewacht totdat er organisaties zijn die identiteitsrijke elektronische diensten gaan ontwikkelen.

November 2002: De regering reageert op de adviezen van de Tafel van Thijn enthousiast met de mededeling dat dit ‘een doorbraak betekent op gebied van de gegevenshuishouding van de overheid'. De tijd lijkt rijp, want het kabinet wil middels het ‘Veiligheidsprogramma naar een veilige samenleving' een hele serie privacy beperkende maatregelen invoeren.

Een week later kondigt minister Donner van Justitie (CDA), zonder duidelijke motivatie, het wetsontwerp voor uitgebreide identificatieplicht aan. Het voorstel wordt heftig bekritiseerd door het College Bescherming Persoonsgegevens, De Nederlandse Vereniging voor Rechtshulp, de Orde van Advocaten en de Nationale Jeugdraad. Het College Bescherming Persoonsgegevens stelt dat Donner's wetsvoorstel in strijd is met Art 8 Van de Europese Verklaring van de Rechten van de Mens (EVRM). Ook de minimum leeftijd van 14 jaar stuit op veel kritiek.

2 mei 2003: Middels een persbericht laat de ministerraad weten dat het kabinet geen aparte identificatiekaartwil invoeren. Aan identificatie zal enkel kunnen worden voldaan met ‘bestaande erkende identificatiebewijzen'.

9 Juni 2003: Wordt het wetsvoorstel in de Tweede Kamer behandeld.
D66, CU, PvdA en Groen Links vragen de minister hoe hij erbij komt dat de ID-plicht criminaliteit zal bestrijden en rechtshandhaving bevorderen. De minister moet toegeven dat hij geen empirisch materiaal heeft waarmee de mogelijke werkzaamheid van de wet aannemelijk kan worden gemakt. Maar onder het motto dat ID-plicht de rechtpositie van de politie versterkt presenteert hij als onvermijdelijk feit dat bijgevolg van betere wetshandhaving misdrijven zullen worden voorkomen. Als de SP de minister bevraagt of het niet erg naïef is te veronderstellen dat er terrorisme mee kan worden bestreden antwoord Donner dat het helemaal niet naïef is om ervan uit te gaan dat identificatieplicht helpt bij terrorismebestrijding.
Memorie van Antwoord Kamerstukken2003-2004,29 218Cp.5
Voorlopig verslag KamerstukkenII 2003-2004,29 218 nr 21 p 15+17)
Er wordt wat over de leeftijdgrens gebakkeleid, over dat de resultaten niet meetbaar zullen zijn, maar zonder noemenswaardige opheft wordt het wetsvoorstel door de Kamer geloodst.

De ID-plicht maakt onderdeel uit van een nieuwe categorie maatregelen die het mogelijk maken om voorafgaand aan feitelijke delicten strafrechtelijk in te grijpen. Het draagvlak hiervoor had zonder de dreiging van terrorisme, volgens N. Zeegers universitair docente politicologie aan de Rijksuniversiteit Groningen, niet gecreëerd kunnen worden. Wetgeving spruit voort uit angst, en de tijdgeest laat het toe dat er geen doorwrochte oplossingen worden gezocht voor problemen maar dat de waan van de dag aanleiding is voor beslissingen. De teneur dat er in ieder geval iets geprobeerd wordt prevaleert boven doordachte bezwaren. De politiek accepteert dat maatregelen niet persé een oplossing hoeven te bieden voor problemen maar dat ze als doel op zichzelf functioneren. Schijnveiligheid is ook een vorm van veiligheid.

December 2003: het wetsvoorstel voor de uitgebreide ID-plichtwet wordt door de Tweede Kamer aanvaard. Met tegenstem van de fracties SGP, Christen Unie, SP en Groen Links. De grote fracties kunnen met de regeling in deze opzet leven. De minister bezweert de Kamer dat er geen acties ten behoeve van de ID-plicht op zich zullen komen. De ID plicht wordt gepresenteerd als deel van een breed handhavingsbeleid, bijvoorbeeld in geval van een terroristische dreiging (Nota verslag Kamerstukken II 2003-2004, 10, p16).

Medio 2004: Behandeling uitgebreide identificatieplicht door de Eerste Kamer. Uiteindelijk stemt de Eerste Kamer vóór omdat de minister volhoudt dat het om Vrijheid en Veiligheid en strijd tegen het terrorisme gaat. Wie tegen durft te stemmen laat de verdenking op zich dat hij de bevolking aan terrorisme blootstelt. Twijfelaars worden over de streep getrokken met beloften dat de wet echt niet willekeurig zal worden toegepast en dat als het niet blijkt te werken de wet na evaluatie zal worden aangepast. De meeste PvdA senatoren gaan akkoord wegens de curieuze constructie dat de wet geen draagplicht eist, al hoewel niet onmiddellijk tonen strafbaar wordt gesteld. De VVD gaat het allemaal niet ver genoeg. Die blijven hameren op hun wens dat iedereen altijd een identificatiebewijs bij zich zou moeten dragen.De stemverdeling  in de eerste Kamer is gelijk aan die in de Tweede Kamer namelijk dat de grote partijen vóór stemmen en de kleine partijen zowel ter linker als ter rechterzij tegen. Met bij de PvdA 3 tegenstemmers en 16 voor. Met 1 Christen Unie stem tegen en een voor.

3 november 2004: Minister de Graaf (D'66 is inmiddels tot kabinet toegetreden) meldt aan de Tweede Kamer dat hij bij zijn voornemen blijft om biometrische gegevens aan te brengen op de elektronische identiteitskaart- de ENIK. (Op weg naar elektronische overheid KamerstukkenII, 2004-2005,26387, nr. 24)

December 2004: De Europese Unie neemt, onder Nederlands voorzitterschap, de beslissing om biometrie in het paspoort en de ID-kaarten op te nemen. Dit is vastgelegd in de verordening "betreffende normen voor de veiligheidskenmerken van en biometrische gegevens in door de lidstaten afgegeven paspoorten en reisdocumenten" ((EG) nr. 2252/2004 van 29 december 2004).

Het Europese Parlement spreekt zich uit tegen de centrale opslag van biometrische gegevens, omdat dit te grote gevaren met zich mee zou brengen. Dit standpunt wordt echter door de verantwoordelijke EU ministers genegeerd. Weinigen onderkennen op dat moment dat de hele identificatieplicht uiteindelijk alleen een middel zal blijken om af te dwingen dat iedere burger vanaf 14 jaar zich een geldig identiteitsbewijs moet aanschaffen. Dat maakt het mogelijk om binnen enkele jaren te realiseren dat iedereen een op afstand uitleesbaar identiteitsbewijs heeft. Een identiteitsbewijs voorzien van biometrische kenmerken en een Burger Service Nummer wat alle gegevens van die persoon elektronisch ontsluitbaar maakt - zonder dat hij daar zelf weet van heeft.
De mogelijkheden voor toepassing zijn legio, de mogelijkheden tot misbruik eveneens; er valt veel geld aan te verdienen.


2005 Wet op de Uitgebreide ID-plicht van Kracht

Op 1 januari 2005: wordt, 54 jaar na de identificatieplicht door de Duitse bezetter, de Wet op de Uitgebreide Identificatieplicht door onze eigen regering opnieuw ingevoerd. En weer door de welwillende medewerking van mensen die weigeren na te denken over de maatschappelijke consequenties.

Dat maakt de cirkel bijna rond want als iedereen een biometrisch gechipt ID-bewijs heeft, kinderen vanaf de geboorte een elektronisch dossier krijgen en het alomvattende Burger Service Nummer wordt ingevoerd, heeft Nederland weer het beste persoonsregistratiesysteem van Europa.

De situatie doet sterk denken aan het begin van de vorige eeuw. Geert Mak beschrijft in zijn boek ‘In Europa' hoe aan het begin van de 20ste eeuw de grote mogendheden in luttele jaren tijd op onnozele wijze bijna ongemerkt het tijdperk van de grote wereldoorlogen in tuimelden.

Als je het woord oorlog weglaat kun je de beschrijving ongewijzigd toepassen op situatie aan het begin van deze nieuwe eeuw waarin de, zich democratisch wanende, staten van de zogenaamd vrije westerse wereld, nagenoeg ongemerkt, als totalitaire staten de 21ste eeuw in rollen. We citeren: "Het ging om de machtsbalans en de dynamiek van de militaire planning. De geest die, eenmaal uit de fles, nauwelijks meer was te temmen. Er begon bij alle mogendheden een mechanisme te draaien wat niet meer gestopt kon worden. Het systeem van plannen en draaiboeken, die al eerder waren ontwikkeld zouden uiteindelijk fungeren als gigantische aanjagers, als voorspellingen die zichzelf tot werkelijkheid brachten. De plannen waren een nieuw fenomeen. Ze waren gedetailleerd als spoorboekjes. De uitvoeringstrajecten nauwkeurig berekend. Deze starre planning had catastrofale gevolgen op politiek terrein. Zodra de ene mogendheid begon kon de ander niet achterblijven. Alleen regeringsleiders konden deze luid tikkende tijdklok nog stopzetten. Ze zagen te laat wat er gebeurde, faalden en raakten in paniek" (blz. 113,114). Als het te laat is wordt men overvallen door de snelheid van de gebeurtenissen en in dat stadium komt een beschouwing over het risico dat het tot totaliseren kan komen, te laat. "De afspraken tussen mogendheden zijn helemaal niet zo dwingend als later wel is gesuggereerd. Diplomaten hebben flink wat manoeuvreerruimte"(117). "Binnen een paar dagen zijn alle schakelaars omgezet. Alles is in gereedheid gebracht"(119).

Balans januari 2005:

Op 1 januari 2005 werd de Wet op de Uitgebreide Identificatieplicht van kracht. Binnen een uur waren de eerste bekeuringen een feit.

De primeur gaat waarschijnlijk naar de man in Utrecht die in de nieuwjaarsnacht rakelings over zijn tenen werd gereden door een politiewagen. Zijn verwensing: " k..zak" werd niet als uiting van schrik aangemerkt, maar als belediging opgevat door de ambtenaren in functie. Omdat dit laatste strafbaar is, werd voldaan aan de voorwaarde om het tonen van een geldig legitimatiebewijs te mogen vorderen. Betrokkene kostte dat € 50, niet voor de belediging, maar omdat hij tijdens de jaarwisseling geen documenten op zak had om onmiddellijk te kunnen tonen. Diezelfde nieuwjaarsnacht moest, in Brabant, het 14-jarig meisje van Wijk, uren in een politiecel doorbrengen omdat ze geen legitimatiebewijs kon laten zien. Naar huis bellen zodat haar identiteit geverifieerd en haar ouders gerustgesteld konden worden, was niet toegestaan. De volgende dag werd in Nijmegen een man, die tijdens de publieke nieuwjaarsreceptie van de gemeente, zijn afschuw over het uitzettingsbeleid van de regering wilde tonen, gesommeerd om zijn legitimatie te tonen. Aangezien hij niks verkeerds deed, was de eis tot legitimatie onterecht en weigerde hij zich bekend te maken. Agenten voerden hem prompt af naar het politiebureau waardoor hij zowel wederrechtelijk van zijn vrijheid als van zijn vrijheid van meningsuiting werd beroofd.

verslag Februari 2005:

De toon was gezet en zo regende het die maand klachten van mensen die ontdekten dat lichte verkeersovertredingen, als lopen of fietsen door rood licht, het niet voeren van deugdelijk fietslicht, wildplassen e.d., op grond van ID-plichtwet met dubbele boetes werden bestraft.

In Amsterdam werd een vrouw met een klein kind opgesloten omdat ze verzuimd had haar autogordel om te doen. In Utrecht overkwam dat een mevrouw omdat ze met de dienstdoende agent in discussie ging dat ze uitsluitend de bekeuring accepteerde wegens door rood fietsen, maar geen dubbele boete. (Dat gelijktijdig, iets verderop, een grote groep jongeren ongestoord voorbijgangers van het winkelcentrum molesteerden, maakte direct duidelijk dat de ID-boetes onder het hoofdstuk ‘makkelijk scoren' vielen in plaats van onder serieuze wetshandhaving. De score deze eerste maand liep volgens de CJIB op tot 3301 boetes.

Pas in februari begon kennelijk door te dringen hoe groot de inbreuk op onze vrijheid door onze regering acceptabel werd geacht. Dat bleek niet alleen uit de honderden ID-bekeuringen die dagelijks werden uitgedeeld, maar met name ook uit de voorstellen die het kabinet lanceerde om de grondrechten van de burgers nog drastischer in te perken. Onder het mom van terrorismebestrijding kwam het kabinet bij de Tweede Kamer met nog veel meer voorstellen om de grondrechten van iedereen in te perken. Voorstellen om mensen voortaan zonder vorm van bewijs of zonder gerede aanwijzingen te kunnen verplichten om zich regelmatig op het politiebureau te melden. Voorstellen om rechters hun recht op inzage in alle bewijsstukken te ontnemen, zodat mensen veroordeeld zouden kunnen worden buiten een onafhankelijke rechterlijke macht om. Dit soort voorstellen lokten uiteraard kritiek uit van gerenommeerde strafrechtdeskundigen en prominenten, waardoor er enig tegengas geboden werd tegen de ongrondwettelijke en onuitvoerbare plannen. Zo traden vier rechters, waaronder Geert Corstens van de Hoge Raad, in de openbaarheid met hun waarschuwing dat de politiek wetgeving in elkaar knutselde die potentieel de vrijheid van iedere burger in ons land schendt.
Ulli d'Oliveira, oud-hoogleraar migratierecht van de universiteit van Amsterdam, verkondigde in Trouw dat de nieuwe maatregelen een manifeste inperking van de vrijheden en grondrechten van alle burgers vormen en dat het debat dat momenteel hierover gaande is, gaat over de vraag of onze rechtstaat op de tocht wordt gezet. Mensen als Jan Wolkers verzuchtten dat de media in ons land, op schunnige wijze, een sfeer van angst creëerden. Geert Mak constateerde dat Nederland van een tolerante verzorgingsstaat veranderde in een repressief angst-bastion. Nilgün Yerli waarschuwde voor het ontstaan van een situatie waarin diverse raciale, etnische of religieuze groepen diepgaande scheidingen ervaren met andere delen van de bevolking, en dat dat al in zoveel samenlevingen al tot genocide had geleid.
Peter van Vlerken, journalist van het Utrechts Nieuwsblad, schreef dat de recente besluitvorming over terrorismebestrijding, maakt dat Nederland een van de meest repressieve landen van Europa wordt.

Het beboeten van mensen omdat ze geen geldige identificatiebewijzen konden of wilden tonen ging in verhoogd tempo door. Met 6640 boetes werd de score van januari werd deze maand ruim verdubbeld. De toename van het aantal klachten was navenant, en het scala voorbeelden van foute, willekeurige en pesterige ID-boetes breidde zich uit. Zo werd in Arnhem iemand gearresteerd om reden dat hij net na sluitingstijd aan een winkeldeur voelde of de deur nog open was. Volgens de redenering dat je niet kunt winkelen als een winkel gesloten is en er dus sprake was van verdenking van poging tot inbraak, motiveerde de politie later op het bureau dat hij daardoor verdacht werd van een strafbaar feit wat de aanleiding gevormd zou hebben om hem te sommeren om zijn ID-bewijs te tonen. Op het moment zelf werd hij overigens zonder opgaaf van reden gearresteerd toen hij zijn identiteitsbewijs niet kon tonen. Na diverse telefoontjes vanaf het politiebureau werd uiteindelijk iemand gevonden die zijn paspoort naar het bureau wilde brengen kon hij met de kennisgeving van een boete van € 50 euro, vertrekken.

Verreweg de meeste ID-boetes werden aan fietsers en voetgangers uitgedeeld. Meestal naar aanleiding van lichte verkeersovertredingen, al hoorden we van meet af aan van gevallen waarin mensen beschuldigd werden van het lopen of fietsen door rood, terwijl het stoplicht op groen stond, kapot was, of het verkeerslicht soms niet eens bleek te bestaan.

Willekeur vierde hoogtij. Berucht zijn wat dat betreft de grote stadstaferelen bij de fietscontroles op deugdelijke verlichting of rijden door rood licht. Uit de hordes worden dan enkelingen bekeurd, terwijl intussen tientallen anderen onbestraft dezelfde overtreding begaan. Maar ook bleek er veel willekeur als het erom ging welke agenten wèl en welke geen genoegen namen met legitimatie aan de hand van andere bewijzen dan de officieel geldige documenten.

Willekeur ook wat betreft het al dan niet toestaan of mensen hun legitimatiebewijs mochten ophalen of op laten halen. En volstrekte willekeur bij de arrestaties, zowel wat betreft wie wel en wie niet werd opgepakt, of men wel of niet in de gelegenheid werd gesteld om te mogen telefoneren, al dan niet gefouilleerd werd, wel of niet de hulpofficier van Justitie te spreken kreeg, fatsoenlijk behandeld werd en al dan niet een proces-verbaal kreeg. Klachten van mensen die zonder verdere aanleiding werden aangehouden, enkel omdat ze 's nachts op straat liepen, bleven uit alle delen van het land binnenkomen.

Opvallend vaak signaleerden we dat dak-en thuislozen werden lastig gevallen door de politie. Dat daklozen vaak geen geldig identiteitsbewijs hebben, heeft direct verband met het feit dat ze vaak geen geld hebben om dat te betalen, een leven leiden waarbij spullen makkelijk kwijtraken, het veel te gevaarlijk vinden om met waardevolle papieren op straat te lopen of doordat de hulpverlening hen verboden heeft om met officiële papieren rond te lopen. Dat laatste geldt niet in de laatste plaats voor de duizenden mensen die psychisch in de war zijn, en voor wie het een onmogelijke opgave vormt om te onthouden waar hun spullen zijn. Klagen doen deze mensen nauwelijks, omdat ze wel gewend zijn opgejaagd te worden, maar met name hulpverleningsinstanties lieten regelmatig weten dat de politie met twee maten meet omdat ze daklozen strenger contoleren en vervolgen dan niet-daklozen. De willekeur begint in deze zelfs geïnstitutionaliseerd te worden omdat op veel plaatsen daklozen, in tegenstelling tot toeristen of studenten, in het openbaar geen drank mogen gebruiken en het hen, door plaatselijke politieverordeningen, verboden wordt om op aangegeven openbare plaatsen te zitten of stil te staan. Dat leidde op stations meermalen tot bekeuringen aan dakloze mensen op grond van het feit dat ze stilstonden om iemand, die daarom gevraagd had, de weg uit te leggen. Dakloze mensen bleken voor de politie een makkelijke prooi om hun verplichte aantal bekeuringen aan te slijten. In de ‘blauwe zone', voor de deur van de Sleep-inn te Utrecht, waar het verboden is om stil te staan, bleken agenten de mensen ‘s ochtends regelmatig op te wachten om ze acuut te beboeten, wanneer ze eerst een sjaggie draaiden alvorens huns weegs te gaan.

Daar kwam de ID-plichtwet nog even overheen. Ondanks dat de intentie van de wet natuurlijk is, dat men zou moeten kunnen vaststellen wie een persoon is, bleek de nieuwe wet volop te worden toegepast om daklozen, die uitstekend bekend zijn bij de politie, aanhoudend naar hun ID te blijven vragen als ze zich op plaatsen bevinden waar men ze liever niet ziet. De ID-plichtwet diende dus andere doelen dan identificatie, maar werd toegepast om op makkelijke wijze aan de vereiste boetequota van de prestatiecontracten, te voldoen en tevens om de straat ‘schoon te vegen' door een opjaagbeleid en doordat in één moeite door gecontroleerd kon worden of mensen soms nog boetes hadden openstaan.

Als blijkt dat iemand die dakloos is nog boetes moet betalen, wordt die persoon gedwongen dat geld diezelfde dag nog te komen brengen op het politiebureau, lukt dat niet dan wordt hij of zij een poosje opgeborgen in plekken als Kamp Zeist, totdat de rekening met justitie is vereffend.

In Arnhem demonstreerden mensen deze maand tegen de teloorgang van solidariteit tussen mensen, die het gevolg is van de ID-plicht. Zij stelden aan de kaak dat de ID-plicht hoofdzakelijk bedoeld is om medemensen, die volgens onze wetten als illegaal worden bestempeld, het leven in dit land onmogelijk te maken. Zij vroegen, aan het winkelend publiek op zaterdagmiddag, om even stil te staan bij de parallellen met de vervolging van joden, communisten, zigeuners, homoseksuelen en gehandicapten die in de Tweede Wereldoorlog ook zo efficiënt konden worden gedeporteerd, dankzij de koppeling van de verplichte persoonsbewijzen  aan het centrale bevolkingsregister.

Mensen die rond het Pieter Baan Centrum woonden maakten op 25 februari kennis met de grimmigste variant van de identificatieplicht. Vanwege de verhuizing van een beruchte klant van het centrum, werd de hele omgeving door de politie afgegrendeld en moest iedereen die zijn eigen huis uit wilde zich legitimeren. Omwonenden die, nog in de veronderstelling verkeerden dat ‘wie niks te verbergen heeft, niks te vrezen heeft', waren vlot van deze misvatting genezen.

De wet treft mensen met lage inkomens het hardst. Ze worden in de regel eerder beboet dan mensen van wie het uiterlijk doet vermoeden dat men in goeden doen is, en kunnen zich minder efficiënt verweren dan mensen die juridisch weerwoord kunnen geven, hun advocaat kunnen inschakelen en klachtenprocedures tegen onrechtmatig optreden van de overheid kunnen voeren. De hoogte van de boetes en kosten van de aanschaf van ID-bewijzen treft hen natuurlijk ook het hardst. Stelt voor de een 50 euro nauwelijks iets voor, voor een andere is het meer dan een week huishoudgeld.

Het Meldpunt kreeg veel reacties van mensen over de aanslag die de verplichte aanschaf van ID-kaarten en paspoorten vormde op het gezinsbudget van de minder draagkrachtige gezinnen met opgroeiende kinderen "die regelmatig van alles en nog wat, en dus ook hun ID-bewijs kwijtraken".

Een gedetaillerd overzicht over hoe de ID-plichtwet in het eerste jaar werd toegepast staat beschreven in het Zwartboek 1 jaar ID-plicht 2005, wat het Meldpunt Misbruik ID-plicht uitgaf.

2005-2008

2005 t/m 2007: Drie jaar lang krijgen dagelijks zo'n honderd mensen in het land een bekeuring of worden opgebracht naar het politiebureau wegens het niet onmiddellijk  tonen van een ID-bewijs wat ze niet bij zich hoeven te hebben. Uitzending 10 december 2007

Op 2 oktober 2007 begint onderzoeksburo Jansen & Janssen met de verspreiding van 100.000 kranten die een ontluisterend beeld schetsen over det onderzoek wat zij deden naar de identificatieplicht. Zie http://www.burojansen.nl/publicatie_item.php?id=62

Op 10 december stopt de politie met het uitdelen van ID-boetes. Aanleiding is een CAO conflict, maar het oordeel van de politiebonden is helder:‘door te stoppen met het uitdelen van dit soort boetes wordt het er hierdoor eerder veiliger dan onveiliger op .Doordat er minder bonnen geschreven worden bij kleine overtredingen, is er juist extra aandacht voor essentiële zaken die een serieuze bedreiging vormen. De ID-plicht bonnen schrijverij schaadt het eigenlijke politiewerk.

2008

De ID-plichtwet is nu drie jaar van kracht.

Stichting Meldpunt Misbruik ID-plicht concludeert op grond van praktijk ervaringen dat de Uitgebreide ID-plicht geen positieve bijdrage heeft geleverd aan de samenleving. Er is geen enkele criminele daad door opgelost of voorkomen, en al helemaal geen terreur daad. Daarentegen heeft de wet heeft wel veel negatieve gevolgen gehad. Zo heeft hij ertoe geleid dat duizenden mensen oneigenlijk beboet en/of gearresteerd werden. Dat het vertrouwen van de burger in de overheid  er door isgeschaad. Het vertrouwen in een adequaat rechtsysteem er door is afgenomen en de politie ernstig aan gezag heeft ingeboet omdat de wet willekeurig en tegen de eigen voorschriften in wordt toegepast.

Tekenend voor dat laatste is ook  het gegeven dat de politie, tijdens de staking over hun CAO in december 2007 stopte met het uitdelen van ID-boetes, waarvan men luidkeels had laten weten dat het uitdelen van dit soort bekeuringen de veiligheid niet diende en zelfs schadelijk was voor het eigenlijke politiewerk. Maar dat men na het bereiken van de CAO afspraken weer onverdroten opnieuw overging tot uitschrijven van deze bonnen.

Gevolg is dat er weer dagelijks minstens honderd onschuldige burgers worden belast met onzinnige en vaak illegale ID-controles, er maandelijks duizenden ID-boete opdrachten naar het CJIB worden doorgestuurd en met de regelmaat van de klok onschuldige burgers in de cel verdwijnen.

Dit jaar zou de omstreden wet door het parlement geëvalueerd en op zijn merites beoordeeld worden, zo dachten de Eerste Kamerleden bij de invoering te hebben bedongen. Waarbij  uitdrukkelijk was afgesproken dat de identificatieplicht zou worden teruggedraaid als de wet geen positieve uitwerking had. Maar de minister van Justitie heeft lak aan die afspraken en traineert de evaluatie van de eerste drie jaar ID-plicht onder het motto dat enkel afgesproken is dat er pas ná drie jaar eens naar de nieuwe wetgeving gekeken zou worden.

Intussen is het veel burgers wel duidelijk geworden dat de toepassing van de ID-plichtwet mensen, die niet onverwijld gehoor geven aan het bevel van de eerste de beste dienstklopper, zonder enige rechtsbescherming in de kou laat staan. Daarmee heeft de overheid zich een gigantische macht toegeëigend om iedereen die men lastig vind of waarvan men de persoonsgegevens wil vastleggen te registreren. Mensen hebben namelijk geen enkele mogelijkheid om zich tegen de wet of tegen de onrechtmatige toepassing daarvan te verzetten. Tegen boetes en onrechtmatige arrestaties kan men weliswaar klagen, maar de schaarse excuses die daaruit voort vloeien, het feit dat het beleid van de politie er niet door veranderd en het gegeven dat mensen zelden in de gelegenheid worden gesteld om voor de rechtbank hun boete of arrestatie aan te vechten levert het bewijs dat de burgers monddood en rechteloos worden gemaakt door deze wet.

Dit past geheel in het kader van het hele optreden van het kabinet Balkenende. Onderzoek wijst uit dat in februari 2008 nog maar 13% van de bevolking vertrouwen blijkt te hebben, in deze overheid. De Raad van State laat weten dat de legitimiteit van de democratische rechtstaat afkalft.Zelfs de Rekenkamer is erg kritisch over het kabinet: ‘De doelen van het kabinet- Balkenende IV zijn niet helder. De politieke prioriteiten zijn soms weinig specifiek, inconsistent of onhaalbaar. Het rapport van de Nationale Ombudsman stelt dat sprake is van ernstige verruwing van de behandeling van burgers door de overheid. Maar Balkenende draait de rollen om: het kabinet doet het prima maar heeft last van de negatieve klagende burgers die dat maar niet willen inzien.

Wat betreft de toepassing van de ID-plichtwet levert 2008 weer ongelofelijke en smeuïge verhalen op. Als het niet zo ernstig was zou het om te lachten zijn. Voor enige voorbeelden zie hieronder:

9-3- 2008:R.N. ‘Met een vriend heb ik ‘s nachts op straat ingegrepen bij een vechtpartij van jongeren die een andere jongen verrot schopten, door ertussen te springen en ze aan te spreken p het weinig verheffende waar ze mee bezig waren. Dus met gevaar voor ons eigen hachje stopten wij een fikse mishandeling.Omstanders hadden de politie gebeld en in no time werden ze allemaal opgepakt.  Omdat wij beiden oudere heren  waren (52 en 62) en daardoor blijkbaar ogenschijnlijk niets met de  vechtpartij te maken hadden gehad, zijn wij door de politie volledig overgeslagen in hun aanhoudingen en informatie-inwinning, alsof wij  lantarenpalen waren! Ook raar. We wilden ons toen wel als getuigen  melden, maar mijn vriend zei dat hij zijn ID bewijs niet bij zich had. Toen realiseerde ik me dat ik het ook niet bij me had... en hij  stelde voor dat we maar beter zouden doorlopen, omdat we riskeerden  zelf opgepakt te worden voor het niet voldoen aan de  identificatieplicht'.

Februari 2008: Mail van hulpverlener aan Meldpunt: '‘De politiek is bij het maken van de wet een hele grote groep mensen met een verstandelijke beperking, waarbij je in eerste instantie niet ziet dat deze mensen een verstandelijke beperking hebben, vergeten. Bij deze mensen is het een groot probleem om het voor elkaar te krijgen dat ze hun identiteitspapieren op zak dragen. Voor een groot gedeelte voor deze mensen is dat ook geen haalbare kaart. Ze vergeten de papieren of raken deze constant kwijt.  Als hulpverleners laten wij deze mensen dan maar zonder identiteitspapieren gaan, op hoop van zegen. Met de hoop ook dat mochten ze aan gehouden worden het agenten zijn die gedogen dat ze geen papieren op zak hebben'.

Utrecht 18-2-08: ' Een maand geleden ging ik met mijn voetbalteam gezellig wat drinken en uit eten. Nadat we uit eten waren geweest, met uiteraard wat biertjes, wilden we in de stad ergens de kroeg in. Toen ons halve team de kroeg binnen was mochten een teamgenoot en ik niet naar binnen van de uitsmijter. Volgens hem omdat we aan de drugs waren. Omdat we met zijn allen uit waren en de meesten al binnen zaten wilden we toch graag naar binnen en wilden we de beste man duidelijk maken dat we alleen maar wat bier hadden gedronken en niks raars van plan waren. Hij was niet te vermurwen en wij bleven op de stoep staan om te wachten tot de rest naar buiten kwam en om te proberen de uitsmijter te overtuigen dat wij niet aan de drugs waren. Na een paar minuten trok hij het uiteraard niet meer omdat hij zijn beschuldigingen nergens op kon baseren. In plaats daarvan kregen wij allebei een stoot op onze strot en werd de politie gebeld. De politie stond binnen no-time met 4 man sterk om ons heen. Niet om te vragen wat er aan de hand was of wat er gebeurd was, maar om te dreigen met; 'ik wil je ID zien anders ga je mee naar het bureau'.  Terwijl ik met mijn rijbewijs in mijn hand al klaar stond, maar vroeg waarom mijn gegevens nodig waren, begon de agent al af te tellen; '3, 2, 1....'  Zelfs toen ze onze gegevens hadden was er geen ruimte voor gesprek. Bij elke vraag van onze kant begonnen ook zij ons zonder enig bewijs te beschuldigen van drugs gebruik. Na een poosje leek het ons beter om maar geen vragen meer te stellen, het rotgevoel in te slikken en gewoon weg te lopen'. Dit alles was zo overbodig! Die uitsmijter en wij hadden een conflict, de politie was er zo snel bij, hartstikke goed! Maar waarom kunnen ze niet gewoon even vragen wat er gebeurd is. Dan hadden wij kunnen vertellen waarom we zo graag die kroeg in wilden en dan had de politie kunnen reageren met: ‘ik begrijp wat er aan de hand is, maar omdat ze jullie mogen weigeren is het beter om je vrienden ergens anders op te wachten. Dat hadden wij heus prima begrepen en we hadden dan echt niet alsnog die uitsmijter aangevallen ofzo?! Het enige wat ze nu bereikt hebben is dat ik een nog negatiever beeld van de politie heb gekregen en dat agenten bevestigd hebben gekregen dat dreigen met 'ID-kaart of mee naar bureau' prima werkt.

Twente: 24-2- 2008: K.F. : ‘Een tijdje geleden verscheen in de media het bericht dat de politie in Twente bij een verdenking van het gebruik van softdrugs op grond van een uiterlijke beoordeling over mag gaan tot het afnemen van een bloedtest. Is vind het afnemen van bloed op grond van een subjectief vermoeden veel te ver gaan en ik heb bovendien angst voor injectienaalden op grond waarvan ik ook injecties weiger als dat in het belang van mijn gezondheid is. Alhoewel ik nooit softdrugs heb gebruikt, geeft mijn uiterlijk (negroïde met rasta haar) blijkbaar vaak aanleiding voor sommige politie agenten om mij vaker dan mensen met een wat gangbaarder uiterlijk te controleren. Tel daarbij op dat ik als werkende in de zorg met wisselende diensten vaak laat en vermoeid terug kom van mijn werk, dan kunt U zich wel voorstellen dat ik een groot risico loop om bij een politiecontrole die volgens die bewuste softdrugtest werkt in aanmerking kom voor een bloedafname. Kan ik een bloedtest weigeren? Navraag bij korpschef Twente leert dat deze, in weerwil van de fundamentele grondrechten op integriteit van het menselijk lichaam, beweert dat men als een agent iemand op uiterlijk verdenkt van drugs gebruik verplicht zou zijn mee te werken aan bloedafname. Wie dat niet doet zou een op zich strafbaar feit begaan en de enige uitzondering die gemaakt zou kunnen worden is als daar medische gronden voor zijn. Waarmee het patroon zich aftekent dat de politie iedereen die niet mee wil werken aan gedwongen bloedafname kan dwingen zijn identiteit prijs te geven. Dit project sttat bekend onderdenaam  'operatie Schutsengel' .

9-5-2008: Drente: ± 45 jarige vrouw, voormalig medewerkster klachtenbureau van de politie, vertelt wat haar is overkomen. Ze had een lichte verkeersovertreding begaan. Vervolgens werd zij, door twee piepjonge agentes, tot haar ontsteltenis gearresteerd omdat zij geen identiteitsbewijs had laten zien. Dat ze meermalen aangaf dat dit absoluut verboden was omdat er niet eens naar haar ID-bewijs gevraagd was, maakte geen indruk. Een paar uur vrijheidsberoving was haar deel.

Den Haag Januari 2008: 59 jarige P.T. meldt rare gang van zaken bij het aanvragen van een nieuw paspoort als niet ingezetene. Hij is al zijn levenlang Nederlander maar wordt om een nieuw paspoort te krijgen door een ambtenaar gedwongen aan te tonen dat hij een financiële binding heeft met ons land en dat hij geen tweede nationaliteit heeft. De man is assertief genoeg om klachten in te dienen in geval mensen zich laten overbluffen door dit soort absurde eisen van een overheiddienaar, zou het resultaat zijn dat Nederlanders die uit het buitenland terug komen geen geldig ID-bewijs zouden kunnen krijgen- waarmee ze op straat vogelvrij worden voor arrestaties.

Mei 2008: A.T.V. 'Onlangs raakte ik in een vervelende situatie. Ik liep op een dijkje (niet afgezet, openbaar want geen bord verboden toegang) toen er een SUV met behoorlijke snelheid op mij afkwam. Ik wilde van de dijk aflopen met mijn hondjes, waarvan één slechtziend en doof maar het kleintje volgde me niet dus ik liep snel naar voren om tussen haar en de auto te gaan staan. De man (jager dacht ik) die nogal geïrriteerd uit de auto stapte vroeg mij of ik toestemming had om op die dijk te lopen. Ik had hem kort daarvoor horen schieten en de hele situatie riep verbazing maar ook boosheid bij me op dus mijn antwoord was kortaf dat ik daar liep voor mijn gezondheid (ik had een lichte aanval van mijn kwaal) en die van mijn hondje. Ik vond dat ik hem verder geen rekenschap hoefde af te leggen (wat verbeeldde deze man zich wel; de rust verstoren met zijn geknal, tamelijk agressief op mij af komen rijden en een vreemde vraag stellen) dus ik wilde mijn weg vervolgen naar mijn auto die onderaan het dijkje geparkeerd stond. De man werd steeds bozer omdat ik me niet wilde legitimeren en in zijn boosheid riep hij uit dat hij me aan kon houden terwijl hij zijn legitimatie min of meer in mijn gezicht drukte. De situatie was inmiddels zo geëscaleerd (hij dreigde me in een soort houtgreep te nemen) dat ik inging op zijn geroep: 'mee naar de politie' en besloot om in te stappen en mee te gaan met de bedoeling om op het bureau alles uit te leggen. Uiteindelijk stopte hij daar vlakbij om te wachten op de politie die hij inmiddels had opgeroepen. Uit dat telefoongesprek en het latere contact met de agenten was duidelijk dat ze elkaar kenden dus mijn korte reactie op het gebeuren maakte geen indruk en na het proces-verbaal (m.i. weergave van de feiten) werd mij meegedeeld dat er een schikkingsvoorstel zou komen wegens het niet legitimeren bij de vermeende jager. Ik heb aangegeven het daar niet mee eens te zijn. Wat mij rest is het wachten op die 'boete' en het vervolgens laten voorkomen. Nu wil ik eigenlijk dit feit onder de aandacht brengen en zo mogelijk een klacht indienen bij de instantie waar deze meneer onder valt. Mogelijk dat in soortgelijke situaties wordt voorkomen dat nietsvermoedende mensen/burgers op een onacceptabele wijze ter verantwoording worden geroepen met een mogelijke escalatie als gevolg'.

A*dam 23 -5- 2008: Politie komt 's nachts in de Oosterparkstraat aan de deur om te vragen of de muziek wat zachter kan. Nadat degene die opendoet zegt dat hij het binnen door zal geven wordt hij gesommeerd zijn identiteitsbewijs te laten zien. Dit is uiteraard niet noodzakelijk voor de uitoefening van het politiewerk aangezien hij aangaf gehoor te geven aan het verzoek om de muziek zachter te zetten. Vandaar dat betrokkene, geheel conform de ID-plichtwet weigert om zich, op deze grond te laten identificeren. Resultaat: de man wordt afgevoerd, het pand wordt ontruimd en zelfs uit de 3 buurpanden worden de buren hun huis uit gezet, huisdieren afgevoerd of weggejaagd en de panden dichtgetimmerd.

27-5-2008: K.W. : 'Ik fietste naar een uiterst overzichtelijk kruispunt. Stop aldaar en rij door als er geen ander verkeer meer aankomt. Er moet een agent in burger bij het stoplicht gestaan hebben, die doorgaf wie er door rood reed. Even verderop staan twee groepjes van drie agenten die iedereen aanhouden die door rood gereden is en ook nog mountain agenten om overtreders die niet stoppen achterna te gaan. Als ik vervolgens in discussie ga over het feit dat dit alleen maar wordt gedaan om een quote te halen, wordt mij luid en duidelijk verteld dat het voor mijn veiligheid gedaan wordt. Dat is nu net wat mij zo boos maakt. Als het voor mijn veiligheid werd gedaan zou een agent in uniform op de hoek van de straat voldoende zijn geweest omdat dan niemand door rood rijd. Maar zo wordt dat niet gedaan, want dan komt er niks in het laatje'.

Oss 31-5-2008: 60 actievoerders ten onrechtmatig gearresteerd, gefouilleerd en zes uur vastgehouden. De betoging van de antifascisten van Comité Artikel 1 organiseerden tegen een mars van neonazistische partij de NVU, verliet in eerste instantie goed: ‘De sfeer was goed en men kon een duidelijk tegengeluid laten horen'. De politie had van tevoren duidelijk laten weten wat zij verlangden van Comité Artikel 1, namelijk dat de demonstranten, na het protest, zich in de door de politie aangegeven richting zouden begeven. Dit gebeurde dan ook toen de demonstranten in een bepaalde richting gestuurd werden. Na enige tijd in de juiste richting te zijn gelopen werden zij ingesloten door de Mobiele Eenheid, naar het politiebureau begeleid en met veel geweld de binnenplaats van het politiebureau op gedreven. De groep is zes uur vastgehouden. De arrestatie is volledig onterecht. De politie probeerde er nog een draai aan te geven met de verklaring van woordvoerder R. v. Velsen die beweerde dat de politie berichten had doorgekregen dat de actievoerders stenen aan het verzamelen waren, maar aangezien na fouillering niemand stenen bij zich bleek te hebben is duidelijk dat deze beschuldiging onzin is. Gevallen als deze zijn inmiddels zo vaak voorgekomen dat ze gemeengoed beginnen te worden in het optreden van de politie tegen hun niet welgevallige demonstranten. Ook het feit dat na arrestatie- en uiteraard het registreren van alle arrestanten- waar dit alles om te doen is- het OM niet tot vervolging overgaat omdat men geen poot heeft om op te staan, komt regelmatig voor. Het bewijst eens temeer dat de politie onevenredige macht heeft om burgers die hun mening uiten van hun vrijheid en vrijheid van meningsuiting te beroven, ook in geval men geen enkele wet overtreedt, de aanwijzingen van de politie opvolgt en de aanleiding voor arrestatie volkomen uit de lucht gegrepen of aantoonbaar verzonnen is'.

Utrecht 6 - 6- 2008:O.D.‘Draag uit principe nooit een identificatiebewijs bij me. Dit heeft sinds de invoering ook nooit echt tot problemen geleid...tot vandaag. Ik heb sinds een tijd een bierfles bij me waar ik water instop, dit doe ik omdat het handige flessen zijn (zo'n grolsch beugelfles). Vandaag na het werk liep ik op Hoog Catharijne (Utrecht Centraal station) en pakte mijn fles (met water dus) om wat te drinken. Werd vervolgens aangesproken door 2 agenten die in de veronderstelling waren dat het alcohol betrof. Ik heb gezegd dat er water in zit en zijn hebben dit ook vastgesteld. Toch werd er om mijn identiteitsbewijs gevraagd en deze kon ik niet tonen, werd vervolgens aangehouden, in een cel gezet en moest schoenen en riem uitdoen wat ik als zeer vernederend ervoer. Er werd proces-verbaal opgesteld en ik zal een boete krijgen voor het niet tonen van een identiteitsbewijs. In mijn ogen zeer onterecht... Ik ben toch onschuldig dat is ook vastgesteld en toch een boete !!! Hier klopt iets niet in dit land en ben ook bang voor een glijdende schaal'.

Op 10 mei komt er een melding uit Amsterdam dat er klachten zijn over het feit dat de politie het bij controles en fouilleeracties vooral op 'zwarten' gemunt heeft.

Keer op keer blijken agenten nog steeds niet op de hoogte zijn van de voorschriften bij het handhaven van de wet. Met inbegrip van het feit dat wie bevoegd is  tot preventief fouilleren het niet toegestaan is om mensen dan automatisch ook naar hun identificatiebewijs te vragen.

Eind 2008 publiceert onderzoeksburo Jansen & Janssen als resultaat van hun onderzoek dat bij het opleggen van boetes op grond van de WU-ID in 65 procent van de gevallen sprake is van het niet kunnen tonen van een identiteitsbewijs zonder een andere overtreding of strafbaar feit. In de afgelopen vier jaar tijd ging dat dus maar liefst om 100.000 gevallen van de in totaal 160.000 boetes. Terwijl de ID-plichtwet uitdrukkelijk als middel op zich zou mogen worden ingezet. Bron: ‘Identificatieplicht vooral ingezet als controlemiddel’ http://www.burojansen.nl/artikelen_item.php?id=423

Onderzoeksbureau Significant, wat op 14 februari 2008 de opdracht kreeg van de minister om een onderzoek in te gaan stellen naar de effectiviteit dan de WU-ID, heeft eind van het jaar géén onderzoeksresultaten beschikbaar.

De uitgebreide ID-plicht is dan intussen al wel 4 jaar in werking zonder op zijn merites te zijn beoordeeld, terwijl de uitbreidingsplannen wel in volle gang zijn gezet.

Zo heeft de VVD een stiekeme poging gedaan om de toonplicht uit de WU-ID, via het veranderen van één woordje in een ander wetsvoorstel (Wetsvoorstel 31 331) alsnog om te toveren tot een draagplicht.

Via Wetsvoorstel 31 436 wil men zowel verdachten, veroordeelden en GETUIGEN een ID-plicht gaan opleggen, waarbij de men gelijk ook een aantekening krijgt in een persoonlijk strafketen dossier wat van iedere burger die met justitie in aanraking komt wordt aangemaakt.

En via wetsvoorstel 31 324(R 1844) wordt de biometrische identificatie via de paspoortwet uitgebreid naar het verplicht moeten afstaan van vingerafdrukken.

 

2009

Vlak voor het zomerreces worden zowel de Paspoortwet als het wetsvoorstel 'identiteitsstelling verdachten, veroordeelden en getuigen' aangenomen.

De wijziging van de Paspoortwet treedt voor alle burgers op 21 september 2009 in werking. Vanaf die datum moet iedereen voor het aanvragen van een geldig paspoort of ID-bewijs 4 vingerafdrukken afstaan. Vingerafdrukken die vervolgens worden opgeslagen in de RFID-chip van de op afstand uitleesbare biometrische reisdocumenten, en in de digitale gemeentelijke overheidsregisters. Waardoor ze ter beschikking staan voor veiligheids- en inlichtingendiensten en feitelijk ook voor het identificeren van verdachten door politie en justitie. ( al mogen politie en justitiediensten de database enkel via een bypas raadplegen en niet rechtstreeks de gegevens opvragen, zolang de clausule in de Paspoortwet voor het optuigen van een 24 uurs/7dgs on-line Centrale databank nog niet in werking is getreden).

2010

1 oktober 2010: De wet 'identiteitsstelling verdachten, veroordeelden en getuigen treedt in werking. En daarmee sluit zich het net van permanente staatscontrole zich weer verder om de burger.  Door het samenspel van deze wet met de WU-ID, de Paspoortwet de Wet Burger Service Nummer, kan men nu immers ten alle tijde door de overheid geïdentificeerd kan worden. Hetzij aan de hand van de gegevens uit identificatiedocumente  of via de biometrische kenmerken van de persoon die verbonden zijn  met de opslag van zowel de reisdocumentenadministratie data als via het BSN met alle gegevens over een persoon waarover de overheid beschikt.

2011

In 2011 stuurt minister Hirsch Ballin van Justitie, na 6 ½ in plaats van na de toegezegde 3 jaar, eindelijk een evaluatierapport over de ID-plichtwet naar de Tweede Kamer. hij laat weten dat onderzoek had aangetoond dat de wet uitstekent functioneert, en daarmee indirect dat het mogelijk intrekken van deze wetgeving als definitief van de baan kan worden beschouwd. 

Dat het geen echte evaluatie betrof naar het functioneren van de wet was evident, aangezien er door het semi-overheids bureau Significant, enkel onderzocht was of de opsporingsambtenaren en het OM zelf tevreden waren over de manier waarop de wet werd toegepast. Maar in de Kamer komt hij hier mee weg omdat geen enkele partij een punt maakt van dit dubieuze eenzijdige onderzoek en het feit dat alle negatieve signalen uit de pers en onderzoeksresultaten van bijvoorbeeld buro Jansen & Janssen en het Meldpunt Misbruik ID-plicht straal genegeerd werden.

Er kwam zo dus niets terecht van de voorwaarde die de Eerste Kamerleden voor het aannemen van de wet hadden gesteld. Er zouden immers ‘geen onomkeerbare stappen ‘gemaakt worden met het invoeren van de ID-plicht. na drie jaar zou, aan de hand van de praktijk gekeken worden of de tegenstanders van de wetgeving alsnog gelijk hadden gekregen, en zo ja dan zou dat ertoe leiden dat de wet weer zou worden ingetrokken. De regering die zo'n evaluatie eerst jaren had weten uit te stellen, bleek echter absoluut niet bereid om te bezien of de wet wel aan het doel beantwoordde. En naar bijvoorbeeld het mogelijk discriminerende effect werd domweg helemaal geen onderzoek naar gedaan. Zelfs de constatering dat opsporingsambtenaren in grote getale hadden toegegeven dat ze de wet vaak willekeurig toepasten zonder dat er een goede reden was om mensen zich te laten identificeren, bleek geen aanleiding om het al dan niet stopzetten van de wet zelfs maar ter discussie te stellen. Zie voor meer info:

De Vrijbit publicatie ‘Evaluatie Wet op de Uitgebreide ID-plicht (WU-ID)‘ d.d. 10-3-2011 en het artikel 'Identificatieplicht vooral ingezet als controlemiddel’ van buro Jansen & Janssen d.d. 8-11-2009

2013

In 2013 ten slotte werd via het inschakelen van de rechterlijke macht ook nog een poging gedaan om via jurisprudentie gedaan te krijgen dat het pleit beslist werd over de idiote constructie dat de wet geen draagplicht kent, maar wel als zodanig wordt toegepast. Hoewel het OM naar statistische berekening inmiddels in ruim 100.000 gevallen, waarbij mensen weigerden om hun ID-boete te betalen, afzag van vervolging, had men eindelijk een casus gevonden die hiervoor tot in hoger beroep werd uitgespeeld.

Op 26 februari 2013 werd zo in Hoger beroep vonnis gewezen in de strafzaak tegen de man die in 2011 geen ID-bewijs had getoond toen hij door de politie gevraagd werd zich te identificeren. Dat uitgerekend in dit geval religieuze redenen voor het weigeren van het dragen van een ID-bewijs werden aangevoerd, leidde ertoe dat in de zaak het godsdienstige motief werd onderzocht en niet het principiele recht op het zich kunnen beroepen op een toon en geen draagplicht. Vandaar dat de uitspraak buitengewoon beschadigend uitwerkte voor het aanzien van de rechtspraak, want hoewel niet expliciet werd beoordeeld of mensen niet strafbaar zijn als ze  wel voldoen aan de toonplicht maar niet onmiddellijk een ID-bewijs (kunnen) laten zien als hen daarom gevraagd werd, wordt de uitspraak wel als zodanig uitgelegd.

lees meer hierover in het artikel Vonnis in Hoger beroep ID-plicht (WU-ID) schadelijk voor de rechtspraak in Nederland

 

Tags: identificatieplicht